40

Overheidsinkopen ontsnappen aan aandacht kabinet

In Uitgesproken Vara een reportage over hoe de overheid miljoenen verspilt

Door de Nederlandse publieke sector wordt jaarlijks volgens de OESO ruim € 120 miljard uitgegeven aan goederen en diensten. Dat is heel veel geld dat op twee manieren belangrijk is voor onze economie. In de eerste plaats hebben besparingen op dit bedrag rechtstreeks een positief effect op onze begroting. Elke euro die de overheid zelf op haar eigen inkopen kan besparen, kan daarmee de broodnodige verlichting bieden bij het ontwikkelen en uitvoeren van bezuinigingsplannen op terreinen als onderwijs, zorg, cultuur, defensie.

Get Adobe Flash player

Maar misschien nog wel veel belangrijker is het effect dat deze enorme uitgavenpost kan hebben op onze economische ontwikkeling: denk aan het steunen van het MKB, het stimuleren van innovatie of het bevorderen van duurzaamheid. Het belang van de overheidsinkopen is evident. Des te opvallender is het ontbreken van enige centrale regie op dit dossier. Het kabinet onderkent deze enorme uitgavenpost niet als zodanig en mist daardoor vele kansen. Voorbeelden uit het buitenland laten zien dat het ook anders kan.

Veel kansen gemist

Op veel onderwerpen die met overheidsinkopen verband houden, wordt in isolatie geacteerd waarbij het grotere geheel over het hoofd wordt gezien. Een paar voorbeelden van deze gefragmenteerde benadering van het dossier.

Het voorstel voor een nieuwe aanbestedingswet is puur gericht op vermindering van de administratieve lasten, maar mist een specifieke doelstelling gericht op het nuttig omgaan met ons belastinggeld.

In het wetsvoorstel staat een verplichting om van het systeem Tenderned gebruik te maken, maar dat systeem maakt nu deel uit van een tijdelijke organisatie PIANOo, waardoor de continuïteit en de samenhang met andere initiatieven niet verzekerd is.

Soortgelijke opmerkingen zijn te maken over andere kernelementen van het wetsontwerp: de klachtenregeling, de richtsnoeren en het flankerend beleid. Hoe deze niet-bindende ‘regels’ straks precies moeten interacteren met de wettelijke voorschriften en allerlei andere vormen van niet-bindende zelfregulering die her en der in de overheidsorganisatie te vinden zijn, is volstrekt ongewis. Mooie bedoelingen dus, maar pas achteraf gaan we bedenken hoe het allemaal in het grote plaatje past – organisatorisch en inhoudelijk.

Een op zich goed functionerend expertisecentrum als PIANOo (ondersteunt professionalisering inkoop) dreigt opgeheven dan wel fors gekort te worden, waarbij niet duidelijk is waar zijn taken dan wel belegd worden.

Wat hebben we geleerd van de enorme budgetoverschrijdingen bij grote infrastructurele projecten en ICT projecten? Wie maakt zich druk over het leren van de lessen en het voorkomen van volgende uitglijders?

De Nederlandse reactie op het Groenboek van de EU staat haaks op een aantal ontwikkelingen die op Europees niveau en in Nederland plaats vinden. Bijvoorbeeld op het terrein van de verlening van concessies voor diensten en van schaarse publieke rechten. Immers zowel het Hof van Justitie van de EU als de Raad van State hebben geoordeeld dat ook de verlening van deze rechten dient te geschieden via competitieve procedures.

Voor de (Haagse) Rijksoverheid is binnen het Ministerie van BZK een directie Faciliteiten, Huisvesting en Inkopen voor de Rijksoverheid (FHIR) bezig om de inkoopactiviteiten te centraliseren. Maar wat is de relatie met al die andere overheden die ook inkopen? De beleidsmatige regie over het totaal ontbreekt.

Regie ontbreekt

Op kabinetsniveau is niet aan te wijzen wie verantwoordelijk is voor de overheidsinkopen. De minister van BZK heeft een directie die zich met inkopen voor de bedrijfsvoering van het Rijk bezig houdt (ca € 10 miljard). Bij de minister van EL&I ligt de nadruk op het tot stand brengen van de wettelijke kaders. Maar niemand houdt zich bezig met het overkoepelende beleid op inkoopgebied.

Hoe anders is dat in de ons omringende landen. In Engeland is de verantwoordelijkheid voor de overheidsinkopen belegd bij een cabinet minister (Francis Maude) en de vormgeving van het beleid ligt bij het Cabinet Office (vgl. het ministerie van Algemene Zaken). Forse doelstellingen op het gebied van besparingen (alleen al op de facilitaire inkopen 3 miljard GBP), samen met eveneens forse doelstellingen op het gebied van MKB aandeel en duurzaamheid, maken dat het bedrijfsleven wordt uitgedaagd om met innovatieve en kosten efficiënte oplossingen te komen.

Daarvan profiteert de overheid direct, maar ook indirect door de stimulans voor het bedrijfsleven. En Engeland staat daarin niet alleen: Consip in Italië en ANCP in Portugal zijn andere voorbeelden van een bredere regie op de totale overheidsinkopen. Een regierol die het Nederlandse kabinet tot nu toe laat glippen.

Dan gaat het er dus niet om dat de huidige taken door de verschillende ministeries al dan niet adequaat uitgevoerd worden. De essentie is dat de enorme impact van de overheidsinkopen niet wordt onderkend en dat op dat terrein niemand verantwoordelijk is voor samenhangend beleid. Nederland laat daarmee enorme kansen liggen. Een mooie opdracht voor het kabinet om die kansen alsnog op te pakken.

Door: Jan Telgen, Henk Addink, Elisabetta Manunza, Arjan van Weele, Chris Jansen, Barbara Baarsma, Gert-Wim van de Meent
De auteurs zijn allen werkzaam als hoogleraar op het terrein van Inkoop en Aanbestedingen, deels vanuit een economische invalshoek, deels vanuit een juridische invalshoek. Zij maken allen deel uit van het Academisch Genootschap Aanbesteden.

cc-foto: Jackie Kever

Mis niets: Volg Joop op Twitter, vind Joop leuk op Facebook

Geef een reactie

Laatste reacties (40)