32

Belastingverlaging na verkiezingen meestal loze belofte

Alle mooie woorden tijdens verkiezingscampagnes ten spijt, gaan burgers als de electorale stofwolken eenmaal zijn gaan liggen, doorgaans meer belasting betalen dan partijen beloven in hun programma’s. Dit blijkt uit een Leids onderzoek van Wimar Bolhuis, die promoveert op dit verhaal. De econoom en bestuurskundige nam het tweede kabinet Lubbers onder de loep en daarna alle kabinetten tot aan het huidige kabinet Rutte-III. Tijdens formaties houden de onderhandelaars zich meestal nog wel aan de verkiezingsprogramma’s, zegt Bolhuis.

Toch is het zo dat lastenverlichting vaak als eerste sneuvelt, omdat overheidsuitgaven bijna altijd hoger uitvallen dan geraamd. Gemiddeld geven politieke partijen dan ook veel meer uit dan ze aanvankelijk van plan waren, zo’n drie miljard. Dit zou met ons politiek stelsel te maken kunnen hebben. Omdat partijen rekening met elkaar moeten houden, moet iedere partij wat worden gegund en daar is geld voor nodig.

De recente discussie over het afschaffen van de dividendbelasting past naadloos in dit plaatje. Waar burgers meestal zo’n 4 miljard extra moeten ophoesten zodra coalities aantreden, komt het bedrijfsleven er juist meestal beter vanaf, omdat ondernemingen zo’n 300 miljoen minder belasting betalen. Niet alleen de burger, ook het onderwijs komt er doorgaans bekaaid vanaf na fraaie verkiezingsbeloftes van partijen. Gemiddeld moeten onderwijsinstellingen het met 600 miljoen euro minder doen dan in verkiezingsprogramma’s wordt gesuggereerd.

Cc-foto: Sebastiaan ter Burg

Geef een reactie

Laatste reacties (32)