166

Burgemeester Zoetermeer negeerde radicaliserende moslimjongeren

Burgemeester Charlie Aptroot (VVD) van Zoetermeer heeft informatie over radicaliserende moslimjongeren verzwegen voor de gemeenteraad. Dat meldt NRC. Nadat in 2013 de eerste jihadstrijders naar Syrië afreisden, schreef Aptroot tegen beter weten in dat er geen signalen van radicalisering waren geweest.

Die signalen waren er wel degelijk, zo blijkt uit eigen onderzoek van NRC. De Zoetermeerse moskee Al-Qibla heeft herhaaldelijk alarm geslagen over radicaliserende jongeren, maar kwam bij de gemeente steeds weer voor een dichte deur te staan.

Ook was in juli van 2012 al aangifte gedaan bij de politie door het moskeebestuur, nadat een van de bestuursleden was mishandeld door een van de geradicaliseerde jongeren. NRC heeft de betreffende aangifte in handen, waarin staat dat het moskeebestuur ‘grote problemen’ ondervindt van jongeren ‘die de moskee willen radicaliseren’. Eerder in 2012 had het moskeebestuur hetzelfde probleem al besproken met zowel de politie, als de toenmalige burgemeester Jan Waaijer (CDA).

Uit de hulpverzoeken van de moskee en het onderzoek van NRC blijkt dat geradicaliseerde jongeren uit Zoetermeer, Den Haag, Schiedam en Delft de controle over moskee Al-Qibla probeerden over te nemen. Pogingen om het bestuur aan de kant te schuiven strandden echter. Eind 2012 en begin 2013 trokken enkele van de jongeren naar Syrië om zich aldaar aan te sluiten bij de gewapende strijd. Nadat bekend was geworden dat Nederlandse jongeren als jihadstrijder waren uitgereisd, deed oud-Kamerlid Aptroot – een “hardliner” binnen de VVD – alsof zijn neus bloedde. Hij beweerde stellig dat er nooit signalen waren binnengekomen over de radicalisering van de jongeren.

Het onderzoek van NRC maakt ook korte metten met de bewering dat Aptroot niet persoonlijk op de hoogte was van de meldingen. In september 2012 zijn de zorgen van het moskeebestuur en de aangifte besproken in het driekhoeksoverleg waar Aptroot aanwezig was. Dat heeft de politie Haaglanden laten weten. In het verslag van dit overleg staat nota bene onder de kop ‘Radicalisering’ dat er op dat moment een machtsstrijd woedde tussen het bestuur en ‘een groep orthodoxe moslimjongeren’.

Hoewel de signalen dat de jongeren ontspoorden dus niet te missen waren, besloot Aptroot niet in te grijpen omdat het wat hem betrof geen verstoring van de openbare orde was. Dat heeft er volgens Aptroot zelf mee te maken dat ‘radicalisering’ anno 2016 een andere lading heeft dan in 2012, toen er nog geen Syriëgangers waren. Ook schuift Aptroot de nalatigheid op het bordje van zijn voorganger Waaijer, die volgens de VVD’er de problemen in de moskee niet in de overdracht heeft gezet. Waaijer zegt zich de overdracht niet te kunnen herinneren.

Zoetermeer is evenwel niet de eerste gemeente die radicaliserende jongeren ongemerkt uit het oog is verloren. Eerder was al bekend dat ook Delft in 2012 niet ingreep nadat een moskee alarm sloeg. Ook die jongeren verdwenen uiteindelijk naar Syrië. Inmiddels is wel in vrijwel alle steden een anti-radicaliseringsbeleid van kracht. De gemeente Zoetermeer en moskee Al-Qibla werken sinds 2013 samen om radicalisering onder jongeren te bestrijden.

Geef een reactie

Laatste reacties (166)