16

Simone van Saarloos: ‘Symbolen kunnen je niet afgenomen worden’

De filosoof over de verbinding tussen moderne kunst, westerse symbolen, de antiracismestrijd en terroristische gedachtengoed

In het Stedelijk museum is Mach Dich Hübsch! (lees: maak je mooi), de grootste tentoonstelling van de Duitse kunstenaar Isa Genzken (1948) ooit te bezoeken. Zij wordt door de kenners als één van de belangrijkste naoorlogse kunstenaars gezien. Haar werk begon met installaties en breidde uit naar media, schilderijen, werk op papier en collages. De kunst van Genzken zou een radicale vertaling van de actualiteit en samenleving zijn. Het museum is geïnteresseerd in de mening van jonge opiniemakers en heeft schrijver en filosoof Simone van Saarloos en mij aan elkaar gekoppeld om de tentoonstelling onder de loep nemen.


Door Clarice Gargard

We lopen door de zalen van het museum en elke ruimte lijkt weer door een andere kunstenaar ‘bewoond’ te worden. Van de kenmerkende Egyptische koningin Nefertiti met een hippe gekleurde zonnebril die je op de posters van het Stedelijk ziet, naar een ruimte met enkel gezichtsloze poppen met wijde kleding. Volgens de conservator typerend voor Genzken. De ene keer bevecht ze traditionele genderrollen en dan tovert ze weer het alledaagse om in kunst. Wat de volgende vraag bij mij en Simone oproept: waarom is ze dan – in ieder geval in Nederland – vrij onbekend?

Genzken wordt in het Stedelijk geëerd als kunstenaar die de taboeonderwerpen niet uit de weg gaat, seksuele identiteit, feminisme, tragedies en terreur. Zij zou de weg voor anderen geplaveid hebben. Haar werken zijn uiteenlopend in vorm, materiaal en historische waarde. Het is indrukwekkend om te zien hoe een vrouw groot kan worden in een kunstwereld, gedomineerd door mannen, zonder één specifieke stijl aan te hangen, wat toch vaker van kunstenaars verlangd wordt.

De kunstenaar wordt gevierd om haar veelzijdigheid en de verschillende kunststromingen die haar werk beïnvloeden zoals het conceptualisme, expressionisme, dadïsme enzovoorts. Intellectuelen lijken als door een slangenbezweerder gehypnotiseerd en spreken in tongen enkel lovende woorden uit. 

Toch scheppen de kenners – in mijn optiek – verkeerde verwachtingen door het werk van Genzken steeds als radicaal te kenmerken. Het is veertig jaar geleden ongetwijfeld zo begonnen maar afgezet tegen de moderne samenleving waar het doorbreken van taboes salonfähig is, is het feminisme en het bevragen van genderrollen en andere sociale constructies niet per definitie anarchistisch. Het is alsof Genzken het wiel heeft uitgevonden en we inmiddels kunnen zweven op hooverboards. De historische waarde blijft maar de huidige betekenis verandert omdat de samenleving zich ontwikkelt. Hedendaagse schrijver en filosoof Simone van Saarloos geeft haar interpretatie van twee stukken en weet daar toch een onconventionele draai aan te geven.

Weltempfänger 
Simone kijkt naar het beeld van een radio die van cement is gemaakt. Het is makkelijk om voor te stellen dat Genzken refereert aan de DDR, waar de enige manier van informatievoorziening via een medium was dat ook gecontroleerd werd. De zender stond uit maar de informatie drong niet tot de massieve cementen muur door. Het doet Simone vooral denken aan het huidig (sociale)mediatijdperk. Daarbij draait het volgens haar meer om consumptie van nieuws dan om daadwerkelijke interesse.

“‘(…) Er wordt wel van alles opgepikt, maar komt er ook iets binnen? De ontvanger is alleen een zoemende antenne, er zit geen body aan: we zijn ondoordringbaar als het cement van Genzkens radio.

Wanneer het wereldnieuws betreft, is het een beetje alsof we een heet ei doorgeven. Iedereen wil het ei aanraken, dan voel je de hitte even en schud je met je handen – zo van, ‘au, poeh wat is dat heet of erg’ – en doe je mee aan het spel, maar niemand wil het vasthouden. We zijn dus geen ontvangers maar doorgevers.”

Daarnaast zouden we – volgens de schrijver – als ontvangers de taak hebben om berichten beter te leren ontvangen. Vaak wordt de verantwoordelijkheid voor het goed overbrengen van een boodschap bij de zender neergelegd. Als voorbeeld geeft Simone het inmiddels beruchte interview van Anousha Nzume, Seada Nourhussen, Mariam El Maslouhi en Arzu Aslan in het NRC, waar veel controverse ontstond over de manier waarop de boodschap tegen racisme verkondigd werd. 

“(…) Waarom zou je altijd maar naar de ander wijzen in plaats van dat je je eigen luistermethodes bevraagt. Het luisteren is net zo goed een daad, een actieve bezigheid, als zenden. We moeten niet verwachten dat goede ontvangst de verantwoordelijkheid is van de zender. Het ontvangen komt van jou als ontvanger. 

We denken vaak dat iets de moeite waard moet zijn om te worden ontvangen. Dan zeggen we: ‘something will catch your eye’. ‘Ik merk vanzelf wel dat er een belangrijke prikkel is. Ik merk vanzelf wel wat ik leuk genoeg vind, ik merk vanzelf wel wie interessant is in deze’… Nee, misschien moet jij gewoon je opmerkzaamheid oefenen.

We zouden volgens Simone daarin meer een voorbeeld kunnen nemen aan de kunstwereld.

De ideale kunstkijker gaat zo te werk: je zegt niet dat het kunstwerk verantwoordelijk is voor je kijk-, lees-, of luisterervaring. Het is een samenspel. Daarom is het museum zo’n gekke plek. Je bent je bewust van het feit dat je een ruimte betreedt waarin je op een bepaalde manier je best moet doen.

Voor het bespreken van wereldnieuws of bij het publieke debat zou eigenlijk ook een speciale vorm moeten bestaan: een ruimte die je bewust maakt van de moeite die je moet doen, een ruimte die oproept om niet alleen iets door te geven, maar om je te engageren of verbinden met wat je in handen krijgt.”

Zaalopname van Isa Genzken, Weltempfänger (1987)

Flugzeugfenster
De ramen van het vliegtuig doen Simone denken aan een clichébeeld in films en boeken: een personage staart uit een raam en piekert. Volgens de filosoof roept het venster gedachtes op over wat het betekent om ergens binnen of buiten te staan.

“Het venster geeft je een blik op de wereld. We kunnen alleen naar buiten kijken wanneer er een raam is, anders is er geen duidelijk verschil tussen binnen en buiten. Het venster zorgt voor een heldere afbakening in de ruimte.

In boeken of films is het raam of venster een clichébeeld: het venster symboliseert dan een verlangen naar vrijheid. Die dromerigheid is ook een beetje vals: het raam maakt dat je kunt verlangen naar elders, terwijl het misschien niet eens zo ver weg is; immers zorgt het raam ervoor dat er überhaupt een ‘hier’ en ‘elders’ zijn. Het venster creëert een dualistische verhouding tot de ruimte.” 

Flugzeugfenster, Flugzeugfenster (Medusa, 2003)

Genzken heeft meerdere kunstwerken rondom de terroristische aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten gemaakt. Een voorbeeld daarvan zijn de stoffen sofa’s die aan het plafond hangen, waarvan de voering opengereten is en het vulsel naar beneden dwarrelt. De banaliteit van het alledaags meubilair wordt afgezet tegen de desintegratie van het World Trade Center en dat heeft iets wrang.

Simone bedenkt dat het vliegtuig – door de mobiliteit – voor vrijheid stond en nu door terrorisme en ongelukken met angst en terreur wordt geassocieerd. Vaak wordt er gezegd dat terroristen ons ‘iets afpakken’, maar Simone vraagt zich af of het überhaupt mogelijk is om de betekenis van een symbool te kapen of toe te eigenen.

Wanneer je denkt dat de betekenis van symbolen niet verandert, denk je constant in termen van verlies. Het symbool van vrijheid is een symbool van vrijheid omdat wij het zo hebben geduid en gemerkt maar dat betekent niet dat er niet meerdere symbolen kunnen zijn. 

Ik snap het sentiment en de nostalgie van symbolen wel. Maar als je vasthoudt aan symbolen die anders gemaakt worden en doet alsof wanneer ze veranderen ze daarmee afgepakt worden, dan haal je de waarde weg. Iets heeft de betekenis die je zelf eraan geeft.”

De filosoof noemt het zwartepietendebat als voorbeeld. Degenen die Zwarte Piet niet willen veranderen zien aanpassingen aan zijn uiterlijk als een verlies. En wie iets als verlies ervaart, zou het gevoel hebben dat hem onrecht is aangedaan.

Het gevoel ergens alleenrecht op te hebben, smoort de creativiteit en de mogelijkheid op debat. Als iemand aan de betekenis van jouw symbolen wrikt, betekent het niet dat hij jou berooft. Het betekent dat we in dezelfde ruimte staan en dus gelijk zijn.

Wat de propieters in het zwartepietendebat niet willen toegeven, is dat zij een ruimte delen met de antipieters. Zolang je die gemeenschappelijke grond ontkent, kun je helaas alleenrecht eisen op de betekenis van een symbool.” 

Ten slot concludeert Simone dat het radicale van Genzken toch zichtbaar wordt in Fenster.  De kunstenaar zou de kijker dwingen om in dezelfde ruimte te stappen als de aanstichters.

De terroristen die de betekenis van het vliegtuig van vrijheid in angst veranderden, zijn aanwezig in het werk. Om het werk te ervaren, moet je alle betekenissen toelaten. Door het werk als gelaagd te ervaren, geef je je alleenrecht op en besef je dat je een ruimte deelt met die ander, die eigenlijk evenveel recht heeft om betekenis te geven aan het object en om daar bepaalde fantasieën of verlangens bij te hebben.

Je kunt het er niet mee eens zijn, maar je moet erkennen dat die ander er ook is. Omdat kunstervaringen in onze cultuur als goed worden gezien, ontstaat er dus eigenlijk een productieve verhouding met die ander. Dat is best schokkend.” 

Mach Dich Hübsch! is tot en met 6 maart 2016 in het Stedelijk Museum te bezoeken.

cc foto’s: 

Martijn Verhagen

Stedelijk Museum

Gert Jan van Rooij

Geef een reactie

Laatste reacties (16)