169

‘Terreuracties gaan hoofdzakelijk over politiek, niet religie’

Karen Armstrong: Wat wij kunnen doen tegen terrorisme, is laten zien dat het lijden van moslims op de wereld niet minder belangrijk is dan dat van onszelf

Vooraanstaand godsdienst geschiedkundige Karen Armstrong vindt dat de Westerse wereld zich te veel concentreert op de religieuze kanten van terroristische acties. Ze ontkent niet dat het op een gewelddadige wijze verkrijgen van politieke macht religieuze componenten heeft, maar dat is volgens haar bij alle ‘religieuze oorlogen’ het geval. Jihadisten die overgaan tot terreur voelen zich echter ook nog enorm vernederd. Met name door de gebeurtenissen in Palestina. “Uiteindelijk is het verveling en een gebrek aan zingeving dat hen drijft tot terreur”, meent Armstrong.

Klik op de foto om naar de uitzending met Karen Amstrong te gaan

De gebeurtenissen in Parijs en daarvoor ook de aanslagen in Londen en Madrid zijn inderdaad een aanslag op de vrijheid van meningsuiting, aldus Armstrong, maar het is volgens haar ook een kreet van machteloosheid en die staat volgens haar los van religie.

“Joden zijn een doelwit geworden vanwege Palestina”, legt ze uit in Buitenhof. “Palestina is het symbool geworden voor alles wat er in de wereld misgaat met de islam. Het is machteloosheid en niet zo zeer antisemitisch. En mijn angst is dat Al Qaida met hun actie in Parijs een slag van de beschaving wil uitlokken.”

Het is volgens haar een grote misvatting dat de Koran geweld uitlokt. “Jihad betekent strijd, niet ‘heilige oorlog’. Het wordt 41 keer genoemd in de Koran en slechts in tien gevallen verwijst het naar oorlog. In andere gevallen gaat het over ‘inspanning’ om een ander te helpen.”

Wat jihadisten uiteindelijk drijft tot een terroristische daad heeft volgens haar vooral te maken met vernedering. “De meesten die naar Syrië afgereizen om aan de zijde van IS te vechten, zijn geschokt door het lijden van moslims […] Ze willen hun broeders helpen. […] Als wezens zoeken we zingeving. We willen waarde toekennen aan wat we doen, anders worden we wanhopig.”

Daaropvolgend vertelt ze het verhaal over een psychiater die bij 50 terroristen die betrokken waren bij 9/11 moest onderzoeken wat hen dreef tot hun daad. “Hij kwam erachter dat het probleem voornamelijk bestond door onwetendheid over de islam. Slechts 20 procent van de strijders was islamitisch opgevoed. Daarom zie je ook dat het vaak bekeerlingen zijn. En ook bleek later dat twee terroristen twee maanden voor hun aanslag het boek ‘Islam voor dummies’ hadden aangeschaft.”

Wat we het beste kunnen doen tegen dit soort aanslagen, is vooral kijken hoe we in deze situatie terecht zijn gekomen, meent Armstrong. “We hebben jarenlang overheden gesteund in moslimlanden die hun burgers hebben genegeerd.” Daarbij noemt ze onder andere de sjah, het regime van Saddam Hussein en Saoedi-Arabië. “We moeten in het vervolg veel consequenter zijn […] Door de verkeerde houding hebben we mensen jarenlang onthouden van hun vrijheid.”

Wat volgens haar ook zou helpen is tijdens de vredige demonstraties zoals die in Parijs, vooral ook stil te staan bij de onschuldige moslims die bij terreuracties zijn omgekomen. Bijvoorbeeld door respect te tonen jegens de 105 Pakistaande kinderen die omkwamen bij een aanslag op hun school in Peshawar en de 2000 Nigerianen die door Boko Haram werden afgeslagd.

“We zien alleen ons eigen lijden. Zeker 90 procent van de slachtoffers in Irak bijvoorbeeld, waren onschuldige burgers en wij doen alsof sommige levens belangrijker zijn dan anderen.”

Geef een reactie

Laatste reacties (169)