142

Sigrid Kaag bekritiseert intolerante toespraak Wopke Hoekstra

In een lezing voor het 400-jarig jubileum van de Remonstrantse Broederschap in het Rijksmuseum heeft minister van Buitenlandse Handel Sigrid Kaag (D66) uitgehaald naar de maatschappij-opvattingen van minister Wopke Hoekstra, zoals de CDA-kroonprins die uiteenzette in zijn HJ Schoo lezing. Hoekstra zette in die lezing migranten in Nederland weg aan de hand van een enkele anekdote over zijn echtgenote die in haar huisartsenpraktijk te maken kreeg met een ultra-conservatief islamitisch echtpaar. Hoekstra zei daarin:

De huisarts roept een niet-westerse migrante naar binnen. Deze vrouw wordt vergezeld door haar man, die weigert om de huisarts bij binnenkomst een hand te geven. In de spreekkamer neemt de man in gebroken Nederlands het woord en geeft aan welke behandeling er nodig is, terwijl zijn vrouw zwijgt en naar de grond kijkt. Waarop de huisarts aangeeft graag eerst van de patiënt zelf, die ook enig Nederlands spreekt, te willen vernemen wat haar klachten zijn. Maar dat is tegen het zere been van de man. Hij praat namens zijn vrouw, hij kent haar klachten en het is voor hem helder welke behandeling er moet volgen. En nee, zijn vrouw hoeft niet onderzocht te worden. Na enig heen-en-weer praten, zegt de huisarts uiteindelijk: het spijt me, maar op deze manier kan ik u beiden niet helpen. Waarop de man in woede ontsteekt, de huisarts toesnauwt dat een dokter in Nederland verplicht is om iedere patiënt te behandelen, en met zijn vrouw de spreekkamer verlaat.

Vervolgens kwam hij met de obligate ‘relativering’ dat het voorbeeld natuurlijk niet voor alle migranten spreekt, om vervolgens te concluderen:

Er is op het terrein van migratie en integratie tegelijkertijd veel te veel, dat nog altijd niet goed gaat. Geen wonder dat de helft van de bevolking inmiddels onomwonden zegt dat er te veel migranten zijn en zich zorgen maakt over integratie. Ook hier ontbreekt het namelijk aan fundamentele wederkerigheid. Het voorrecht om Nederlander te worden, leidt te vaak niet tot de inspanningen en resultaten die de samenleving wat mij betreft redelijkerwijs van nieuwkomers mag verwachten. Ik geef u op een briefje dat als we de steven niet weten te wenden, dit probleem ons nog decennia parten zal spelen.

Kaag ging in haar lezing in op het voorbeeld, overigens zonder Hoekstra bij naam te noemen:

Als een niet-westers migrantenstel in de spreekkamer van een huisarts komt, weigert een hand te geven, en de echtgenoot per se het woord wil doen voor zijn vrouw, dan vind ik dat op zijn minst ongemakkelijk omdat het fundamenteel botst met mijn eigen levensovertuiging en wereldbeeld. Maar ik zal het niet gebruiken als het bewijs dat het met de wens van de hele groep erbij te horen niet goed gaat. Hier zou ik ook niet willen dat de Staat ingrijpt. Het is belangrijk om de principiële verschillen tussen die voorbeelden te erkennen. En om te kijken hoe het met de grotere bewegingen gaat. Dat de extremen in de politiek—de politici die het moeten hebben van ophitsen van angst—dit niet doen, dat snap ik. Hoe verdrietig het ook is. Maar dat de nuance soms ook in het midden verdwenen lijkt, baart mij zorgen. Want ook vanuit het politieke midden horen we dat veel te veel op het gebied van migratie en integratie niet goed gaat. En dat de wederkerigheid bij nieuwe Nederlanders ontbreekt.

Hier wordt mijns inziens met een te brede kwast geschilderd. De feiten logenstraffen de stelling dat “veel te veel niet goed gaat”. En met die wederkerigheid zie ik het ook niet zo somber in. Kijk naar een groep Marokkaanse-Nederlanders die deze week steun vraagt bij hun strijd tegen de dwang van hun dubbele nationaliteit. Zij zijn Nederlanders, en vragen – en verdienen – onze steun. Natuurlijk, we kunnen wijzen op de Klassieke Oudheid, het Christendom en de Verlichting. Meerdere politici doen dat. Ze zeggen dat “de waarden” uit die tijd onder druk staan.

Dat wij onze identiteit, die zo vanzelfsprekend is dat we het er nooit over hadden, de laatste decennia stukje bij beetje kwijtraken. Maar ik zie dat toch echt anders. Identiteit is niet een statisch, monolithisch gegeven. Ik ben vrouw, Katholiek, progressief liberaal, democraat en Nederlander. Ik was een diplomate en ben nu politica. Ik ben echtgenote en moeder van vier kinderen. Er zijn situaties waarin ik specifiek één van die elementen ben, en soms ben ik alles tegelijkertijd. Identiteit is niet gegraveerd in graniet. Het wordt gevormd in ons hart, ons brein, onze ziel, en onze ervaring. Het is de ontwikkelende, altijd boeiende vorm van ons mens-zijn.

Kaag wijst er op dat het met de kinderen van migranten veelal goed gaat in de samenleving maar zet zich ook af tegen de manier waarop dat veelal gepresenteerd wordt:

Het gaat dus eigenlijk goed met migranten in Nederland. Het is verleidelijk om hier te wijzen op enkele wel heel opvallende “successen”. Maar ik vind het ongemakkelijk als mensen zeggen: “in Nederland kun je als Marokkaanse-Nederlander als je je best doet burgemeester van Rotterdam worden, of voorzitter van de Tweede Kamer.” Alsof je pas meetelt of goed geïntegreerd bent als je iets bereikt hebt dat zo uitzonderlijk is dat het maar door een paar mensen ieder decennium in heel Nederland wordt bereikt. Dat kan niet de maatstaf zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (142)