Laatste update 09:03
33

Grootste kans op armoede bij 55-plussers

Niet-westerse allochtonen nog altijd minste kansen op de arbeidsmarkt

Mensen tussen de 55 en 65 jaar lopen het grootste risico langdurig in de armoede terecht te komen. Reden hiervoor is dat na een ontslag of bij arbeidsongeschiktheid, die mensen plots van een uitkering moeten leven en de kans op nieuw werk minimaal is. Dat blijkt uit het rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de inkomensgegevens over 2001 tot en met 2014.

Zelfstandig wonende mensen tot 30 jaar zijn de grootste risicogroep voor kortdurende armoede. Wel is het zo dat in deze groep het inkomen veelal snel weer stijgt, zodra er werk gevonden is. Qua gezinnen delven eenoudergezinnen met minderjarige kinderen het onderspit. Van deze groep had in 2014 maar liefst 34 procent een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Die grens ligt voor een ouder met één kind op 1360 euro.

Bron: CBS

In 2014 had bijna 32 procent van de huishoudens met een niet-westerse hoofdkostwinnaar een laag inkomen. Dat is drie keer zo vaak als gemiddeld. Ook is bij niet-westerse huishoudens het lage inkomen vaker langdurend, als gevolg van werkloosheid. Vorig jaar bleek uit een rapport van Eurostat en de OESO dat Nederland, op Zweden na, de hoogste werkloosheid onder niet-westerse allochtonen kent.

Reden daarvoor is dat met name Turken en Marokkanen vaker een flexibel contract krijgen dan autochtone Nederlanders. Toen de economie instortte, waren zij degenen die als eerste hun baan verloren. Daar komt bij dat zij de minste kansen op de arbeidsmarkt hebben. Dat geldt voor zowel laag- als hoogopgeleide niet-westerse allochtonen.

De kleinste kans om in de armoede terecht te komen hebben 65-plussers. Ouderen met een AOW-uitkering leven sowieso al boven de armoedegrens. Daarnaast hebben zij vaak ook nog extra inkomen opgebouwd uit pensioen of vermogen.

Bron: CBS / NOS
Cc-foto

Geef een reactie

Laatste reacties (33)