15

Informatierevolutie: Franse revolutie 2.0

Wat betekent de snelle digitale ontwikkeling voor ons leven? En wat zijn de morele implicaties?

De eerste aflevering van Het filosofisch kwintet gaat over Technologie, Moraal en Internet. Wat betekent de snelle digitale ontwikkeling voor ons leven? En wat zijn de morele implicaties?

VPWON_1216375

In de eerste aflevering van het Filosofisch kwintet van dit seizoen zitten de volgende mensen aan tafel: Rinie van Est van het Rathenau Instituut en bezig met de politiek van opkomende technologieën. Bibi van den Berg, techniekfilosoof en docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. En Hans Schnitzler, filosoof en auteur van artikelen over o.a. de virtualisering van de publieke ruimte en de maatschappelijke impact van digitalisering.

Mede-presentator Ad Verbrugge schetst de informatierevolutie als een Franse Revolutie 2.0, die zorgt voor een nieuwe vrijheid, nieuwe gelijkheid en nieuwe verbondenheid. De aanwezigen beamen dat. Schnitzler spreekt van het aangeboren defect van de mens: we hebben technologie nodig om te overleven, om onze weg te kunnen vinden. Dat noemt hij het bevrijdende aspect van technologie. “En die prothese gaat ons steeds minder knellen.”

Van Est wijst op de steeds gelijkere toegang tot informatie, waardoor een gelijker speelveld ontstaat. Daarnaast signaleert hij dat nu inmiddels 50% van de mensen in de stad woont, de eenzaamheid en behoefte aan gemeenschap toeneemt. De informatierevolutie speelt daar op in.

Toch zitten er niet alleen positieve kanten aan die informatierevolutie. Schnitzler spreekt van ‘verkokering’. Google geeft namelijk informatie op basis van je zoekgeschiedenis en trekt daarmee ‘onzichtbare wanden’ op. Clairy Polak, die tot hilariteit van de zaal een google glass mag uitproberen, wijst er op dat vrijheid ook het recht om met rust gelaten te worden is en dat de huidige ontwikkelingen daar niet aan bijdragen. Van Est vult dat aan door er op te wijzen dat alles wat we online doen gemeten wordt en vraagt zich af of we niet het recht hebben om niet gemeten te worden. Zeker nu het met een google glass mogelijk gaat worden ook gezichten te herkennen en emoties te meten. Van den Berg wil dat graag breder trekken dan de google glass

en wijst op het weigeren van een hypotheek of verzekering op basis van een risicoprofiel dat op basis van internetgedrag is opgesteld.

Schnitzler waarschuwt in het verlengde daarvan voor een ‘algoritmisch bestuur’. Algoritmes kunnen heel goed waarschijnlijke verbanden aantonen, maar heel slecht causaliteit. Daardoor raakt de gedachte dat je in je omgeving acteert en daardoor gevormd wordt op de achtergrond. “Je bent dan de data die je genereert.”

Alle sprekers vinden het zorgwekkend dat er nauwelijks debat wordt gevoerd over deze zaken. Rondom biotechnologie zijn er strenge regels en debatten, maar hierover niet. Van Est maakt de vergelijking met de Industriële Revolutie. Die heeft veel welvaart gebracht en dat is ook van de informatierevolutie te verwachten. Maar er is veel politieke strijd nodig geweest om de Industriële Revolutie in goede banen te leiden en de verdiensten ervan te verdelen. Dat is ook nu weer nodig, denkt hij.

Verbrugge wijst er tot slot nog op dat we dachten dat het emancipeert en bevrijdt, maar dat het via een omweg juist de markt en de overheid weer veel meer rol in ons leven heeft gegeven.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)