13

Arme landen gaan zelf goedkope medicijnen produceren met hulp van Universiteit Utrecht

Patenloze medicijnen kunnen 'voor 5 procent van de prijs' geproduceerd worden ... Eerste medicijn is tegen verkoudheidsvirus waar jaarlijks wereldwijd 200.000 kinderen aan sterven

De Universiteit Utrecht en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gaan kennis over het ontwikkelen van patentloze medicijnen delen met bedrijven in ontwikkelingslanden. Over twee jaar zouden de eerste mensen geholpen kunnen worden met de medicijnen voor een fractie van de prijs die we er in het Westen voor betalen. Hoogleraar Huub Schellekens, die vorig jaar een peperduur medicijn tegen de ziekte van Pompe wist na te maken, hoopt dat de medicijnen in de ontwikkelingslanden geproduceerd kunnen worden tegen 5 procent van de prijs die ze hier kosten.


Hoogleraar Farmaceutische Biotechnologie Huub Schellekens legt uit:

Het zijn middelen die bij ons heel veel geld kosten; tussen de tienduizenden en honderdduizenden euro’s per jaar. Het bekendst is het medicijn tegen de ziekte van Pompe. (…) Maar er zijn veel meer van dit soort middelen, bijvoorbeeld tegen kanker en tegen infectieziekten.

Het originele medicijn tegen de zeldzame erfelijke ziekte van Pompe kost tussen de 400.000 en 700.000 euro per patiënt per jaar. Volgens de hoogleraar moet het ook voor 3500 euro geleverd kunnen worden.

Palivizumab
Het eerste middel waar Schellekens nu mee aan de slag gaat is het dure medicijn palivizumab, dat tegen het Respiratoir Syncytieel virus wordt voorgeschreven. Bijna iedere baby loopt dit verkoudheidsvirus in het eerste levensjaar op en het virus veroorzaakt jaarlijks ongeveer 200.000 sterfgevallen onder kinderen. In Nederland kunnen baby’s die voor de 32ste week van de zwangerschap geboren worden en nog geen zes maanden oud zijn als het seizoen voor het RS-virus begint, een preventieve behandeling krijgen met het medicijn palivizumab.

De kosten bedragen per kind per seizoen zo’n 4000 euro. Onbetaalbaar voor patiënten in arme landen. Het patent op het medicijn verloopt dit jaar en daarom mogen alle geneesmiddelenfabrikanten het nu gaan produceren. Universiteit Utrecht onder aanvoering van Schellekens begint er dit jaar mee in het speciaal opgerichte Utrecht Centre of Excellence for Affordable Biotherapeutics. De WHO ziet toe op het proces.

Duurzaam
Het gaat erom de technologie te exporteren naar ontwikkelingslanden, zodat de medicijnen ter plaatse kunnen worden geproduceerd. De fabrikanten daar zullen er, ondanks de lage prijzen, alsnog aan kunnen verdienen denkt Schellekens. Hoewel Schellekens zichzelf geen concurrent noemt voor de Westerse farmaceutische industrie, denkt hij wel dat het maken van medicijnen in arme landen invloed kan hebben op de prijzen in het Westen.

Het zou toch raar zijn als we die producten daar zo goedkoop op de markt brengen, dat er dan niets zou gebeuren in ons deel van de wereld. Want als wij het op deze goedkope manier kunnen doen, dan kunnen anderen dat ook in het Westen.

NOS: Universiteit Utrecht helpt arme landen met medicijnen

Cc-foto: QIAGEN

Geef een reactie

Laatste reacties (13)