Laatste update 13:10
45

Franse spion biedt geen excuses voor opblazen Greenpeace-schip

Op de dag af 32 jaar geleden werd in de haven van Auckland in Nieuw-Zeeland de Raibow Warrior, het actieschip van Greenpeace, opgeblazen. Het schip zonk binnen vier minuten en de Nederlandse fotograaf Fernando Pereira kwam om het leven bij de aanslag. De volgende dag werden twee Franse geheim agenten opgepakt die onder water explosieven aan het schip hadden bevestigd. Ze werden tot zeven en tien jaar cel veroordeeld maar al snel naar Frankrijk overgebracht. Na twee jaar waren ze weer op vrije voeten.

Nieuw-Zeelandse media zijn er nu in geslaagd een derde verdachte van de dodelijke Franse aanslag tegen bevriende naties op te sporen. De inmiddels 66-jarige Christine Cabon sloot zich onder een valse naam als activiste aan bij Greenpeace maar was eigenlijk een Frans geheime agent. Ze deed zich voor als wetenschapper begaan met het lot van de aarde maar verzamelde ondertussen in de weken voor de aanslag informatie, zoals kaarten en plattegronden, zodat haar collega’s op 9 juli 1985 het actieschip konden verwoesten. Greenpeace voerde in die tijd actie tegen de uiterst omstreden Franse atoomproeven op de atol Mururoa in de Stille Oceaan. De Rainbow Warrior zou naar het proefgebied varen om te demonstreren tegen de nucleaire tests. Frankrijk wilde dat met de aanslag verhinderen.

Voor de aanslag werd uitgevoerd vluchtte Christine Cabon naar Israël maar daar werd de grond te heet onder haar voeten toen Nieuw-Zeeland een arrestatiebevel aan de Israëlische autoriteiten overhandigden. Ze werd getipt over haar op handen zijnde arrestatie en vertrok naar Frankrijk. Nu is ze gepensioneerd en woont in het circa tweehonderd inwoners tellende dorpje Lasseubetat in het westelijk deel van de Pyreneeën waar ze gemeenteraadslid is.

Ze erkende tegenover Nieuw-Zeelandse en Franse journalisten dat ze weet dat de aanslag voor Nieuw-Zeeland ‘een trauma’ is omdat het land werd aangevallen door een bevriende natie. Maar van excuses wil ze niets weten. “Het is een ethisch vraagstuk. Mijn werk was wat het was. Ik ben het leger ingegaan om internationale en nationale conflicten te voorkomen omdat mijn familie, afkomstig uit de Elzas, heeft geleden onder de oorlog. Mijn carrièrekeuze is mijn probleem maar het kwam er op uit dat ik betrokken was bij de actie tegen de Rainbow Warrior. Ik denk dat alle militairen die hun land dienen in situaties terecht kunnen komen die ze nooit gewenst hebben.” Maar ze weigerde desgevraagd iets te zeggen tegen de bevolking van Nieuw-Zeeland. “Dat zou te veel gevolgen hebben. Misschien dat er particulieren zijn aan wie ik een boodschap kan sturen, mensen die ik heb ontmoet tijdens mijn bezoek aan Nieuw-Zeeland, maar niet het publiek.”

De weigering excuses aan te bieden komt hard aan in Nieuw-Zeeland. Volgens de linkse partijen Labour en de Greens is het nooit te laat om excuses aan te bieden. De Sunday Star Times, de Nieuw-Zeelandse krant die Cabon wist op te sporen, eist dat Cabon en haar mededaders in ieder geval de militaire onderscheidingen afgenomen worden die ze voor hun terreurdaad hebben gekregen. “Er is niets heldhaftigs aan de laffe aanslag, uitgevoerd in het donker door duikers, op een weerloze vredesactivist in een bevriend land. De terroristen die de Rainbow Warrior tot zinken brachten zijn geen helden. Deze mannen en vrouwen zouden verbannen moeten worden naar de voetnoten van de geschiedenis.”

Geef een reactie

Laatste reacties (45)