13

‘Er ligt een giftige deken van verbindingen over ons landschap’

Neonicotinoïden, gif dat niet op maar ín het gewas zelf wordt gestopt, doden talloze onschuldige insecten en zelfs vogels

Het was al langer bekend dat ‘neonicotinoïden’ – een veel gebruikte groep gifstoffen voor de landbouw – ernstige schade toebrengen aan honingbijen en andere insecten, maar nu trekt ook EASAC, het hoogste onafhankelijke wetenschapsorgaan van Europa en de koepel van wetenschapsacademies van 29 landen, aan de bel in een advies aan de Europese Commissie.

Het rapport op basis van ruim honderd recente studies stelt dat er ‘duidelijk wetenschappelijk bewijs is’ dat ook zeer lage doses neonicotinoïden schadelijk zijn voor soorten waartegen ze helemaal niet zijn bedoeld. De gifstoffen hebben bovendien ‘ernstige negatieve effecten’ op soorten als bijen, kevers, vliegen en hommels.

Neonicotinoïden zijn bedoeld om insectenplagen in de landbouw tegen te bestrijden, maar dat ook andere soorten er last van hebben wordt steeds vaker aangetoond. Zo ontdekten Nijmeegse wetenschappers afgelopen zomer dat insectenetende vogels als de spreeuw, de boerenzwaluw en de ringmus in aantal dalen waar men veel neonicotinoïden gebruikt. Waarschijnlijk omdat vogels daar niet genoeg insecten te eten hebben.

De EU besloot in 2013 weliswaar het gebruik van enkele neonicotinoïden aan banden te leggen, waarvan was aangetoond dat honingbijen er schade van zouden ondervinden, maar juist bij de honingbij zijn de resultaten tegenstrijdig, omdat er allerlei andere factoren meespelen. Van andere soorten is bekend dat zij wel degelijk grote schade oplopen. Het aantal motten in Nederland bijvoorbeeld nam de afgelopen decennia met eenderde af, ruim de helft van alle soorten dagvlinders staat onder druk en een kwart van de Europese hommelsoorten dreigt te verdwijnen.

Frank Berendse, hoogleraar Natuurbeheer en plantenecologie in Wageningen, schreef mee aan het rapport van de EASAC. Hij vertelt aan de Volkskrant:

De schade stapelt zich heel langzaam op. Er ligt een giftige deken van verbindingen over ons landschap. Daarbij spelen waarschijnlijk ook andere factoren een rol, maar het is vooral de optelsom die telt. Afzonderlijke studies hebben allemaal hun zwakheden. Wij proberen naar het totaal te kijken. En we constateren dat er een stroom publicaties op gang is gekomen die allemaal dezelfde kant op wijzen. Waar wij ons grote zorgen over maken, is het gebruik van deze stoffen uit voorzorg. Het EU-beleid was gericht op ‘geïntegreerde plaagbeheersing’: pas als er bepaalde schade aan je gewas is, pas je pesticiden toe. In vergelijking met dat principe is dit een ontzettende stap terug.

Cc-foto: Matt Reinbold

Geef een reactie

Laatste reacties (13)