10

Ondertekenaars Bangladesh Akkoord houden fabrieken geheim

In zeker meer dan duizend Bengalese textielfabrieken is het nog steeds slecht gesteld met de veiligheid

Veel Nederlandse kledingbedrijven die het Bangladesh-akkoord hebben ondertekend, willen de namen van de fabrieken waar hun kleding vandaan komt, niet prijsgeven. Ruim driekwart van de twintig Nederlandse kledingbedrijven deed dat niet. Consumenten kunnen daardoor nauwelijks controleren of een gekocht kledingstuk onder goede arbeidsomstandigheden is gemaakt in een veilige fabriek.

Het Bangladesh Akkoord staat voor een verantwoorde kledingproductie. Het akkoord ontstond een jaar geleden nadat een gebouw waarin vijf kledingfabrieken huisveste in de brand vloog. Bij de ineenstorting van het pand vielen 1138 doden en ruim 2500 gewonden. Veel Nederlandse kledingbedrijven hebben dit akkoord na veel druk ondertekend, maar in meer dan duizend Bengalese textielfabrieken is het nog altijd slecht gesteld met de veiligheid.

Het akkoord verplicht kledingmerken niet om de namen van hun fabrieken bekend te maken. Schone Kleren Campagne vindt om die reden dat het akkoord nog niet sterk genoeg is. De organisatie wil dat openheid over de productielocatie wordt verplicht.

De merken die het akkoord hebben ondertekend, laten bij minimaal 108 Bengalese fabrieken hun kleding maken. Vingino, G-Star, The Sting en Prenatal zijn de enige merken die hun fabrieksnamen aan de NOS kenbaar maakten. WE Europa, Zeeman, HEMA, De Bijenkorf, Veldhoven Group en Wibra vertelden alleen met hoeveel Bengalese fabrieken ze samenwerken. Andere ondertekenaars (Coolcat, C&A, Fashion Linq, Holland House Fashion, MS Mode, O’Neill, Teidem, Texport,Y Organic en V&D) willen de vragen van NOS niet beantwoorden.

NOS: Textielfabrieken blijven anoniem  

Geef een reactie

Laatste reacties (10)