27

Onderwijsinspectie constateert: wie voor een dubbeltje geboren is, wordt zelden een kwartje

Kinderen met gelijke talenten, krijgen in toenemende mate ongelijke kansen. Die constatering doet de Inspectie voor het Onderwijs en noemt de groeiende kloof tussen kansarme en kansrijke kinderen zorgelijk. De bevindingen staan in het jaarlijkse rapport ‘De Staat van het Onderwijs’ dat vandaag aan minister Bussemaker wordt gepresenteerd.

Waar het in de praktijk op neerkomt, is dat kinderen van hoogopgeleide ouders in groep 8 een hoger advies krijgen voor de middelbare school dan kinderen van laagopgeleide ouders. Ook als de Cito-resultaten nagenoeg gelijk zijn. Om tot deze cijfers te komen volgde de Inspectie gedurende 14 jaar leerlingen van hoog- en laagopgeleide ouders met een vergelijkbaar IQ. Kinderen van hoogopgeleide ouders konden in de helft van de gevallen naar havo of vwo, tegenover slechts een kwart van de kinderen met laagopgeleide ouders.

Sinds 2014 is de Cito-eindtoets niet langer leidend voor het type middelbare school. In plaats daarvan is het advies van de leerkracht bindend. De Inspectie concludeert nu dat veel leraren – mogelijk onbewust – een te hoog of juist te laag advies meegeven. Volgens socioloog Herman van de Werfhorst speelt het opleidingsniveau van de ouders hierin een grote rol. Tegenover de NOS zegt hij:

Hoogopgeleide ouders leggen meer druk op leerkrachten als ze het niet eens zijn met het advies. Ze zijn mondiger en veeleisender dan laagopgeleide ouders, die eerder de inschatting van de leraar volgen.

Ook krijgen kinderen van hoogopgeleide meer begeleiding vanuit huis, hebben ze vaker toegang tot huiswerkbegeleiding en aparte trainingen voor toetsen. Eenmaal op de middelbare school groeit de kloof tussen kinderen. Volgens Van de Werfhorst is ook het verdwijnen van brede scholengemeenschappen daar debet aan.

Er zijn steeds meer scholen die alleen havo en vwo aanbieden. De vmbo-scholen worden apart gehouden. Als blijkt dat een leerling een hoger niveau aankan, wordt doorstromen moeilijk.

Bijkomend nadeel voor kinderen is dat middelbare scholen vaak niet het voordeel van de twijfel willen geven en de kinderen een hoger niveau laten doen. Wanneer dat alsnog verkeerd uitpakt en de leerling lage cijfers haalt, pakt dat slecht uit voor de resultaten van de school.

Ook voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad, de sectororganisatie voor het voortgezet onderwijs, vindt de groeiende ongelijkheid ‘onacceptabel. ‘Het met publiek geld gefinancierde onderwijs heeft de dure plicht om alle kinderen gelijke kansen te bieden.’

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) noemen de ontwikkeling ‘zorgelijk’.

Talent en motivatie moeten uitgangspunt zijn bij je schoolkeuze, niet het inkomen of opleidingsniveau van je ouders.

Bron: NOS / Volkskrant
Cc-foto: Joost Borsboom

Geef een reactie

Laatste reacties (27)