42

Textielfabrieken niet veiliger

Ondanks beloftes kledingmerken is er nauwelijks verbetering ... vakbonden: 'mensen worden behandeld als machines'

Afspraken om het werk in kledingfabrieken in Bangladesh veiliger te maken, hebben tot nu toe weinig effect gehad. Het grote aantal tussenpersonen maakt het vrijwel onmogelijk om onveilige situaties in kledingfabrieken aan te pakken. Nieuwsuur ging naar de hoofdstad Dhaka en maakte er een confronterende reportage.


Toen in april 2013 een kledingfabriek in Dhaka instortte, was het onderwerp in een keer actueel. In de fabriek, waar onder andere kleding voor C&A werd gemaakt, kwamen meer dan 1000 mensen om het leven. Opeens had iedereen had het over ‘eerlijke’ kleding en grote modemerken beloofden verbetering. Nieuwsuur reisde naar Dhaka om te kijken wat er van die verbeteringen is terechtgekomen en interviewde een van de overlevenden, een vrouw die onder het puin bedolven raakte en haar eigen arm moest afzagen om haar leven te kunnen redden.

Vakbond

In de reportage komt de voorzitter van de Vakbond aan het woord, die uitlegt hoe westerse kledingbedrijven de handel met onderaannemers toestaan. Ze eisen van de bedrijven die ze de orders gunnen dat in de fabrieken goede voorzieningen zijn, maar volgens de vakbond is er vervolgens geen toezicht op. Daardoor vindt een deel van de productie vaak plaats in kleinere, vaak illegale fabriekjes, die niet worden gecontroleerd en waar de werkomstandigheden slecht zijn. Ze is er niet van overtuigd dat de grote merken en de tussenpersonen de situatie gaan verbeteren. Die zijn maar op zoek naar één ding: zo goedkoop mogelijk kleding produceren, is het niet in Bangladesh, dan wel in Afrika. “Mensen worden er als inventaris gezien, niet als personen. Het zijn gewoon machines”, aldus de vakbondsvrouw.

CoolCat

Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bracht vorig jaar nog een bezoek aan kledingfabrieken in Bangladesh. Ook uitte ze kritiek op bedrijven die weigerden om het convenant voor betere werkomstandigheden te tekenen. Inmiddels is de minister in gesprek met modebedrijven. Zo heeft ze gesproken met de eigenaar van CoolCat over nieuwe initiatieven op het gebied van het verduurzamen van de textiel- en kledingsector. Beiden vinden dat bedrijven in de sector hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
Volgens de website van Nieuwsuur werkt CoolCat samen met de brancheorganisaties in de textiel- en kledingsector aan een plan voor verduurzaming. Maar volgens de Kledingchecker van Goedewaar, een organisatie die het duurzaamheidsbeleid van kledingmerken controleert en publiceert, verdient CoolCat vooralsnog geen pluim. Het bedrijf wilde Goedewaar geen openheid geven over hun sociale- en duurzamheidsbeleid. Ook op de ranglijst van duurzame bedrijven van de consumentenorganisatie Rank a Brand bungelt CoolCat onderaan met een D-label.

Akkoord

De brancheorganisaties MODINT, Inretail en VGT erkennen dat delen van de productie soms worden uitbesteed aan een onderaannemer. Dat gebeurt volgens de vertegenwoordigers van de Nederlandse textielbedrijven meestal niet in overleg met het kledingmerk, zo schrijft de NOS.
Een deel van de problemen in de textielindustrie wordt volgens de brancheorganisaties veroorzaakt door het inkoopproces. Late wijzigingen in de ontwerpen en het heel laat inkopen van grote partijen kunnen leiden tot extreem overwerk en niet-toegestane onderaanbesteding.
De organisaties willen dat aan het eind van 2014 minimaal de helft van de bij hen aangesloten bedrijven in Bangladesh het ‘Accord on Fire and Building Safety’ ondertekent. Bij dat akkoord hoort een lijst met daarop de producenten en onderaannemers die werken voor westerse bedrijven die het akkoord hebben getekend.

Geef een reactie

Laatste reacties (42)