Huisartsen luiden in ZEMBLA de noodklok. Er is volgens hen onvoldoende zorg voor kwetsbare patiënten. Met name thuiswonende ouderen kunnen nergens terecht, omdat verzorgingstehuizen zijn verdwenen en de thuiszorg kampt met personeelstekorten. Dat betekent dat huisartsen vaak eindeloos moeten leuren met hun patiënten.

De huisartsen bellen met talloze thuiszorgorganisaties, maar er is vaak te weinig personeel om nog een oudere te verzorgen. Ze bellen met verpleeghuizen, maar daar blijven de wachtlijsten groeien. En ze bellen met het ziekenhuis, als er nergens anders plek is voor hun oudere patiënt. “Het lijkt wel alsof iedereen ‘nee’ kan zeggen, behalve de huisarts”, aldus huisarts Idris Brouwer.

“Ik zou geen huisarts willen zijn op dit moment”, vertelt geriater Kees Kalisvaart van het Spaarne Gasthuis in Haarlem. “Dit is bijna oorlogsgeneeskunde.” De ouderen komen bij hem in het ziekenhuis terecht, nadat ze thuis – vaak letterlijk – zijn omgevallen.

De ouderen kunnen niet zomaar terug naar huis, dus moet een andere vorm van zorg worden gevonden. Maar ook vanuit het ziekenhuis is die moeilijk te vinden. Het gevolg: de oudere ligt soms weken te wachten, terwijl hij of zij allang klaar is met de ziekenhuisbehandeling. Omdat de ouderen in het ziekenhuis een bed bezet houden, moeten geplande operaties worden uitgesteld.

Bart Meijman, één van de huisartsen die zich verenigde in actiegroep Het Roer Moet Om, noemt het ‘aartsdom’ dat de verzorgingshuizen zo radicaal zijn gesloten. Een ziekenhuisbed is met gemiddeld 800 euro per dag een stuk duurder dan een bed in een oudereninstelling.

Desondanks ziet minister Hugo de Jonge geen heil in het verzorgingshuis: “Terug naar vroeger is niet de oplossing voor morgen. Maar wat ik wel vind, is dat we op zoek moeten naar nieuwe vormen van wonen en zorg. En dat gaat op dit moment niet hard genoeg, dus dat moeten we harder stimuleren.”

ZEMBLA: Geen plek voor ouderen. Uitzending: donderdag 13 februari, 20:25 uur op NPO2.

Geef een reactie

Laatste reacties (60)