32

Lesbos, de kerststal van herberg Europa

'De oranje bergen met reddingsvesten torenen boven alles uit, als een grafsteen voor de vluchtelingencrisis'

Dinsdag tikte het aantal asielzoekers dat in 2015 een veilig heenkomen zocht in Europa de één miljoen aan. De helft van hen via de Griekse eilanden, het merendeel via Lesbos. Daar hebben de bewoners van het eiland enorme stapels gemaakt van de achtergelaten of aangespoelde oranje reddingsvesten. Stapels van bijna vier meter hoog. Elders op het eiland is de lokale bevolking begonnen aan de aanleg van alweer de tweede begraafplaats om de drenkelingen een laatste rustplaats te geven. De oranje bergen met vesten torenen boven alles uit, als een grafsteen voor de vluchtelingencrisis.

In het noorden van Lesbos zien de bewoners met hun verrekijkers vluchtelingen aan hun barre tocht beginnen vanaf de Turkse kust in de verte. ‘We zijn er zo dichtbij,’ zegt de 83-jarige Emilia Kavisi, een gepensioneerd olijfplukster met een huisje vlakbij de zee. ‘We horen de geluiden en het gillen in de nacht.’

Het is dit uitzicht waardoor de mening van de eilandbewoners over Europa wordt gevormd. Het Europa dat niet in staat is voor een veilige overtocht te zorgen, om mensen voor een verschrikkelijke dood te behoeden, of ze nu welkom zijn of niet. ‘Het is onmenselijk,’ zegt Kavisi. ‘De wreedheid.’

Op slechts een enkele uitzondering na hebben de bewoners van Lesbos de vluchtelingen die hun kusten bereiken warm onthaald. Vele malen warmer dan de Europese overheden. Kavisi zelf werd een toonbeeld van de lokale gastvrijheid nadat ze in oktober gefotografeerd werd terwijl ze de baby van een vluchteling knuffelde en het kind in slaap zong. De foto maakte haar een beroemdheid in Griekenland, maar dat doet haar verder weinig. Ze deed het, zo vertelt ze, omdat haar ouders eens in eenzelfde situatie verkeerden. Zoals vele anderen op Lesbos stamt ze af van mensen die vanuit Turkije de zee op werden gejaagd, nadat de Grieken daar in 1922 werden verjaagd. Kavisi herinnert zich de verhalen. ‘Daarom wil ik helpen.’

De wil om te helpen, om een actieve bijdrage te leveren, neemt fors toe in het noorden van het eiland. Nog geen half jaar geleden werden de rubberen bootjes door hooguit een handvol plaatselijke bewoners opgevangen, als ze al werden opgevangen. Eenmaal aan land moesten de vluchtelingen nog ruim zestig kilometer lopen naar de registratiecentra op het zuidelijke deel van het eiland. Inmiddels is er een internationale groep activisten permanent aanwezig en hebben zij samen met de eilandbewoners een goed geoliede en zelfstandige hulporganisatie opgezet. De Franse artsen, de Spaanse reddingsmedewerkers, ze komen allen als geroepen in het gebied waar de zee dit jaar al ruim 700 vluchtelingen heeft opgeslokt.

‘Het is onvoorstelbaar,’ zegt houtbewerker Eric Kempson, een op eiland wonende Brit. Tot voor kort waren hij en zijn familie vrijwel de enigen die de vluchtelingen opvingen. ‘We begonnen in februari en zijn de eerste drie maanden alleen geweest. In juni kwamen de eerste vrijwilligers. Nu hebben we wachtposten langs de hele kustlijn, we weten wanneer de boten vertrekken, via whatsapp blijft iedereen op de hoogte van waar de boten zijn. We hebben hulpboten om de rubberbootjes tegemoet te komen en hen naar de kust te begeleiden. Daar staan medische teams klaar en er is eten en drinken.’

Eenmaal veilig en verzorgd op het droge, worden de vluchtelingen per auto naar de registratiecentra gebracht. Hier is de situatie nog altijd schrijnend. Syriërs gaan voor, waardoor de vele migranten uit andere landen vaak noodzakelijkerwijs de nacht buiten door moeten brengen, in de kou. Soms dagenlang. Marokkanen, die gemakshalve allemaal als economische vluchteling worden bestempeld, worden zelfs helemaal niet meer geregistreerd. Afghanen, op de vlucht voor de Taliban, mogen zich vaak wel registreren, maar er gaan dagen voorbij voor zij aan de beurt zijn en dus verzinnen ze verhalen. ‘Ik ben Syriër,’ houdt een Afghaan stellig vol. Hij spreekt geen woord Arabisch.

Toch blijven ze komen. Het weer verslechtert, het dodental loopt op, net als het aantal gearresteerde mensensmokkelaars en vluchtelingen aan de Turkse kust. Desalniettemin hebben bijna 71.000 mensen in december zich aan de levensgevaarlijke overtocht gewaagd. 35 keer zoveel als in december van 2014, twee keer zoveel als in dat hele jaar.

Dinsdag kwamen er weer zeker tien boten aan op Lesbos, allen gevuld met zo’n veertig rillende mensen. Sommigen op krukken, veel van hen met kinderen. Kleine kinderen. Baby’s. Allen op zoek naar een welkom passend bij de tijd van het jaar, de viering van de geboorte van iemand die – zoals waar sommige priesters aan helpen herinneren – ooit zelf een in nood verkerende vluchteling uit het Midden-Oosten was. 

‘Ik ben blij dat ik hier met kerst mag zijn en het mag delen,’ zegt Nemer, een 24-jarige Syrische student, als hij bibberend maar goedlachs de boot uitstapt. ‘Ik ben moslim, maar ik kom hier in de hoop dat ik welkom ben. Ik wil me aanpassen aan de gebruiken van het land waar ik terecht kom.’ Nemer gespt zijn reddingsvest af en legt het op de grond, langs de kust. Binnenkort zal het op de hoge, oranje stapels belanden. 

Bron: The Guardian
Beeld: ANP / Lefteris Partsalis

Geef een reactie

Laatste reacties (32)