Laatste update 05 mei 2020, 09:48
321

‘Racisme zit diep in onze cultuur’

“Herdenken gaat uit van de vaststelling dat het verleden niet voltooid is, van het besef dat de buik die het Derde Rijk baarde, nog steeds vruchtbaar is”, zei Arnon Grunberg in zijn 4 mei-voordracht tijdens de Nationale Herdenking.

Als we ontkennen dat de ziektes van de vorige eeuw – die van het geïndustrialiseerde totalitarisme, van het tot genocide verworden antisemitisme, van het biologisch racisme – diep in onze cultuur zitten, dan weten we niet wie we zijn. En juist dan zijn we vatbaar voor verleiders die ons komen vertellen wie wij zijn en wie wij moeten vrezen.

Grunbergs moeder belandde in 1944 in Auschwitz. Haar ouders hadden geprobeerd Europa te vluchten. Maar het schip de St. Louis, dat in 1939 met meer dan 900 joodse vluchtelingen vertrok vanuit Hamburg, werd geweigerd in Cuba, Amerika en Canada. “Zo spoelde ze met haar ouders aan in Nederland.”

Het antisemitisme dat leidde tot de Holocaust leek lange tijd wellicht iets van het verleden, maar Grunberg ontvangt “onbeschaamd antisemitische e-mails” vanwege zijn krantencolumns. En ook om andere redenen maakt hij zich zorgen.

Het is logisch dat er als er gesproken wordt over bepaalde bevolkingsgroepen op een manier die doet denken aan de meest duistere periode uit de twintigste eeuw, als dat gewoon is geworden, er vroeg of laat ook weer over joden gesproken kan worden. Voor mij was het vanaf het begin af aan duidelijk: als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij. Ik kan niet begrijpen, niet verdragen dat men een mens beoordeelt niet naar wat hij is maar naar de groep waar hij toevallig toe behoort, schreef Primo Levi in de jaren zestig aan zijn Duitse vertaler.

Grunberg verhaalt van een Nederlandse gevangen in Auschwitz die het bevel kreeg om kerosine over mensen in een kuil te gieten. “Hij weigert en wordt daarop zelf levend in de vlammen getrapt.”

Dat een Nederlander in Auschwitz kerosine over levende vrouwen en kinderen moest uitgieten, begon met woorden, met toespraken van politici. Juist in deze geseculariseerde tijden rust, meen ik, een speciale verantwoordelijkheid op Kamerleden, op ministers om het goede voorbeeld te geven, om het woord geen gif te laten zijn. De vrouw die haar halfdode kind in het gezicht van Oberscharführer Voss gooide, zij waarschuwt ons. De Nederlander die ‘Nee! Nee!’ riep, weigerde kerosine over levende vrouwen en kinderen uit te gieten, toen zelf het vuur in werd getrapt, hij waarschuwt ons.

Video niet te zien? Pas je cookie-instellingen aan of klik hier.

Geef een reactie

Laatste reacties (321)