118

‘Bang voor Wilders of voor Zembla?’

Exclusief: Programmamaker Kees Schaap reageert op kritiek

De uitzending van Zembla over de angsten rond Wilders deed veel stof opwaaien. Femke Halsema noemde de documentaire ‘tendentieus’, eindredacteur Kees Driehuis sprak van een ‘top-uitzending’. De maker van de documentaire zelf, Kees Schaap, kwam nog niet aan het woord. Nu wel. Dit is zijn weerwoord. Exclusief op Joop.

Sinds de Zembla-uitzending “Wilders, profeet van de angst” valt weer ouderwets vaak het woord “demoniseren”. Zembla “demoniseert” Wilders, net zoals linkse opiniemakers Pim Fortuyn “demoniseerden”, en daardoor waren die uiteindelijk schuldig aan het feit dat Fortuyn door een fanaticus werd doodgeschoten. Dat betekent dat degene die Wilders “demoniseert” bij voorbaat schuldig is aan de eventuele moordaanslag op de politicus. Hij is de medepleger van een toekomstige moord.
Dat is een flinke verantwoordelijkheid voor een journalist. 
Want wat als je uit de feitelijke analyse van Wilders’ woorden en zijn handelen moet concluderen dat er méér aan de hand is dan een politicus die houdt van een stevig debat over integratie en islam? 
Bijvoorbeeld dat hij zich bij herhaling over moslims uitlaat in termen van etnische zuivering.
Dat hij – terwijl Nederland aantoonbaar op geen enkele wijze wordt bedreigd door de islam – zich internationaal inzet om mensen klaar te maken voor een oorlog tegen die islam. Een oorlog waarin hij bondgenoten zoekt bij extreem-rechtse Amerikaanse en Israëlische partijen die al eerder hun invloed hebben aangewend om die daad bij het woord te voegen. 
Dat is een behoorlijk beangstigende conclusie.
De vraag is: moet je die dan maar voor je houden? Waar ligt je journalistieke verantwoordelijkheid dan?
Wij hebben het niet voor ons gehouden. En natuurlijk, de rapen zijn gaar. Boze burgers en zelfs politici en opiniemakers laten ons met grote woorden weten dat we dit keer écht over de schreef zijn gegaan.
Daar zitten een paar vreemde kanten aan. Zo is de uitzending gefundeerd op harde feiten, statistieken en onderbouwde analyses van wetenschappers van onbesproken reputatie die – ook na de uitzending – volledig achter de door Zembla gemaakte presentatie staan. En belangrijker: het zijn de woorden van Wilders zelf die we laten horen.
Dat alles bleek deze week van ondergeschikt belang. De conclusie van tv-recensenten en zelfs politici is niet dat Wilders’ woorden te denken geven. Nee, Zembla deugt niet. De toon deugde niet. De beelden deugden niet. Die waren tendentieus. Journalistiek onwaardig. Sommigen beweerden zelfs dat we Wilders niet om weerwoord hebben gevraagd (wat we natuurlijk wel hebben gedaan. Volhardend en ruim op tijd).
In alle kritiek zat geen woord over de inhoud. Dat is bevreemdend.
Goed, de beeldtaal van de uitzending kun je mooi vinden of lelijk, treffend of ordinair.
Wij vinden hem functioneel. Hij visualiseert hoe Wilders op grond van waanideeën mensen mobiliseert en aanzet tot agressieve gedachten. Dat soort beeldrijm is vrij gewoon in de Angelsaksische journalistieke traditie waar we ook in Nederland aan gewend zijn geraakt. Het is dan ook wonderlijk hoeveel verontwaardiging die beelden hebben opgeroepen.
Inhoudelijker is de kritiek die we kregen op ons gebruik van de nazipropagandafilm Der Ewige Jude (1940). Dit verwijt berust op een oud taboe, namelijk dat je niemand ooit mag vergelijken met de nazi’s, want wat zij hebben aangericht is erger dan waar mensen vandaag de dag toe in staat zijn. Daar zit een redelijk punt in, hoewel het ons de facto onmogelijk maakt om te waarschuwen voor gevaar indien de geschiedenis zich zou dreigen te herhalen. 
We hebben daar toch een fragment uit vertoond, omdat Wilders’ retoriek aangaande de islam gelijk is aan de nazi-retoriek over het jodendom. Daar hebben we een inhoudelijk punt van gemaakt. Immers, het aantonen dat mensen niet deugen door te verwijzen naar spreuken uit hun heilige boeken is niet onschuldig of opbouwend. Het helpt mee een klimaat van angst te creëren waarin geweld kan worden gelegitimeerd.
Dat neemt niet weg dat de woorden van Wilders enigszins gerelativeerd mogen worden. Ze worden immers pas gevaarlijk als anderen ze in praktijk gaan brengen of wij hem de macht geven om zijn oplossingen uit te voeren. Ook die relativering hebben we geprobeerd aan te brengen, door vrolijk beeldmateriaal af te wisselen met trailers uit ouderwetse B-horrorfilms en daarmee soms openlijk te overdrijven. 
Maar de beelden kun je niet losstaand beoordelen. Ze zijn gelijk aan de inhoud van de journalistieke analyse of lopen daaraan parallel. En dat leidt tot de vraag: zijn het wel de beelden, of was het toch de inhoud, die als zo onprettig en schokkend werd ervaren dat weldenkende journalisten en politici zich nu tegen de boodschapper keren?
Daar zit een dubbele moraal. Onze vaderlandse journalistiek heeft – enkelingen daargelaten – zich niet bepaald onderscheiden in het kritisch onderzoeken en analyses van Wilders en zijn PVV. Dat zal voor een deel zijn ingegeven door de angst voor de bakken met hatemail die je ontvangt als je het onderwerp bij de kop pakt. Het zal ongetwijfeld ook gevoed worden door de naïeve hoop dat Wilders vanzelf wel gematigder zal worden zolang we maar een beetje gezellig met hem omgaan. 
Helaas, dat is niet gebeurd. Zijn uitspraken in het buitenland en zelfs zijn verkiezingsprogramma tonen aan dat Wilders verder is geradicaliseerd. Het is nu tijd om in te zien wat de feiten aantonen: Wilders gaat niet gezellig worden.
Zembla heeft dit geconstateerd en dat doet begrijpelijkerwijs pijn. Het is onze overtuiging dat onze bevindingen inhoudelijk belangwekkend zijn. Wij zouden journalisten en politici dan ook willen vragen om snel hun emoties te laten varen, en over te gaan tot een inhoudelijke behandeling van dit onderwerp.
Kees Schaap
Verslaggever/ regisseur  Zembla
Eerder op Joop: Zembla over Wilders: Profeet van de Angst

Lees ook de opinie van Francisco van Jole: De angsten rond Zembla

Geef een reactie

Laatste reacties (118)