19

Nederland wilde vrije Amerikaanse slaven in Suriname laten werken

Nederland wilde de VS in 1863 wel helpen met het 'probleem' van de vrijgemaakte slaven

Terwijl zowel in de VS als in de Nederlandse kolonie Suriname de vrijheid voor slaven in zicht kwam, bedacht Nederland in 1863 een ander plan. De Nederlandse overheid deed in die tijd een poging om vrijgemaakte slaven opnieuw te knechten door ze naar Suriname te laten overbrengen. Daar zouden ze als nieuwe kolonisten pas na vijf jaar werken weer aanspraak kunnen maken op een stukje land en het burgerschap. Dat schrijft historicus Michael J. Douma in de Amerikaanse krant The New York Times.

In The New York Times beschrijft Douma hoe aan weerszijden van de oceaan het op handen zijnde vrijmaken van de slaven de gemoederen bezig hield. De Nederlanders zouden vooral bang zijn dat de landbouwproductie in de koloniën zou afnemen. In de VS werd de bevrijding zowel om economische als racistische overwegingen gevreesd. Voor velen, waaronder toenmalig president van de VS Abraham Lincoln, was kolonisatie een redelijk alternatief.

Documenten uit de Nederlandse archieven in Den Haag laten zien dat Nederland serieuze pogingen heeft ondernomen om vrijgemaakte Amerikaanse slaven te kopen. De eerste correspondentie tussen Nederland en de VS hierover dateert van ver voor de zogeheten Emancipation Proclamation, het document waarmee president Lincoln de slaven hun vrijheid gaf. 

Vanuit de VS werd in eerste instantie afwijzend op het Nederlandse idee gereageerd. Later gaf Lincoln toch opdracht om gesprekken hierover te openen. Tegen het begin van 1864 lag er een overeenkomst, maar had de Amerikaanse Senaat geen datum vastgesteld waarop het plan daar zou worden besproken.

De verantwoordelijke Nederlandse minister voor Amerika Roest van Limburg ging in de VS aan de slag met de werving en selectie van vrijgemaakte slaven voor Suriname. Op verzoek van Den Haag stelde hij de havensteden Baltimore, New Orleans, New York en Philadelphia voor als mogelijke havens vanwaaruit de voormalige slaven koers konden zetten naar Suriname. Van Limburg ontdekte echter al snel dat zijn eigen ambtenaren liever hun post opgaven dan dat ze hun handen vuil maakten aan ‘neger immigratie’. Het plan van de Nederlanders leek ook om andere – financiële – redenen niet van de grond te kunnen komen. 

De Amerikanen tekenden de overeenkomst uiteindelijk nooit, maar ze wierpen ook geen obstakels op voor de kolonisatieplannen van de Nederlanders. Algauw waren er commerciële partijen bezig met de werving van vrijgemaakte slaven voor Suriname. De vraag of er ook vrije Amerikaanse slaven naar Suriname zijn vertrokken is volgens historicus Douma nog niet beantwoord.

The New York Times: Holland’s plan for America’s slaves

Foto-cc: National Museum of American History

Geef een reactie

Laatste reacties (19)