111

Cohen: ‘Dam opwerpen tegen kille, harde samenleving’

[Video] PvdA-lijsttrekker houdt 1 mei-speech over een socialer Nederland

PvdA-lijsttrekker Job Cohen pleitte in zijn 1 mei-speech voor een socialer Nederland, waarin iedereen meetelt. Hij waarschuwde voor een kille, harde samenleving waartegen hij een dam wil opwerpen.


Hier de integrale speech van Cohen:

“Vandaag, op 1 mei, kijken wij terug op de geschiedenis van de sociaaldemocratie. Een geschiedenis doordrongen van het streven naar een fatsoenlijke samenleving. Het werd een spectaculair succes in die samenlevingen die er in slaagden sociale omwentelingen op vreedzame, democratische en rechtstatelijke manier tot stand te brengen. Het ging gruwelijk mis waar uitsluiting de norm bleef of waar op revolutionaire wijze de mens ondergeschikt werd gemaakt aan het systeem.

Daarom zal de 1 mei viering ook altijd dubbele gevoelens opwekken bij sociaal democraten. Ook Hitler organiseerde in 1933 een 1-mei viering. waarna linkse vakbondsleiders en intellectuelen naar concentratiekampen werden afgevoerd. En onder het onderdrukkende communistische systeem was de 1 mei viering ieder jaar weer een treurigstemmend toneelspel.

Maar in West Europa blijft 1 mei de dag waarop wij stilstaan bij het spectaculaire succes van de strijd die onze ouders en grootouders hebben geleverd voor een rechtvaardiger samenleving. Het einddoel was steeds duidelijk, maar het besef was ook aanwezig dat dit tijd zou vergen en dat een roekeloze benadering tot maatschappelijke ontwrichting kon leiden. Het heeft honderd jaar geduurd maar het was het waard: het betekende het einde aan werkdagen van 15 uur, aan uitzichtloze armoede, uitbuiting, smerigheid, alcoholisme, ongezondheid en veel te korte levens. En wij konden daarna bouwen aan de welvaartsstaat die ons nu zo dierbaar is. Alleen de combinatie van vastberadenheid en bedachtzaamheid, die mensen als Jaurès, Roosevelt, Drees, Brandt en Palme zo kenmerkte, heeft dit mogelijk gemaakt. Als zij anders met hun opdracht waren omgesprongen, zou de klassenstrijd nooit binnen de krijtlijnen van het democratische speelveld zijn gebleven en zou niet het recht, maar het recht van de sterkste hebben gewonnen.

Vrienden,
Ook de uitdagingen waarvoor wij nu staan zijn groot. De mens zal een nieuwe verhouding met de natuur moeten ontwikkelen, we belasten de aarde meer dan zij kan dragen. En Europa, ook Nederland, vergrijst. Wij moeten de verbondenheid tussen generaties waarborgen. De aanpassingen die daarvoor nodig zijn, vragen politieke wil en draagvlak onder de bevolking. Het vraagt van ons dat we de samenleving bij elkaar houden.

We weten al heel lang dat een samenleving er beter voorstaat als de verschillen tussen arm en rijk niet al te groot zijn. In samenlevingen waar de ongelijkheid het grootst is, zijn vijf keer meer psychiatrische patiënten, is de kans dat je in de gevangenis belandt, ook vijf keer hoger. Om maar te zwijgen van het enorme aantal moorden. In samenlevingen waar de ongelijkheid het grootst is heerst onvoorstelbare armoede en ellende en zijn ook de mateloos rijken niet vrij. Want zij wonen in kleine enclaves, achter grote hekken, met bewapende bewakers. Met andere woorden, een samenleving met redelijke inkomensverschillen is niet alleen goed voor mensen met een laag inkomen, maar voor iedereen.

In het neo-liberale tijdperk, dat nu ten einde loopt, was de veronderstelling dat de toename van inkomensverschillen niet erg is, zolang iedereen maar meer inkomen krijgt. Dit blijkt een drogredenering. De toename van het verschil tussen de middenklasse en de top is een belangrijke reden voor het onbehagen in onze maatschappij. Daardoor zijn belangrijke zenuwbanen in de samenleving doorgesneden en is maatschappelijke binding verloren gegaan. Wat ons het meest bedreigt is de ‘ieder voor zich en God voor ons allen’ houding die daaruit voortkomt. Die houding stimuleert de tendens om je achter hekken te verschansen en je van minderbedeelden en hun noden af te sluiten. Als dat postvat, wordt veel ongedaan gemaakt van wat onze ouders en grootouders met maatschappelijke binding hebben bereikt.

Er lijkt een verband te bestaan tussen deze houding en de revolutionaire kant van het neo-liberalisme die wil dat winstmaximalisatie en ongebreidelde marktliberalisering doelen op zich zijn. Onder invloed van de gedachte dat er voor marktliberalisatie en het terugdringen van de overheid geen alternatieven zijn (“There is no alternative”, zei Thatcher), werd maatschappelijke ordening ontdaan van zijn morele lading, van de fundamentele vraag of de keuzen die wij maken ‘goed’ of ‘fout’ zijn. Terwijl de mens een wezen is met morele instincten, die onlosmakelijk verbonden moeten zijn met de keuzen die hij maakt. Als je mensen op morele gronden wil mobiliseren, moet je de doelen die je wilt bereiken helder aan hen kunnen voorleggen. ‘Markt’, ‘winst’, ‘efficiency’, kunnen nooit die doelen zijn. Dat ze wel als zodanig geformuleerd zijn, heeft mensen in morele verwarring gebracht. Dat zie je terug in de politieke programma’s van partijen die vast lijken te houden aan de recepten van Thatcher en Reagan. In plaats van te erkennen dat de markt ontketend en losgeslagen is en dus weer onder controle moet worden gebracht, zoekt men zijn heil in verdere marktliberalisatie. De markt is als een haardvuur dat ons huis verwarmt, mits goed gevoed en onderhouden, èn onder controle gehouden. Want staar je je blind op die prachtige vlammen en ga je het vuur alleen nog maar voeden, dan kan het je hele huis verteren. Spelen met vuur is dat, roekeloos gedrag in een samenleving en een tijd die behoefte hebben aan maatschappelijke samenhang om de nieuwe wereld met vertrouwen tegemoet te kunnen zien.

Wie zo omspringt met de gevolgen van de crisis, werkt ook het gevoel in de hand dat het ‘ieder voor zich’ is in de samenleving. Want het is duidelijk dat wij een forse rekening gepresenteerd krijgen en dat wij die moeten betalen. De overheid moet haar inkomsten en uitgaven in evenwicht brengen en de schulden verminderen. Hierover is geen verschil van mening. Waar het om gaat is in welk tempo wij dat doen en hoe we de rekening gaan verdelen. Daarbij moeten we twee ogenschijnlijk tegenstrijdige doelen met elkaar verzoenen: de wens onze kinderen niet met de schulden op te zadelen en de wens de economie niet kapot te bezuinigen. Onverstandig gedrag, zowel de ene kant op als de andere, zal maatschappelijke ontwrichting en ondermijning van de solidariteit tot gevolg hebben. Bovendien is het niet nodig, want het kan behoedzaam, met respect voor de Europese afspraken en het spaarboekje van onze kinderen, zonder honderdduizenden Nederlanders tot werkloosheid te veroordelen. Maar dan moet je oog hebben voor de feiten en niet uitgaan van de gedachte dat iedere euro die collectief wordt uitgegeven diefstal van de burgers is.

Waar ook met vuur wordt gespeeld, is in de financiële sector. Nog geen jaar nadat de belastingbetalers zich wereldwijd diep in de schulden moesten steken, worden er, zoals bij Goldman Sachs, alweer miljarden aan bonussen uitgekeerd. Van gewone werknemers worden soms forse loonoffers gevraagd, aan de top is het business as usual. Ook dat is roekeloos gedrag, onder het motto: “we hebben er recht op”, zonder dat zij zich afvragen of het wel rechtvaardig is, of moreel verantwoord.

Wij moeten ervoor zorgen dat in onze samenleving ‘recht’ en ‘rechtvaardigheid’ met elkaar in balans blijven. Dat als je ergens ‘recht’ op hebt, je soms toch je gevoel van rechtvaardigheid moet laten spreken om dat recht niet onder alle omstandigheden werkelijk op te eisen of te laten gelden. Misschien heb je wel recht op die bonus, op voorrang, op beledigen, op negeren, maar kan je gevoel van rechtvaardigheid je ertoe brengen dat recht niet op te eisen,. Die vorm van behoedzaam handelen dient een hoger doel, het verbetert de kwaliteit van ons bestaan.

Vrienden, er zit onrust in onze samenleving. Razendsnelle veranderingen, immigratie, economische onzekerheid, veel lossere maatschappelijke banden, het zijn allemaal factoren die die onrust aanwakkeren. In de beleving van mensen vaak een bedreiging voor de eigenheid van de samenleving. Of, beter gezegd, voor de sociale staat van de samenleving.

Dát is de sociale kwestie van onze generatie. Tot tien jaar geleden was het een deugd bij de aanpak van dit soort kwesties uit te gaan van redelijke compromissen tussen verschillende belangen. Men vond het logisch zoveel mogelijk steun te vergaren en ook diegenen die de uitkomst niet wilden steunen, toch tegemoet te komen. Het voorkomen van extremen werd als een deugd gezien, radicale oplossingen eerder als een bedreiging voor de stabiliteit. Dit lijkt wel een mensenleven geleden. Nu geldt: hoe wilder, hoe beter. De winnaar is de helft plus één en de verliezer heeft dikke pech. Extreme standpunten zijn ‘lekker duidelijk’ – nuance en bedachtzaamheid al gauw ‘niet helder’ en ‘laf’. Ook dit geschreeuw is een vorm van gedrag dat de samenleving geen stap verder helpt, maar wel het onderlinge wantrouwen tussen mensen bevordert.

Ook hier geldt dat handelen in het algemeen belang kan vragen om tegengestelde belangen met elkaar in evenwicht te brengen. ‘Vrijheid’ en ‘gelijkheid’ staan soms op gespannen voet. Als de sterkste of rijkste partij haar vrijheid maximaal uitlegt en niet in toom wordt gehouden door het recht of maatschappelijk gedragen regels van rechtvaardigheid, zal de zwakkere partij het onderspit delven en in zijn vrijheid worden beknot. Redelijke mensen, die bereid zijn elkaar de ruimte te geven en behoedzaam met elkaar om te gaan, komen daar altijd wel uit. Maar alleen als zij weten dat we allemaal bereid zijn een beetje in te schikken, wanneer dat nodig is. Dat is de essentie van solidariteit: de bereidheid risico’s en kansen die het leven ons geeft, op een eerlijke manier te delen.

En de essentie van sociaaldemocratische politiek, van generatie op generatie, is te zoeken naar de optimale balans tussen individuele vrijheid en het gemeenschappelijk belang, tussen ‘ik’ en ‘wij’. Zodat de mensen in een samenleving de onderlinge lotsverbondenheid ervaren als de best mogelijke garantie om het meeste uit zichzelf te kunnen halen. Dat vraagt om zorg, behoedzaamheid, geduld en de innerlijke overtuiging dat wij een doel hebben dat waard is om voor te strijden. Prestaties uit het verleden, bieden daarbij geen garantie voor de toekomst, maar zijn wel een prachtige bron van inspiratie om ieder jaar op 1 mei bij stil te staan.

Vrienden,
Vandaag starten we de campagne voor de verkiezingen van 9 juni. De verkiezingen die gaan over de vraag in wat voor land we willen leven. Ik zeg: Iedereen telt mee. We horen bij elkaar en we hebben elkaar nodig.

De opgave van 29 miljard aan bezuinigingen is fors. Wij moeten dat verstandig doen. En ik herhaal: wees niet roekeloos. Laten we oppassen dat we onze broze economie niet afremmen en dat er niet nog meer banenverlies zal komen, met minder belastinginkomsten, minder bestedingen van consumenten en minder winst voor bedrijven. Het zou de maatschappij ontwrichten en de juist nu zo noodzakelijke solidariteit ondermijnen. Het zou met de verkeerde maatregelen onze zorgvuldig opgebouwde verzorgingsstaat aantasten. Het zou de balans tussen ik en wij, tussen waar we zelf verantwoordelijk voor zijn en wat we collectief regelen uit balans brengen. Dat zijn niet mijn keuzes.

De samenleving heeft een nieuwe richting nodig. Eerlijke hervormingen, pijnlijke maatregelen en verstandige investeringen gaan daarbij hand in hand. Ik wil generaties samenbrengen, jong en oud moeten solidair met elkaar blijven. Zo deden we dat bij de vormgeving van onze verzorgingsstaat, zo willen we dat houden. Loon naar werken, investeren in mensen en sparen voor later. Het zijn ouderwetse woorden maar ze zijn opnieuw actueel.

Negen jaar lang heb ik in Amsterdam de boel bij elkaar gehouden, en ik wil dat de komende jaren doen voor Nederland. Ik zoek samenwerking voor een sterke economie, een schoon land en een fatsoenlijke samenleving waarin mensen zich thuis en veilig kunnen voelen.

Wij, politici moeten daarbij politieke moed tonen, optreden tegen banken die speculeren op verval, woningbouwcorporaties en andere publieke organisaties controleren op hun bestedingen, onze staatsschuld verminderen. Wij zullen pijnlijke maatregelen niet schuwen. Maar wel zullen het altijd eerlijke maatregelen zijn. Het geleidelijk terugbrengen van de hypotheekrenteaftrek en het geleidelijk ophogen van de AOW leeftijd zijn daarbij onontbeerlijk om ook onze kinderen en kleinkinderen te kunnen laten profiteren van onze gezamenlijk verworven welvaart.

Wij willen investeren in onze samenleving, in onderwijs en veiligheid. In solidariteit, waarbij we risico’s delen en zorgen dat iedereen de kans krijgt het beste uit zichzelf te halen. Daarom pleit ik voor werkscholen waar jongeren het onderwijs krijgen dat bij ze past en dat ze verdienen. Daarom pleit ik voor een no-risk polis, waarbij mensen die door werkgevers als risicovol worden gezien toch een kans krijgen om hun talent als werknemer te laten zien. En daarom pleit ik voor een sociaal akkoord waarbij werknemers, werkgevers én de politiek over hun eigen schaduw heenspringen, voor die samenleving waarin iedereen een kans krijgt.

Vrienden,
Wij moeten een dam opwerpen tegen een kille en harde samenleving waar het ieder voor zich is, waar banken worden geholpen, maar mensen het maar zelf moeten uitzoeken. Waarbij je zonder geld of connecties aan het kortste eind trekt. Dat is niet mijn wereld.

Jullie inzet en gedrevenheid is daarbij heel hard nodig. Met jullie hulp kunnen wij het verschil maken, zodat we een sterke positie hebben om te onderhandelen met andere partijen over wat wij samen willen bereiken.

Laat je stem horen, ga de straat op, ga langs deuren, doe mee en kies voor een sterker, veiliger en fatsoenlijker Nederland. Ik reken op jullie allemaal, want we doen het samen!”

Foto: Partij van de Arbeid (Flickr/CC)

Geef een reactie

Laatste reacties (111)