Laatste update 17:08
89

Bijstand voor velen levenslang

Een op de tien mensen in de bijstand is daar langer dan vijftien jaar van afhankelijk. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), opgevraagd door adviesbureau De Argumentenfabriek. Vooral 45-plussers en laagopgeleiden zitten langdurig in de bijstand. Dat schrijft de Volkskrant dinsdag.

In 2014 hadden ruim 400.000 mensen een bijstandsuitkering. De laatste twintig jaar probeert de overheid op allerlei manieren uitkeringsgerechtigden weer aan het werk te krijgen. Door de bijstand, de dienstverlening en faciliteiten te versoberen, gaan mensen vanzelf wel weer aan het werk, zo is veelal de gedachte. Dat werkt voor de meest kansrijke groep, maar die komen meestal sowieso wel aan een baan. Driekwart van de bijstandspopulatie zit echter een jaar na de toewijzing nog altijd in de bijstand. Ouderen en laaggeschoolden komen er maar moeilijk helemaal uit, ongeacht de druk die er van overheidswege op hen wordt uitgeoefend.

Volgens Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg, is het dan ook ‘een illusie’ van het kabinet dat deze moeilijke groep zo aan een gewone baan is te helpen.

Veel mensen slagen er niet in het minimumloon te verdienen, terwijl ze wel nuttige dingen kunnen doen. Daarvoor bestonden ooit de melkertbanen. Dat liep mis toen mensen van daaruit moesten doorstromen naar een reguliere baan. Voor sommigen is dat te hoog gegrepen.

Van alle mensen in de bijstand is het overgrote deel laaggeschoold. 65 procent heft geen startkwalificatie: een diploma op minimaal mbo2-niveau. Slechts een kwart tot een vijfde van bijstandsontvangers heeft géén beperking. De rest heeft fysieke of psychische problemen en is niet in staat op eigen houtje een baan te vinden en te behouden waarbij in elk geval het minimumloon wordt verdiend.

De projecten die door de gemeenten in het leven worden geroepen om mensen vanuit de bijstand naar werk te loodsen, zien er op papier misschien mooi uit, maar stellen in de praktijk bitter weinig voor. Het uitgangspunt is bij die trajecten namelijk altijd dat vrijwel iedereen aan het werk kan, als je maar graag genoeg wilt. Een verkeerde benadering, zegt ook René Paas van Divosa, de organisatie voor sociale diensten.

Crisis of geen crisis, dit zijn mensen die in de praktijk bijna nooit aan de bak komen, op de arbeidsmarkt wint de sterke het van de zwakke. […] Bij heel veel mensen is er altijd iets dat de weg naar werk belemmert. Onderwijs is geen wondermiddel. Intelligentie is niet gelijk verdeeld.

Onmogelijk is het niet, denkt Paas, maar ‘met meer geld kun je meer doen’. En dat geld, dat is er niet. Sinds de invoering van de Participatiewet vorig jaar, zijn gemeenten niet alleen verantwoordelijk voor bijstandsgerechtigden, maar ook voor arbeidsgehandicapten. Tegelijkertijd werden sociale werkplaatsen gesloten en werd een bezuiniging van 1,6 miljard euro doorgevoerd. Meer taken, veel minder geld.

‘Het gaat altijd over mensen achter de broek zitten om ze terug te krijgen naar de arbeidsmarkt,’ zegt Robert Dur, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Maar er zijn zoveel mensen die langdurig in de bijstand zitten. Daar ben ik niet zo optimistisch over. Een basisinkomen zou uitkomst kunnen bieden, al laat je die mensen dan wel verder aan hun lot over. Er is meer onderzoek nodig om te weten te komen wat de beste oplossing is.

Beeld

Geef een reactie

Laatste reacties (89)