Laatste update 14:23
43

Hoogleraar zorg over voltooid leven: omgaan met ouderen moet anders

Hoogleraar langdurige zorg en dementie Anne-Mei The wordt in de Volkskrant geïnterviewd over het voltooid-levenwetsvoorstel en hoe we in de samenleving met ouderen omgaan. Volgens The is de maatregel om je leven te kunnen beëindigen niet per se een slechte maar moet er vooral gekeken worden naar de oorzaak van die wens.

De hoogleraar studeerde af als jurist en antropoloog op het euthanasievraagstuk en werkte als onderzoeker twee jaar mee in een verpleeghuis. Het onderzoek ging over de zorgvuldigheidscriteria van euthanasie.

De besluitvormingsproces rond euthanasie lijkt op papier overzichtelijk, weldoordacht en ondubbelzinnig, maar de praktijk is rafeliger en ingewikkelder. En vooral: mensen zijn ambivalent. Het ene moment willen ze het, en het andere niet. Dat is niet anders bij het voltooid leven.

Ook bij het voltooid leven zijn mensen wisselvallig en moeten we volgens The vooral kijken naar de oorzaken in plaats van een kant en klare oplossing te bieden voor een behoorlijk ingrijpende maatregel. De VVD zou hiermee ook op de stoel van D66 gaan zitten om stemmen te winnen.

We moeten meer kijken naar wat er nog wel uit het leven te halen is. De geplande dood – waar ik niet tegen ben – is zeker niet de enige oplossing voor dat vraagstuk. Ik zie oude mensen die het niet erg vinden om niet meer wakker te worden en daar soms op hopen. Maar dat is iets anders dan doodgemaakt willen worden. Op mij komt zo’n voltooid-levenwetsvoorstel erg makkelijk over, je maakt een wet en ziezo, het is geregeld. Partijen kunnen er misschien mee scoren, maar het lost het echte vraagstuk natuurlijk niet op.

Op de vraag wat er dan onderzocht moet worden, antwoordt de hoogleraar het volgende:

Hoe we omgaan met ouderdom, lijden, kwetsbaarheid, eenzaamheid, sociaal isolement is een onderschat probleem. We weigeren ons erin te verdiepen. Mensen hebben het gevoel dat ze er niet meer bij horen, niet voor vol worden aangezien en geen bijdrage aan de samenleving meer kunnen leveren. Daardoor voelen ze zich wanhopig en overbodig. Maar ik geloof niet dat de maakbare dood op het einde de oplossing is. Ik ben er niet helemaal tegen, maar ik krijg er wel een akelig gevoel bij dat het vastleggen bij wet als enige antwoord op die veel complexere problematiek wordt geboden. Dat het geregeld moet worden, heeft iets krampachtigs. Net als die sfeer van onvermijdelijkheid. Dat speelt vaker bij euthanasie. Er hangt iets in de lucht dat je niet tegen mag zijn. Dat het toch vooral ‘moet kunnen’. Typisch Nederlands.

In onze maatschappij sta je als je jong, dynamisch, mooi en economisch zelfredzaam bent, in het middelpunt. Als je ouder en kwetsbaarder wordt of cognitief niet helemaal mee kunt komen, in een verpleeghuis zit of verstandelijk gehandicapt bent, word je tot de marges van het bestaan verbannen. We vinden oude mensen – cru gezegd – nutteloos, duur, niet interessant en behandelen ze kinderlijk. Het gevaar is dat als je als oudere voortdurend met dat beeld wordt geconfronteerd, je jezelf op een gegeven moment zo gaat zien.

Ook de absurditeit van hoe er naar het leven wordt gekeken, viel The op tijdens het onderzoek:

In verpleeghuizen is het bijvoorbeeld schraalheid troef, elk dubbeltje moet worden omgedraaid. Dan vraag je je af: waarom zijn we dan zo aan het rekken? Eerst is er de maakbaarheid van het uitstellen van het einde en als het dan genoeg is geweest, is er de maakbaarheid van het einde, dan willen we een spuitje. Dat geeft toch te denken? Ik denk dat in veel gevallen de stervenswens van ouderen ook maatschappelijke oorzaken heeft. Daar moeten we moeten over nadenken.

Als een oplossing oppert de hoogleraar betere zorg om in ieder geval de aanvragen voor ‘voltooid leven’ terug te dringen.

Als we vanuit die sociale benadering wezenlijk ander beleid maken, zal een deel van die aanvragen verdampen. Maar het moet breder aangepakt. Net als er rond zwangerschappen een netwerk is – van pufclub, consultatiebureau tot huisarts -, moet dat ook rond ouderdom worden georganiseerd. Mensen moeten in staat worden gesteld zich voor te bereiden, voor een ander te zorgen, denk aan mantelzorgverlof. De jeugd moet eerder in contact worden gebracht met de ouderdom, zodat we de beeldvorming veranderen. Het vergt goed kijken naar wat nodig is in de praktijk maar ook een cultuurverandering, waarbij we aandacht geven en er voor een ander zijn. We moeten onder ogen zien dat aftakeling ook onderdeel is van het leven. Dat jongeren beseffen dat het ook hun gaat overkomen. We kijken nu te zeer vanuit een medische bril naar wat nodig is voor ouderen, maar dat is een beperkte blik. Een bredere, meer sociale benadering is hoog nodig om het leven van mensen te kunnen verbeteren.

cc foto: Timothy K Hamilton

Geef een reactie

Laatste reacties (43)