24

‘Kinderen de dupe van fouten bij jeugdzorg’

AD: Onjuiste rapportages van Jeugdzorg leiden soms ten onrechte tot uit huis plaatsing

Door de matige kwaliteit van de rapportages van Jeugdzorg worden soms kinderen ten onrechte uit huis geplaatst. Dat schrijft het AD in de weekendeditie van de krant. Kinderrechters bevestigen weliswaar de matige kwaliteit van de rapporten, maar volgen de mening van Jeugdzorg meestal toch.

Het AD schrijft:

Gezingsvoogden van Bureau Jeugdzorg presenteren meningen als feiten en kopiëren passages uit oude rapporten klakkeloos in nieuwe analyses, stellen betrokkenen. Ook laten ze de bron van hun informatie veelal achterwege.

Kinderrechters Sonja de Pauw Gerlings-Döhrn bevestigt de matige kwaliteit van de rapporten. Ze wijdt het aan de kennis van de gezinsvoogden. “Het zijn maatschappelijk werkers. Ze zijn niet opgeleid voor het schrijven van rapporten”, aldus de kinderrechter. Toch verkiest de kinderrechter vaak het woord van de professional boven dat van de ouder.

Hoogleraar Jeugdbescherming besloot de kwaliteit van de rapportages langs een wetenschappelijke meetlat te leggen. Zijn conclusie nadat hij ruim tweehonderd uitspraken van kinderrechters over uithuisplaatsing onder de loep had genomen: Bureau Jeugdzorg handelde in 1 op 10 zaken onzorgvuldig. Denk aan het presenteren van diagnoses van gedragsdeskundigen die niet onafhankelijk zijn, maar in dienst van Jeugdzorg zelf.

De Bredase kinderrechter en voorzitter van de Expertisegroep Jeugdrechters, Jolande Calkoen-Nauta, zegt in het AD: “Soms zijn zaken in het jeugdrecht niet keihard te bewijzen.” Ze snapt dat Jeugdzorg met aannames en vermoedens werkt, maar zet daar wel een kanttekening bij: “Als er bijvoorbeeld staat dat iemand borderline heeft, moeten wij weten wie dat heeft gezegd. Was dat de ex of de psycholoog?”

Doordat de waarheidsvinding niet absoluut is, kunnen fouten worden gemaakt. René Meuwissen, bestuurslid, verklaart tegenover het AD:

Blauwe plekken bij een kind, gebroken armen of benen, oude breuken. Dat zijn feiten. Maar een bepaalde opvoeding van een kind kan desastreuze gevolgen hebben. Die zijn niet met feiten te staven, maar zijn vaak gebaseerd op ideeën over normen en waarden. De ene ouder vindt dat bij een goede opvoeding geen prik voor mazelen nodig is, de andere ouder verafschuwt die opvattingen. Dat zijn lastige zaken.

Ook de Tweede Kamer is bezorgd over de tekortkomingen in de Jeugdzorg. CDA-Kamerlid Mona Keijzer vindt dat de rapporten nu nog te veel samenhangen met ‘van horen zeggen’. Keijzer: “Een juf zegt iets, een kinderleidster zegt ook iets, dan is er nog iemand uit de familie met twijfels en misschien is er een leerachterstand. Dat is voldoende om kinderen uit huis te plaatsen.” SP-Kamerlid Renske Leijten vindt dat jonge hulpverleners ontzettend in het diepe worden gegooid en onvoldoende begeleiding en tijd krijgen om goed onderzoek te doen.

Tussen 2005 en 2009 groeide het aantal kinderen dat onder toezicht stond explosief. In die tijd kwam een gezinsvoogd voor de rechter wegens de dood van de 3-jarige Savanna. Jeugdzorg begeleidde het gezin maar kon niet voorkomen dat het 3-jarige meisje door haar moeder werd gedood.

Meuwissen erkent dat de rapportages beter moeten. Er zijn cursussen gestart om gezinsvoogden bij te scholen. “Het moet beter. Rapporteren is een andere vaardigheid dan hulpverlenen”, aldus Meuwissen in het AD.

Update 16.55

D66-Tweede Kamerlid verklaart tegenover het AD:

Het zou kunnen dat kinderen onterecht uit huis zijn geplaatst. Het blijft mensenwerk, maar we moeten heel veel verbeteren.

De Tweede Kamer heeft op haar voorspraak dan ook de Kinderombudsman ingeschakeld om de rapportages te onderzoeken. In het najaar zal hij de resultaten presenteren.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)