Laatste update 16:13
221

Kritiek op borstklopperij boeren over eigen ‘heldenrol’ in Hongerwinter

Boze boerenleider Marc van den Oever van de militante actiegroep Farmers Defence Force (FDF) pochte afgelopen week over de heldenrol van boeren tijdens de Hongerwinter. In die maanden van 1944-45, toen de nazi’s de aanvoer van voedsel naar de Randstad blokkeerden, kwamen 20.000 mensen van de honger om het leven. In een brief aan de leden citeerde hij een van de actievoerders:

In de winter 2019/2020 is het 75 jaar geleden dat we een hongerwinter hadden. Dat de boer de meest gewaardeerde burger was die deelde van het weinige eten wat hij had. Vaak van illegale huisslachtingen en het achterover gedrukte deel van de oogst en zuivel. Op fietsen zonder banden kwamen ze van heinde en verre.
Hoeveel kan een mens vergeten in 75 jaar, blijkt wel uit de huidige houding ten opzichte van de boer. Hardop denkend vraag ik me af of het geheugen eens opgefrist moet worden.

Van den Oever roept in de brief op tot actie om de ‘klimaatsalafisten’ een halt toe te roepen. Een van de plannen is het tegen Kerstmis blokkeren van de voedseltoevoer naar supermarkten.

Die claim op de heldenrol in de Tweede Wereldoorlog valt niet overal goed. Ton Groenendijk schrijft in het AD:

In de winter van 1945 raakte mijn toen 24-jarige moeder op haar tocht van Den Haag naar Drenthe haar tafelzilver, de inhoud van de linnenkast en bijna haar eerbaarheid kwijt. Er waren natuurlijk ook goede boeren. Maar de indruk die ze toen bij menige hongerlijder achterlieten was niet veel beter dan die van de bezetter. ‘Grof, inhalig en machtsbelust’, waren mijn moeders woorden. Die indruk wekken ze nu weer.

Groenendijk vindt de woorden des te ongepaster omdat ze ook geuit worden door nertsenfokkers die aangesloten zijn bij FDF. “Dat met name een nertsenfokker zich naar voren dringt, iemand die op industriële schaal dieren fokt met als doel geld te verdienen aan hun dood, doet weinig goed aan het beeld van de nobele landbouwer.”

Bij het Verzetsmuseum zijn getuigenissen te vinden die het relaas van Groenendijk ondersteunen:

Bij die hongertochten zijn ook veel mensen door de kou bezweken. Ik heb een keer een paar meisjes zien lopen met hun dode vader op de handkar. Die gingen weer naar huis. M’n linnengoed, al mijn tafelzilver, m’n vloerkleed, alles heb ik ingeruild voor eten. Op den duur wilden de boeren geen linnengoed meer. Sommigen hadden zelfs een bordje op hun deur: ‘Geen linnengoed meer’.

Bij Oorlogsverhalen wordt geconstateerd dat veel boeren hielpen maar een deel van hen misbruik maakten van de schrijnende situatie:

Veel mensen, vooral vrouwen, fietsten of liepen naar het oosten of noorden van het land om daar aan eten te komen, met het beetje geld dat ze hadden of om bezittingen: textiel, zilveren bestek en gouden sieraden te ruilen voor voedsel. Dergelijke tochten werden hongertochten genoemd. Veel boeren gaven onderdak aan mensen die over straat trokken. Die mensen worden hongertrekkers genoemd. Sommige boeren vroegen uit winstbejag veel te hoge prijzen voor het voedsel.

In een hoofdredactioneel commentaar getiteld ‘Laat de hongerwinter er buiten’ in vakblad De Boerderij wordt ook forse kritiek geuit op de “bizarre brief” van FDF: “Het is regelrechte oorlogstaal. Eerder al begon Sieta van Keimpema over een ‘burgeroorlog’. Als zulke geluiden de overhand krijgen, loopt het straks toch nog uit de hand.”

Foto: Vrouwen op weg naar boeren voor voedsel tijdens de Hongerwinter / Nationaal Archief

Geef een reactie

Laatste reacties (221)