173

Turks-Nederlands Tegengeluid vraagt Asscher om onderzoek islamofobie

Belangenorganisaties, politieke partijen en studentenverenigingen roepen minister op tot actie in ondertekende brief 

Het Turks-Nederlands Tegengeluid doet een oproep aan minister Asscher (Sociale Zaken) om meer onderzoek te doen naar islamofobie. De brief waarin dat gedaan wordt is ondertekend door diverse maatschappelijk organisaties, studentenverenigingen en politieke partijen. Asscher heeft vrijdag laten weten de intentie te hebben volgend jaar met dergelijk onderzoek te beginnen.

Het initiatief is gedaan naar aanleiding van het onderzoek waaruit is gebleken dat twaalf procent van de islamitische jongeren antisemitische ideeën zou hebben. Minister Asscher ging vervolgens vervolgonderzoek doen naar die opvattingen van die jongeren.

In hetzelfde onderzoek wordt gesteld dat 33 procent van de autochtone jongeren van christelijke of niet-religieuze komaf negatieve denkbeelden heeft over moslims. Dat zou volgens de ondertekenden genoeg reden moeten zijn om ook onderzoek naar islamofobie te doen. In de brief wordt daarvoor gepleit en worden er concrete voorbeelden genoemd. 

Minister Asscher heeft donderdag in een reactie laten weten ‘iedere vorm van haat en geweld te verafschuwen’ en volgend jaar research te gaan doen naar de toenemende islamofobie. Dat laat de belangenorganisatie TNT op hun Facebookpagina weten. Hieronder de gehele oproep. 

Op 28 oktober 2015 zijn de resultaten van het kwalitatief vervolgonderzoek “Nader onderzoek beelden van islamitische jongeren over zionisten en Joden” verschenen, uitgevoerd door het Verwey Jonker instituut en de Anne Frank stichting. Het rapport is overwegend positief over de denkbeelden van islamitische jongeren over Joden in Nederland. Uit het rapport blijkt namelijk dat islamitische jongeren neutraal tot positief zijn. Dit beeld steekt af tegen het onderzoek van juni 2015 waaruit bleek dat 12% van de moslims niet zo positief is over Joden in Nederland.

Er is vervolgonderzoek ingesteld om de triggerfactoren van de opvattingen van deze jongeren te onderzoeken. Wij dichten elke vorm van haat en geweld evenveel afschuw en afkeer toe. Het had de minister van Sociale Zaken & Werkgelegenheid daarom gesierd indien hij tevens een vervolgonderzoek had ingesteld naar de andere resultaten van hetzelfde onderzoek waaruit blijkt dat een groep van 33% autochtonen niet zo positief over moslims is. Het is van uitermate groot belang om achterliggend gedachtegoed te onderzoeken bij elke vorm van haat in onze samenleving. Het percentage van 33% is niet langer af te doen als “bijvangst” nu duidelijk is geworden dat 1 op de 3 van de onderzochte autochtonen niet zo positief is over islamitische burgers van Nederland. Van de minister verwachten wij dat hij de triggerfactoren naar islamofobie concreet in kaart laat brengen zodat specifieke beleid en acties daarop afgestemd kunnen worden. Hoe wordt islamofobie veroorzaakt en welke factoren spelen een rol in de toename van islamofobie? Uiteraard kunnen wij samen minstens tien factoren bedenken, het is echter belangrijk dat beleid wordt gevormd op basis van feiten en daar dragen onderzoeken aan bij.

Daarnaast roepen wij de minister graag op tot concrete acties. Daarbij valt te denken aan versnelling van de invoering van de hokjes in het registratiesysteem van de politie om bij aangifte duidelijk te maken of het over antisemitisme of islamofobie gaat. Een goede registratie is belangrijk om een helder beeld te krijgen van de omvang van de problematiek. Daar kan vervolgens ook concreet beleid op worden afgesteld. Daarnaast is het van onmiskenbaar belang om meer aandacht te besteden aan voorlichting. Die voorlichting dient tweeledig te zijn; enerzijds voorlichting aan politieagenten om het gesprek over antisemitisme en islamofobie met elkaar op niveau te blijven voeren en anderzijds duidelijke voorlichting om de aangiftebereidheid te doen toenemen. Aangiftebereidheid zal toenemen indien een slachtoffer uitzicht heeft op een snelle en correcte afhandeling van de aangifte.

Wij stellen tevens voor om voorlichting op scholen op te nemen in het lespakket. Mensen vormen zich het best in hun vroege levensjaren, daarom is het belangrijk om bij voorkeur reeds vanaf de basisschool te beginnen met voorlichting. Omgaan met diversiteit, het herkennen van islamofobie en antisemitisme en het leren zich daar tegen uit te spreken leren kinderen op jonge leeftijd. Op deze manier dragen we bij aan de bewustwording van de individuen van de toekomst. Voorkomen is immers altijd beter dan genezen.

cc foto: Partij van de Arbeid

Geef een reactie

Laatste reacties (173)