298

Kabinet proeft de bittere nasmaak van ‘Nee’

Daags na het Oekraïne-referendum is er nog veel onduidelijk. Wat zijn de politieke consequenties van deze uitslag? Wat gaat Rutte doen en hoe zullen Rusland en de EU reageren? Kunnen we nu meer referenda verwachten? Het lijkt er in elk geval op dat de referendumdiscussie voorlopig nog niet zal verstommen, hoe graag we dat misschien ook zouden willen.

Wat weten we wel zeker?

– 32,2 procent van de kiesgerechtigden heeft gestemd
– 61,1 procent stemde tegen het verdrag
– 38,1 procent stemde voor het verdrag

Volgens Marcel Boogers, hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur aan de Universiteit Twente, is het raadgevend referendum een gedrocht van een wet‘. Vooral de kiesdrempel van 30 procent is hem een doorn in het oog, omdat die volgens hem strategisch kiesgedrag uitlokt. Tegen de NOS zegt hij:

Ja-stemmers zullen zich voor hun kop slaan dat ze zijn gaan stemmen. Als ze allemaal thuis waren gebleven was de drempel niet gehaald en hadden ze hun doel bereikt. Je hebt nu een extra optie gecreëerd voor voorstanders: thuisblijven. Dat is onwenselijk.

Wim Voermans, hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit Leiden, sluit zich daarbij aan:

Een opkomstdrempel van 30 procent hoort bij een referendum dat bindend is. Bij een raadgevend referendum heeft dat geen enkele zin. Bovendien zijn de percentages op verschillende manieren te interpreteren. Je kunt ook zeggen: twee derde is thuisgebleven. Als zij bezwaren hadden, hadden ze wel tegengestemd. Het geeft de regering de ruimte om het verdrag grotendeels naast zich neer te leggen. Ik verwacht dat Rutte dat zal doen.

In de media wordt druk gespeculeerd over wat Rutte nu gaat doen, Trouw schrijft bijvoorbeeld:

De meest waarschijnlijke optie is dat het kabinet met de commissie en andere landen in gesprek gaat over concessies richting Nederland, die enigszins aan de nee-stem tegemoet moeten komen. PvdA-fractievoorzitter Samsom zinspeelde hier maandag in een tv-debat op. Bij een ‘nee’ kan Nederland volgens hem ‘het verdrag niet op deze manier aannemen’. De vraag is wat er dan precies heronderhandeld moet worden. Waren nee-stemmers tegen specifieke onderdelen van het verdrag, of gaven zij uiting aan een breder gevoel van onvrede over Nederlandse politici of de EU? Die onvrede is lastig te repareren door een aantal paragrafen aan te passen. De aanvoerders van het nee-kamp geven evenmin een helder richtsnoer. De leiders van het Burgercomité EU zeiden dat het referendum voor hen meer een manier is om de verhouding tussen Nederland en de EU te verstoren dan dat zij waarde hechten aan de precieze afspraken met Kiev.

Het AD spreekt van een ‘duivels dilemma dat in de coalitie wellicht voor spanningen zal zorgen’ en schrijft:

De PvdA heeft immers al gezegd dat zij een ‘nee’ niet willen negeren, terwijl de VVD ‘niet wil buigen voor Poetin’. De coalitiepartner zou het ‘nee’ het liefst naast zich neerleggen. Dat kan, omdat het referendum formeel raadgevend is en niet bindend. Toch is negeren een nauwelijks serieus te nemen optie. Een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer vindt dat de uitspraak van de kiezer bij een geldig referendum niet kan worden genegeerd. Waarom trek je anders 35 miljoen euro uit en doe je niets met de stem van mensen die wél de moeite namen naar het stemlokaal te gaan? Het kabinet kan de beslissing over wat te doen met het referendum nog even voor zich uitschuiven. Morgen praat de ministerraad er voor het eerst over, maar zal dan geen besluit nemen. Daarvoor wacht het kabinet eerst de definitieve uitslag van het referendum af. Die maakt de Kiesraad op 12 april bekend. In de ministerraad zal vooral gesproken worden over de procedure. Voor het kabinet is het eerste raadgevende referendum immers ook nieuw en het is allerminst duidelijk hoe zij er zelf mee moeten omgaan. ,,Daarna gaan we ook met de partijen in de Kamer praten,” aldus Rutte.

NRC schetst een beeld van algehele politieke verwarring:

De angst voor de kiezer zit diep. In 2005 stemde Nederland in een referendum ook over Europa, toen over de Europese Grondwet. De tegenstem was toen iets lager (61,5 procent), maar de opkomst veel hoger (63,3 procent). De onvrede onder de kiezers die woensdag tegenstemden zit misschien dieper, maar deze lijkt niet breder gedragen. Ook ontbreekt bij een ja/nee-vraag in het referendum een inhoudelijke onderbouwing. Wat de kiezer precies bedoeld heeft? De politiek heeft geen idee.

Volgens de Volkskrant moet het kabinet nu bij het electoraat te rade wat ze precies bedoelden met hun ‘Nee’-stem:

Het kabinet zal nu eerst moeten achterhalen waarom de kiezers ‘nee’ hebben gezegd tegen het associatieverdrag. Alleen met een duidelijk antwoord kan Rutte bij zijn collega-regeringsleiders aankloppen voor heronderhandelingen. Dat is geen eenvoudige opdracht. De SP liet gisteren weten dat wat in ieder geval het vrijhandelsverdrag tussen de EU en Oekraïne ‘socialer’ moet worden.

De Oekraïense president Petro Porosjenko is vooralsnog niet onder de indruk van de referendumuitslag. Oekraïne zal de samenwerking met de EU verder uitbreiden, ondanks het Nederlandse ‘Nee’. Porosjenko wees er in een reactie op dat de uitslag niet-bindend is, en dat de organisatoren van het referendum hun peilen eigenlijk op de EU gericht hebben, in plaats van op het associatieverdrag met Oekraïne.

Geef een reactie

Laatste reacties (298)