DE ZWAAN

LANGZAAM GLIJD IK TUSSEN ANDERE ZWANEN
ALTIJD OM HETZELFDE EILAND HEEN
MAAR MEEST ZIT IK BOVEN HALFVERGANE
PLANTEN, IN HET OEVERRIET, ALLEEN

WREDE DINGEN TEISTEREN HET EILAND:
BROEDERMOORD EN TWIST EN HANDGEMEEN
SOMS DUIKT HET GERUCHT OP VAN EEN HEILAND,
MAAR DE WOLVEN HUILEN ALS VOORHEEN.

ACHTER DE GEVANGENENVERBLIJVEN
BREEK IK, ALS DE MAAN SCHIJNT, UIT HET RIET,
EN IK LAAT MIJ NAAR EEN PLEK TOE DRIJVEN,
WAAR MEN NIETS MEER VAN MIJ ZIET,
EN DAN LEES IK WAT DE STERREN SCHRIJVEN,
EN DAN SCHRIJF IK WAT MIJN ZIEL GEBIEDT.

ED HOORNIK IN DE BUNDEL"VERZAMELDE GEDICHTEN" (MEULENHOFF EDITIE, 1972),