Directeur Stichting Vluchteling

Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van de Stichting Vluchteling. Ze werd opgeleid als cultureel antropoloog en heeft voor verschillende hulporganisaties gewerkt, zowel in de noodhulp, als in de ontwikkelingssamenwerking. Van 1993 tot 1997 was ze hoofd van de afdeling uitzendingen van Memisa. Daarna werkte ze tot in 2000 als programma coördinator voor het Rode Kruis in Tibet en van 2000 tot 2002 voor SNV in Kameroen. In 2009 schreef ze het boek ‘Hier en daar een crisis’ over haar ervaringen.

Reizen door Syrië

'Ik vrees dat ik inderdaad terug zal komen hier, de problemen van honderdduizenden mensen zijn nog lang niet voorbij'

Tineke Ceelen, directeur Stichting Vluchteling, bezocht de afgelopen dagen vluchtelingen in Syrië en vertelt in haar dagboek de verhalen van mensen die op de vlucht zijn voor het geweld in hun land.

Aantallenhokuspokus

“Hoeveel vrouwen zijn er nu echt verkracht in Congo?,” vroeg Thea Hilhorst, hoogleraar humanitaire hulp zich onlangs af op Joop.nl.

Hoeveel Pakistani zijn daadwerkelijk getroffen door de overstromingen in hun land, hoeveel werden dakloos, hoeveel kwamen zonder inkomen te zitten, hoeveel ontberen schoon drinkwater en hoeveel slachtoffers hebben honger? Hoeveel Oezbeken vluchtten deze zomer voor het geweld in de Kirgizische stad Osh, kwamen weer terug en verkeren in een situatie van diepe nood? De aantallen vluchtelingen en ontheemden ten gevolge van het sektarische geweld in Irak zijn altijd schimmig gebleven. Miljoenen, da’s wel aannemelijk, maar hoeveel precies kan niemand met ook maar enige vorm van zekerheid zeggen, niemand hield betrouwbare statistieken bij.

‘Vreemdelingen in eigen land’ niet aan hun lot overlaten

Hoe ga je de vader van de drie onthoofde kinderen uitleggen dat de internationale gemeenschap wel miljarden over heeft voor het ten val brengen van Saddam Hussein, maar niet voor de wederopbouw?

‘Die vader daar’, wijst onze gids, ‘die is alle drie zijn kinderen kwijtgeraakt’. Een man kijkt ons met doffe ogen aan. Gelaten vertelt hij: ‘Ze werden ontvoerd. Ik kon het losgeld niet betalen. Ze zijn later teruggevonden. Onthoofd’. We kunnen zijn verdriet bijna aanraken. ‘Ik was machteloos’, zucht hij en gaat verder met de bouw van zijn schamele hut in een vluchtelingenkamp bij Suleymania in Noord Irak.

Fatsoen per wet geregeld

Met een verbluffende ijver dragen wij, goede doelenorganisaties, argumenten aan om donateurs ervan te overtuigen ons vooral niet langer te steunen.

Verbijsterd las ik de koppen in de Telegraaf, kort geleden. Het kostte kinderorganisatie Unicef 350.000 euro om afscheid te nemen van voormalig collega directeur Henk Franken. Franken verdiende 141.000 euro per jaar en de overige twee ton was een afkoopsom. Het vertrek van Manger Cats van de Hartstichting kostte nog meer, te weten maar liefst zo’n 700.000 euro, aldus de kranten en enkele dagen nadat het Unicef nieuws de voorpagina van ’s lands wakkerste krant haalde.

Subsidie aan te vragen in blote billen

‘Een paar honderd bladzijdes’, bezweert mijn secretaresse die op het punt staat om naar de copyrette te lopen om onze subsidieaanvraag te laten vermenigvuldigen.

Maandenlang beheersen de kaders van Koenders nu onze organisatie, en ook onze sector, ontwikkelingssamenwerking. De Volkskrant schreef het al onlangs: Een duizelingwekkende bureaucratie zal het gevolg zijn van het nieuwe subsidiestelsel, mfs-2. En daarover zijn we het roerend met de krant eens.

Belgenmop: Enjoy poverty

Stelt u zich eens voor: een generator en kratten vol neon letters trekken in een carnavaleske karavaan door het straatarme, Franstalige, Congo.

Samen vormen de letters, in het Engels, de woorden ‘geniet van armoede’. Deze neonverlichte tekst wordt opgebouwd in afgelegen dorpen die nooit elektriciteit gekend hebben. Het tafereel dat ontstaat wordt gefilmd voor wat de Belgische cineast Renzo Martens een kunstwerk noemt. Martens zelf is onderdeel van zijn kunst. Met regelmaat paradeert de Belg door het beeld. Vrolijk fluitend, met olijk hupsend paardenstaartje en in onberispelijke witte bloesjes. Martens wijst de Congolezen op hun rechtmatige eigendom: de armoede. Hún bezit, die ellende, en dus, eerlijk is eerlijk, mogen ze daar ook zélf van profiteren.