119

Meerderheid Syriëgangers kampt met psychische problemen

Voor vertrek uit Nederland vaak al psychiatrische diagnoses, zoals schizofrenie, autisme of een psychose

Nederlandse Syriëgangers hebben opvallend vaak psychische problemen, die zich vaak al lang voor vertrek manifesteren. Dat concluderen onderzoekers van het team contraterrorisme- en extremisme van de Landelijke Eenheid van de politie. Ze onderzochten 140 politiedossiers van jihadisten die naar Syrië zijn vertrokken of van wie bij de politie bekend was dat ze wilden gaan. In totaal had 60 procent van de onderzochte Syriëgangers psychosociale problemen. Minstens 20 procent heeft zelfs ernstige gedragsproblemen of een psychiatrische diagnose, zoals schizofrenie, autisme of een psychose.

Dat meldt de Volkskrant. Geen van de jihadisten bleek een hogere opleiding te hebben gevolgd of afgemaakt en bijna niemand had vast werk. Sommigen waren dakloos, sommigen hadden een ouder verloren door zelfmoord. Velen hadden te maken gehad met huiselijk geweld, als dader of als slachtoffer, of beide. Onderzoeker Anton Weenink:

Doordat ze in een isolement raken, zijn ze vatbaar voor groepen die structuur bieden en een kant-en-klaar, radicaal verhaal hebben.

De onderzoekers zeggen zich te realiseren dat hun onderzoek incompleet is, doordat geen controlegroep is gebruikt en dat de politiedossiers niet volledig zijn. Daardoor is het aandeel psychische problemen mogelijk nog hoger, stellen ze. Weenink:

Dit verandert de manier waarop we Syriëgangers moeten benaderen. Ggz, politie en scholen moeten hierin samenwerken. Het is van belang dat de ggz weet wie ze voor zich kunnen hebben. Het is nog te weinig doorgedrongen dat psychosociale problemen een rol kunnen spelen in radicalisering. Eigenlijk werd altijd gedacht dat deze figuren voor terroristische organisaties niet bruikbaar waren en nooit in de jihadzone aan zouden komen. Maar dat gebeurt dus wel. Sommigen worden gebruikt voor zelfmoordaanslagen.

Hoogleraar terrorisme Edwin Bakker zegt in een reactie dat het lastig is er beleid aan te verbinden, omdat de groep zo divers is:

Veel troeven hebben we niet in handen. Misschien moeten we minder op zoek naar signalen van radicalisering, zoals de lange baard of de halflange hoofddoek, maar meer naar mensen die klem zitten. Die moeten we overhalen hulp te zoeken.

Geef een reactie

Laatste reacties (119)