Laatste update 19:17
11

Gruwelverpleger kon ongehinderd terugkeren in de zorg. En hij niet alleen.

Zorgverleners die in de context van hun vak ernstige misdrijven begaan en daarvoor in het strafrecht worden veroordeeld, ondervinden vaak nauwelijks hinder om daarna opnieuw hun werk uit te oefenen omdat er niet of nauwelijks wordt gecommuniceerd tussen het OM en beroepsorganisaties, laat staan dat er op vonnissen wordt toegezien.

Vandaag werd bekend dat Peter M. die in 2012 werd veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor zijn rol in de Groningse hiv-zaak, vrijwel direct na zijn straf weer aan het werk is gegaan als verpleegkundige. M. was hoofdrolspeler in de ruchtmakende zaak, waarin hij samen met een handlanger terecht stond voor het drogeren en met hiv-injecteren van mannen tijdens seksfeesten, teneinde onveilige seks met hen te kunnen hebben.

Vonnis niet gecommuniceerd
De man werd in 2007 opgepakt en bij de uitspraak van het hoger beroep in 2012 op vrije voeten gesteld, omdat hij tweederde van de straf al had uitgezeten. Omdat alleen uitspraken van de medische tuchtrechter aan het BIG-register worden doorgespeeld, maar (zeden)zaken uit het strafrecht bizar genoeg niet, kon M. zich opnieuw als verpleegkundige inschrijven. Het BIG-register is de overheidsinstantie die bijhoudt of zorgverleners bevoegd zijn om hun vak uit te oefenen. Twee organisaties namen de veroordeelde vervolgens aan als wijkverpleegkundige en vroegen geen Verklaring Omtrent het Gedrag.

Pas nadat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) begin vorig jaar anoniem werd getipt en naar de tuchtrechter stapte, werd besloten de verpleegkundige te schrappen. Feitelijk moest M. dus opnieuw voor dezelfde feiten veroordeeld worden voor de tuchtrechter, alvorens hij uit het BIG-register kon worden geschrapt.

Geen beroepsverbod
Het is niet de eerste keer dat zorgverleners met een ernstige veroordeling op hun naam vrolijk en legaal door blijken te werken. Zo bleek dat een in 2010 voor ontucht met een patiënte gestrafte huisarts, in 2012 nog steeds praktijk voerde en zelfs opnieuw ingeschreven stond bij het BIG-register. Omdat de rechter rekening had gehouden met zijn hoge leeftijd en de belofte zijn praktijk over te dragen voor waarheid aannam, werd geen beroepsverbod opgelegd. En aangezien de IGZ nooit heeft gecontroleerd of zijn praktijk daadwerkelijk werd overgedragen, hadden ze geen legaal verweer toen hij zich vervolgens doodleuk opnieuw als praktiserend huisarts registreerde. Pas na een inval in zijn praktijk waarbij onder meer zwaar verouderde instrumenten en zeer gebrekkige administratie werden aangetroffen, kon zijn praktijk worden gesloten en zijn naam geschrapt.

In beide gevallen zag de IGZ zich gedwongen om te doen wat de rechter naliet, namelijk een beroepsverbod opleggen aan een zorgverlener met een ernstige strafrechtelijke veroordeling op zijn naam, voor een vergrijp dat samenhing met het beroep. Uit onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) blijkt dat rechters strafrechtelijke beroepsverboden zware straffen vinden, die daarom zelden worden opgelegd. Tussen 1995 en 2010 slechts 123 keer. Bij een beroepsverbod mag de veroordeelde 2 tot 5 jaar zijn beroep niet uitoefenen, dit gebeurt vooral in zedenzaken en in fraudezaken.

Geen controle
Maar zelfs al zouden rechters bereidwilliger zijn om beroepsverboden op te leggen, dan nog is het maar de vraag of het effectief is. Uit hetzelfde NSCR-onderzoek blijkt namelijk dat:

er weinig controle is op de naleving van de door de strafrechter opgelegde beroepsverboden. De registraties schieten op dit punt tekort. Controle op beroepsverboden vindt vrijwel niet plaats. Het Openbaar Ministerie houdt nauwelijks toezicht en weet dus ook niet of de veroordeelden zich aan het beroepsverbod houden. Geïnterviewde rechters en officieren van justitie twijfelden er dan ook aan of ze altijd worden nageleefd. Zij kenden gevallen waarin veroordeelden weer in hetzelfde beroep aan de slag gingen, omdat niet bekend is dat zij een beroepsverbod hebben. Soms verhuizen therapeuten bijvoorbeeld naar een ander deel van het land en beginnen daar weer een nieuwe praktijk. 

Zelfs strafrechterlijke vonnissen waarin een beroepsverbod is opgelegd, worden niet automatisch aan de beroepsorganisaties (zoals die van artsen, fysiotherapeuten of advocaten) doorgegeven. Dit maakt het voor beroepsorganisaties wel heel lastig om passende maatregelen te nemen tegen hun leden als die de fout zijn ingegaan, laat staan dat ze hun cliënten en patiënten kunnen beschermen.

 

Geef een reactie

Laatste reacties (11)