Laatste update 18:51
14

Belgische minister waarschuwt en neemt ontslag vanwege haatklimaat rond coronabeleid

Harald Mollers, de minister van Onderwijs in de Duitstalige Gemeenschap in België, legt zijn functie neer vanwege de ongekend felle reacties en valse beschuldigingen in kringen van coronaontkenners en andere viruswaanzinnigen. De manier waarop zij het publieke debat verzieken maakt het werk als politicus niet meer te doen, zelfs niet in het anders zo vredige Ostbelgien waar zo’n 75.000 Duitstalige Belgen wonen, stelt Mollers onomwonden.

In een roerende verklaring gaat hij uitgebreid in op de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor het politieke bedrijf. Hij vertelt hoe iedereen door het virus verrast is, hoe weinig er over bekend is en hoe hard er gewerkt werd door betrokkenen om het gevaar af te wenden. “Zelf heb ik sinds 12 maart bijna zeven dagen per week gewerkt, heel vaak meer dan 16 uur per dag, langere pauzes waren gewoonweg ondenkbaar.” Hij vertelt dat politici noch wetenschappers onfeilbaar zijn en dat er natuurlijk fouten zijn gemaakt. Mollers constateert dat het veld waarin de politiek moet handelen totaal veranderd is. Alles wordt direct en onophoudelijk bekend en bediscussieerd. Hij juicht die transparantie aan de ene kant toe maar constateert anderzijds dat dubieuze lieden er mee aan de haal gaan.

“Mensen die misschien zelfs willen profiteren van deze crisis. Sinds een paar jaar worden we, vooral op internet, geconfronteerd met een nieuw fenomeen, het zogeheten nepnieuws. Steeds meer mensen verspreiden – bewust of onbewust, vaak uit diepe overtuiging – valse rapporten, ongeverifieerde veronderstellingen of zelfs complottheorieën. En dat baart mij grote zorgen, vooral als minister van Onderwijs. Omdat het onze samenleving en ons samenleven op een fundamentele manier verandert. Hierbij spelen de nieuwe media, de zogenaamd “sociale” netwerken en berichtendiensten een belangrijke rol. Steeds meer mensen verkrijgen hun informatie uitsluitend via Facebook, YouTube, WhatsApp en Telegram. Traditionele media, die onderworpen zijn aan een journalistieke code, verliezen aan belang en worden weggezet als mainstream media of zelfs als de leugenpers. Dit heeft zeer specifieke en – naar mijn mening – ook voor ons ernstige gevolgen.

Wij politici worden hier in Ostbelgien steeds vaker geconfronteerd met uitspraken en vermeende feiten die hun oorsprong vinden in Telegramgroepen, YouTube of Facebook. De informatie die via de nieuwe media wordt verspreid, wordt niet aan een effectieve kwaliteitscontrole onderworpen. De meest effectieve van alle kwaliteitscontroles, de peer review, lijkt weinig of helemaal niet te werken. Of anders gezegd: bijna niemand durft zich er tegen de veelal vertekende of gewoon verkeerde voorstelling van zaken uit te spreken. Bovendien gebeurt dit alles soms niet in het openbaar, maar vaak in besloten virtuele kringen. Het verontrustende is dat in deze groepen veel mensen, die zich zorgen maken of gewoon hun vrees uiten en wiens stemmen in het openbaar moeten worden gehoord, onbewust in dezelfde vijver komen te zwemmen als complottheoretici, Q-Anon-aanhangers en criminelen, die juist willen profiteren van de groeiende vrezen en zorgen van mensen. En: iedereen die het niet eens is met de andere groepsleden, wordt zonder meer verwijderd.

Het is niet ironisch, maar wel verraderlijk dat juist degenen die op het eerste gezicht het hardst op vrijheid van meningsuiting aandringen, in hun besloten groepen anderen niet dezelfde vrijheid van meningsuiting toestaan en degenen die anders denken simpelweg uitsluiten. Op deze manier kan nauwelijks een democratische dialoog tot stand komen.

Het is opmerkelijk dat onze rechtsstaat ook tegenstanders van de corona-regels garandeert dat ze vrij zijn om hun mening te uiten, maar dat juist deze mensen de rechtsstaat luidkeels hekelen en bestempelen tot een coronadictatuur of een opiniedictatuur. De toon in deze groepen wordt ruwer en scherper. Democratisch gekozen politici worden aangevallen en uitgescholden, veelal anoniem, maar steeds vaker door mensen onder hun echte namen. Het zogenaamde ‘systeem’ waarin we leven wordt in twijfel getrokken, wat op zichzelf geen misdaad is, maar de dreiging van gewelddadige onrust wordt steeds duidelijker zichtbaar. Dergelijke uitspraken blijven niet langer beperkt tot deze besloten groepen, maar dringen steeds meer door tot op de bureaus van de politiek verantwoordelijken: Politici worden beledigd, belasterd of zelfs bedreigd in brieven, e-mails en app-berichten. Ik spreek uit eigen ervaring.

Dit roept naar mijn mening twee vragen op waarvan de reikwijdte niet mag worden onderschat:
1. Welke effecten hebben deze ontwikkelingen op onze democratie?
2. En daarmee: wie zal er in de toekomst bereid zijn politieke verantwoordelijkheid te nemen als hij moet vrezen dat hij zo veracht en belasterd gaat worden door delen van de bevolking?

En ik zie een andere ontwikkeling die me erg zorgen baart. In veel correspondentie (gelukkig niet in alle!) is er een gemene deler: veel afzenders pleiten alleen voor hun eigen, zeer persoonlijke zaak. Het grote geheel speelt geen rol meer. Ik denk dat ik tekenen zie van een groeiend egoïsme in onze samenleving. Solidariteit en aandacht voor de ander hebben in veel van deze brieven geen enkele betekenis meer. Tegelijkertijd neemt de druk toe om bepaalde beslissingen te beïnvloeden. Dit roept een andere vraag op die ik zou willen stellen: 3. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor onze samenleving en samenwonen, ook in het rustige Ostbelgien?

In veel gesprekken hoor ik dat er steeds meer diepe kloven door onze samenleving lopen:
– Mensen in restaurants zijn ronduit vijandig tegenover andere gasten als die de aanbevelingen opvolgen en een mondkapje dragen.
– Er worden bijeenkomsten georganiseerd waar de grofste theorieën worden uitgelegd en verspreid.
– Degenen die anders denken worden letterlijk neergeslagen als ze aan deze theorieën twijfelen of zich voorstanders van de coronamaatregelen betonen.

Deze kloof leidt nu tot conflicten in gezinnen, het verbreken van vriendschappen en tot mensen die bang zijn om hun mening te geven. Deze ontwikkeling maakt me bang. De geschiedenis leert ons waar dergelijke ontwikkelingen toe kunnen leiden. En ik vraag me af wanneer het de eerste keer zal zijn dat er een gewelddadige aanval zal plaatsvinden, ook al is het maar een vechtpartij.

Ik spreek uit persoonlijke ervaring: De vijandigheid, het misbruik en de beledigingen zijn de afgelopen weken niet alleen in aantal toegenomen, maar ook persoonlijker geworden. Er is altijd sprake geweest van vijandigheid en beledigingen in politieke zaken, zelfs vóór corona. Maar de afgelopen maanden zijn deze uitingen zowel in aantal als in geweld toegenomen. En de druk die op besluitvormers wordt gelegd, is ook toegenomen. Ik heb niets tegen feitelijke geschillen en ik heb nooit een politiek debat geweigerd, zoals de afgelopen weken weer is gebleken. Vrijheid van meningsuiting is een waardevol bezit dat moet worden beschermd en verdedigd. Maar nu gaat het vaak niet meer om het uitwisselen van argumenten, dus de zaak zelf, maar vaak alleen om persoonlijke aanvallen en beschuldigingen. Het diepe wantrouwen dat – zo lijkt het – wordt gevoeld tegen politici in het algemeen, geeft me veel om over na te denken. Vanuit mijn zeer persoonlijke standpunt is de limiet van wat je jezelf kunt en wilt vragen overschreden. En ik kan me voorstellen dat andere politici op dezelfde manier denken, omdat ze soortgelijke ervaringen hebben gehad.

De afgelopen weken heb ik veel nagedacht en veel gesprekken gevoerd met mensen uit mijn omgeving. Ik ben tot de conclusie gekomen dat de prijs die ik en de mensen om mij heen moeten betalen voor deze verantwoordelijkheid te hoog is geworden. Ik zal op 12 oktober 2020 mijn functie als minister van Onderwijs, Onderzoek en Onderwijs in de regering van de Duitstalige Gemeenschap neerleggen.”

Mollers maakt deel uit van de christen-democratische partij ProDG en zetelt al sinds 2009 in de achtereenvolgende regeringen in het Duitstalige landsgedeelte.

cc-foto: Rebastin / Wikimedia

Geef een reactie

Laatste reacties (14)