Na het behalen van mijn VWO diploma was ik het studeren spuugzat. Mijn vader had graag gezien, dat ik theologie zou gaan studeren. Dat heb ik hem uit zijn hoofd kunnen praten. Ik had namelijk geen eindexamen Grieks en Latijn gedaan en die studierichting trok me sowieso helemaal niet. Na wat maandjes rustig thuis rondhangen ben ik aan het solliciteren gegaan. Mijn blinde broer werkte in een ziekenhuis als telefonist-receptionist, maar hij kreeg een andere baan. Ik mocht de ontstane leegte opvullen. Wél moest ik akkoord gaan met een betaling van 70 % van het uurloon, omdat ik, volgens de leidinggevende, een aantal receptietaken niet kon doen. Men had hiervoor toestemming van de Raad van Arbeid, of zoiets. Officieel bestond mijn taak uit het aannemen en doorverbinden van telefoongesprekken, nieuwe bezoekers de weg wijzen naar de afdelingen en het beheer over een klein winkeltje op wielen, dat 's middags vanaf 3 uur naast de receptie kwam te staan. Ondertussen gaf men mij ook andere werkzaamheden erbij, zoals het tellen en in rolletjes doen van kwartjes en guldens van de diverse automaten en het nieten van het huiskrantje, dat regelmatig verscheen. Verder mocht/moest ik ook met losse lettertjes aankondigingen op een mededelingenbord schrijven. Hoezo maar 70 % van mijn salaris??? De diensten waren wisselend: soms 's morgens, dan weer 's avonds, dan weer een hele dag. Er was geen peil op te trekken. Ooit ben ik ingeroosterd voor 46 uren in 1 week, vanwege ziekte van de collega, die fulltime werkte. Daartegen heb ik geprotesteerd en heb vermindering van uren gekregen voor die week. Toen de avonddiensten verlengd werden naar half 11, ben ik open sollicitaties gaan schrijven. Ik kreeg ook een beetje het idee, dat men misbruik van me maakte en daar wilde ik verandering in brengen. Van een kennis hoorde ik, dat er een nieuw kantoor van een landelijke inspectiedienst in de buurt gebouwd werd. Ze wist ook te vertellen, dat er een aangepaste werkplek voor iemand met een visuele beperking zou komen. Ik dacht, dat men daar misschien nog wel een telefoniste nodig had. Op mijn sollicitatie kreeg ik als antwoord, dat die vacature al opgevuld was, maar men zou mijn brief in het archief bewaren, voor het geval er ooit nog eens iemand nodig was..... Ik dacht, dat ik daar nooit meer iets van zou horen! Een paar weken later werd ik echter opgebeld met de vraag of ik op sollicitatiegesprek kon komen. Later hoorde ik, dat mijn voorgangster het had laten afweten. Zodoende werd ik daar alsnog aangenomen! Ik heb daar lange tijd als telefoniste gewerkt, wat niet altijd gemakkelijk was. We zaten hooguit met z'n vieren op 1 kamer. De andere 3 collega's konden zien. Ik werd nogal eens het mikpunt van plagerijtjes en wist soms niet hoe te reageren. Meestal negeerde ik het. 1 keer heb ik gezegd, dat het nou maar eens afgelopen moest zijn; ik was écht boos, maar wist me wél te beheersen. Het heeft wel geholpen, al lieten ze me daarna helemaal links liggen. Na ca 16 jaar kreeg ik gelukkig eindelijk andere collega's, waarmee ik het veel beter kon vinden. Nog enkele jaren later kreeg ik het aanbod om bij een adviesdienst van hetzelfde ministerie te komen werken. Dat kwam op het juiste tijdstip, want de telefonistes werden langzamerhand afgeschaft en dan moest er tóch ander werk voor me gezocht worden. Dit aanbod heb ik met beide handen aangenomen; te meer, omdat het voor mij ook promotie betekende. Ik moest wél weer aan de studie, maar kreeg een stukje begeleiding van mijn nieuwe collega's. Jaren achter elkaar had ik werk gedaan, dat eigenlijk veel te simpel voor me was. Nu ging er een wereld voor me open en werd ik op de nieuwe afdeling ook volledig geaccepteerd! Het waren toch mensen met een hoger leer- en/of denkniveau.