Laatste update 12:08
34

Hulpverleners GGZ vrezen voor hun veiligheid

Hulpverleners in de acute geestelijke gezondheidszorg maken zich zorgen over hun veiligheid en voelen zich niet genoeg beschermd tegen geweld door patiënten. Het risico op gewelddadige incidenten neemt toe als gevolg van personeelstekorten, een toename van moeilijke gevallen en minder gebruik van isoleercellen, concludeert Trouw op basis van eigen onderzoek bij GGZ InGeest.

Volgens hoogleraar criminologie Joke Harte speelt het probleem in de hele sector. Instellingen zouden bovendien geen heldere grenzen hanteren waardoor voor medewerkers niet duidelijk is wat wel en niet toelaatbaar is. Dat leidt er in de praktijk toe dat hulpverleners het gevoel krijgen dat geweld bij het werk hoort en er een taboe is ontstaan op het bespreken ervan. Als het misgaat worden incidenten niet goed geregistreerd. Van de gevallen waarin dat wel gebeurd, komt het zelden tot vervolging (10 procent).

GGZ InGeest, waar vorig jaar een patiënt tot twee keer toe probeerde om iemand te wurgen, zegt zich niet te herkennen in het geschetste beeld, maar geeft aan dat de veiligheid van de medewerkers in de ggz voorop staat en dat er veel aandacht is voor dit probleem:

We werken er hard aan om de kwaliteit van zorg hoog te houden en doen ons uiterste best om het elke dag beter te doen. Helaas kampt de sector met grote tekorten op de arbeidsmarkt en legt de regeldruk een groot beslag op de tijd van het personeel in de ggz. Ook de complexiteit van de problematiek van patiënten in de kliniek neemt toe. Hoe ernstiger iemand ziek is, hoe groter de kans dat mensen geen controle hebben over hun gedrag en dus meer kans op incidenten tegen het personeel.

Dat de complexiteit en ernst van de aandoeningen van patiënten in de instellingen toeneemt, lijkt een gevolg van de bezuinigingen en hervormingen van de afgelopen jaren. Hoewel veruit de meeste GGZ-patiënten op geen enkele manier gewelddadig zijn, kan het risico op incidenten wel toenemen als mensen met complexe aandoeningen, niet of te laat hulp krijgen. De Volkskrant schreef in augustus van dit jaar dat het aantal dwangopnames de afgelopen tien jaar met 80 procent is gestegen tot ruim 26.000 opnames in 2017:

Johan Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in dwangzorg, noemde daarvoor in februari dit jaar in NRC verschillende oorzaken. Volgens Legemaate worden psychiatrisch patiënten te snel naar huis gestuurd doordat de opnameduur in de zorg is verkort, waardoor de kans op een terugval toeneemt. Bovendien is de zorg voor de patiënten die eerst in een kliniek en nu thuis worden behandeld ontoereikend. Zijn conclusies worden onderschreven door de jaarlijkse monitor van het Trimbos-instituut, waaruit eveneens blijkt dat de hulp aan huis voor mensen met ernstige psychische problemen tekortschiet. Niet omdat hulpverleners niet willen helpen, maar omdat ze daar steeds vaker niet toe in staat zijn. De tijd die ze aan patiënten mogen besteden, is opgedeeld in kleine brokjes. Er is amper nog ruimte om af te wijken van het opgelegde stramien, zelfs in noodsituaties.

Ook buiten de instellingen wordt het probleem zichtbaar door het stijgende aantal incidenten met ‘verwarde personen‘. Daarnaast blijft het aantal zelfdodingen toenemen, vooral onder jongeren is de stijging alarmerend. Onder de 10- tot 20-jarigen steeg het aantal zelfdodingen met bijna 70 procent, van 48 jongeren in 2016 naar 81 in 2017. De meeste van hen waren 18 of 19 jaar oud, zo blijkt uit cijfers van het CBS.

Cc-foto: Martin Howard

Geef een reactie

Laatste reacties (34)