Laatste update 20:55
14

Raad voor de Journalistiek: NRC fout met kop over DENK-voorzitter

NRC Handelsblad publiceerde in juni 2016 een artikel over DENK-voorzitter Selçuk Öztürk. De krant kopte destijds: “Onderzoek integriteit Denk-voorzitter Öztürk”, met als subkop: “Twee zorginstellingen verdenken Kamerlid Öztürk van laakbaar handelen bij zakelijke transacties in zijn vorige leven als zakenman.” NRC was daarmee te stellig én onjuist, zo oordeelt de Raad voor de Journalistiek dinsdag. De politieke partij Denk had een procedure aangespannen, omdat Öztürk het niet eens was met de in het artikel geuite beschuldigingen.

Met de werkwijze van NRC is volgens de Raad voor de Journalistiek niets mis. NRC heeft volgens de Raad “deugdelijk onderzoek verricht en de artikelen opgesteld aan de hand van de destijds voorhanden feiten en omstandigheden. Bovendien hebben ze voldoende wederhoor toegepast voordat zij tot publicatie overgingen. Dat S. Öztürk (klager) daarvan geen adequaat gebruik heeft gemaakt, kan […] de krant niet worden verweten.”

De Raad:

Voor zover de klacht is gericht tegen de kop ‘Onderzoek integriteit Denk-voorzitter Öztürk’ en de onderkop ‘Vastgoed-deal – Twee zorginstellingen verdenken Kamerlid Öztürk van laakbaar handelen bij zakelijke transacties in zijn vorige leven als zakenman’, heeft NRC journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was de handelwijze zorgvuldig.

Öztürk, die de berichtgeving in NRC ziet als aanval, zegt in reactie op de uitspraak:

Ik ben blij dat er een uitspraak ligt waaruit blijkt dat Joep Dohmen onzorgvuldig handelde. We kunnen als samenleving niet accepteren dat er geprobeerd wordt om gekozen volksvertegenwoordigers monddood te maken met valse krantenkoppen en onjuiste berichtgeving.

De Raad schrijft verder in het oordeel:

Verder hebben Dohmen en NRC aannemelijk gemaakt dat zij klager voldoende gelegenheid tot wederhoor hebben geboden. Klager heeft op de zitting desgevraagd erkend dat zijn advocaat (althans die van zijn stichting) uiteindelijk slechts een summiere – niet-inhoudelijke – reactie heeft gestuurd. Volgens klager is daarmee volstaan omdat de houding van de journalisten ‘drammerig’ en ‘hijgerig’ was, en hij de indruk had dat alleen ‘voor de bühne’ wederhoor werd toegepast. Wat daar ook van zij, het had op de weg van de klager gelegen om op het moment dat hij voor wederhoor werd benaderd, daarop adequaat te reageren teneinde de journalisten in staat te stellen (nog) vollediger en meer genuanceerd over de kwestie te berichten. Niet is aannemelijk geworden dat de klager onder onredelijke tijdsdruk moest reageren c.q. heeft gevraagd om uitstel dat hem niet is verleend […] Ten aanzien van de inhoud van de artikelen hebben Dohmen en de krant geen journalistieke normen overschreden.

Geef een reactie

Laatste reacties (14)