Laatste update 12:07
16

In Pakistan draait de illegale orgaanhandel op de wanhopige arme onderlaag

Op 30 april van dit jaar vielen de Pakistaanse autoriteiten een geïmproviseerd ziekenhuis binnen in Lahore. Daar troffen zij artsen aan die juist bezig waren met twee illegale niertransplantaties. Zowel de Pakistaanse donoren, als de grif betalende ontvangers uit naburig Oman lagen nog buiten bewustzijn op de operatietafels. De artsen mochten de operatie afronden, daarna werden zij gearresteerd. Net als hun assistenten én de Omaanse patiënten.

Pakistan geldt al lange tijd als spil in een internationaal netwerk van illegale orgaanhandel. Medisch specialisten, maar ook lokale autoriteiten, klagen dat zij nauwelijks iets tegen de verwerpelijke handel kunnen beginnen, omdat landelijk de politieke wil ontbreekt om er een einde aan te maken.

Tekort aan organen
Orgaandonatie is vrij toegestaan in de streng-islamitische staat, mits de donor zijn of haar organen vrijwillig afstaat én er geen financiële vergoeding tegenover staat. Islamitische geestelijken hebben orgaandonatie officieel bestempeld als een islamitische praktijk, maar omdat onder de bevolking de hardnekkige overtuiging heerst dat het een taboe is binnen de islam, kent het land een groot tekort aan vrijwillige donoren.

Dat tekort wordt steevast uitgebuit door profiteurs die de straatarme onderlaag van Pakistan gebruikt om organen te oogsten. Het gebrek aan toezicht staat hen toe voor een minimale betaling, die wanhopig wordt aangenomen, een onuitputtelijke voorraad organen te oogsten voor hen die het kunnen betalen. Dat zijn niet alleen de rijkere Pakistanen, ook over de grens wordt dankbaar gebruik gemaakt van de Pakistaanse organen die voor een bodemprijs geleverd kunnen worden: klanten komen uit de hele Golfregio, verschillende delen van Afrika en zelfs uit Groot-Brittannië.

Waar de illegale orgaanhandelaars in andere landen vanuit de schaduwen moeten opereren, brengen zij in Pakistan open en bloot hun handelswaar aan de man. Een journalist die in hoofdstad Islamabad een officieel ziekenhuis binnenstapte en naar een donor informeerde, was binnen enkele minuten in contact gebracht met een tussenpersoon die niet alleen donoren kon leveren, maar ook voor de benodigde vergunningen kon zorgen. De prijs: een slordige 20.000 euro.

De officiële toezichthouder HOTA zegt machteloos te staan. Formeel beoordelen zij elke aanvraag voor een transplantatie, maar in de praktijk houdt dat weinig in. Wanneer de donor zegt vrijwillig een orgaan af te staan, valt er voor de HOTA verder niets aan te doen. Nadere inspectie is niet mogelijk, daarvoor ontbreekt het hen aan instrumenten.

Symboolpolitiek
Die tijden zijn binnenkort voorbij, verzekert Jamil Ahmad Khan Mayo echter. Hij is assistent-directeur van de federale politie en zegt dat de inval in Lahore op 30 april laat zien dat er een nieuw beleid gevoerd wordt. De zestien mensen die bij die inval werden aangehouden zitten nog altijd vast in afwachting van hun proces. Tegen elk van hen is tien jaar gevangenisstraf geëist. ‘Met de inval willen we een sterk signaal afgeven dat Pakistan niet langer een vrijplaats is voor de illegale handel in organen,’ aldus Ahmad.

Experts hebben er een hard hoofd in dat de inval in Lahore meer is dan symboolpolitiek. ‘De illegale handel komt de rijke elite in dit land ten goede,’ zegt Mumtaz Ahmed, hoofd van de afdeling nefrologie in het Benazir Bhutto ziekenhuis in Rawalpindo. Zij maakt deel uit van een commissie die onderzoek doet naar de illegale handel in nieren. De invloed van de rijke bovenlaag is volgens haar zo groot, dat de overheid nauwelijks iets onderneemt om de illegale praktijk te stoppen.

Vicieuze cirkel 
In Pakistan hebben jaarlijks zo’n 25.000 mensen te kampen met nierfalen. Slechts 2,3 procent van hen komt op legale wijze in aanmerking voor een donornier. De rijken ontdekken in het ziekenhuis al gauw dat ze zich niet druk hoeven te maken om een wachtlijst. Er zijn immers privéklinieken zat waar ze simpelweg een nieuwe nier kunnen kopen. En het zijn niet alleen de rijken die uitwijken naar de zwarte markt. Fabriekswerkers, landarbeiders, ook zij kiezen uit nood voor het schimmige alternatief. Om de kosten te dekken lenen zij geld van de fabrieks- en landeigenaren. Geld dat zij met geen mogelijkheid kunnen terugverdienen, waardoor zij gedwongen de rest van hun leven in dienst staan van de geldschieter.

Bushra Bibi is een van de slachtoffers van de illegale handel. Twaalf jaar geleden kwam haar vader in financiële moeilijkheden door een dure medische ingreep en dus besloot zij een nier te verkopen. Als vergoeding ontving ze 110.000 roepies, omgerekend zo’n 880 euro. Kort daarop trof haar schoonvader eenzelfde lot als haar vader en dus ging ook Bibi’s man onder het mes. Als gevolg daarvan hebben zowel Bibi als haar man al jaren te kampen met chronische pijn en hebben ze de grootste moeite om te werken en voor hun vijf kinderen te zorgen. Ook lukte het niet om de schulden volledig te betalen en zijn die inmiddels opgelopen tot een hoger bedrag dan waar het mee begon.

Bibi en haar familie wonen in het Sargodha district met zijn vruchtbare landbouwgrond waar de beste sinaasappels van Pakistan worden gekweekt. Het is ook de regio waar een bovengemiddeld aantal inwoners organen heeft afgestaan om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Zij hebben zich dankzij lotgenoot Malik Zafar Iqbal inmiddels verenigd in de hoop meer rechten af te dwingen voor de slachtoffers. Op de lijst met slachtoffers staan inmiddels honderden namen, maar als het op meer bescherming aankomt vangt Iqbal nog altijd bot bij de overheid. ‘Zelf heb ik mijn nier moeten verkopen voor 104.000 roepies,’ verzucht hij. 873 euro. ‘Dat was bij lange na niet genoeg.’

Bron: SCMP

Geef een reactie

Laatste reacties (16)