28

Vrijgegeven notulen laten zien: kabinet worstelde in 1993 al met Srebrenica

Nederlandse ministers die 25 jaar geleden verantwoordelijk waren voor de uitzending van Dutchbat naar Srebrenica, hadden destijds al hun twijfels. Dat schrijft de Volkskrant op basis van door het Nationaal Archief vrijgegeven notulen van de ministerraad. Het kabinet-Lubbers III vroeg zich af of het halen van vluchtelingen niet zou bijdragen aan de op handen zijnde etnische zuivering.

In april 1993 verboden de Servische bezetters VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR hulp te bieden. Wat wel mocht, was lege vrachtwagens sturen om vluchtelingen op te halen. Dat vertelde toenmalig CDA-minister van Buitenlandse Zaken Pieter Kooijmans in de ministerraad van 2 april 1993. De VN ging daar niet mee akkoord, omdat het bang was daardoor mee zou werken aan etnische zuivering.

Tijdens diezelfde ministerraad vertelt Kooijmans ook dat Bosnisch-Servische troepen transporten met voedsel en medicijnen voor de overwegend islamitische bevolking tegenhouden. Minister Kooijmans rept van een ‘ethisch dilemma’ waarvoor ‘niet gekozen’ is. Hij onderschrijft het VN-standpunt om geen vrachtwagens te sturen. Volgens hem zou het weghalen van islamitische vluchtelingen uit het gebied ‘de strategie van de Bosnische Serviërs’ in de hand spelen. Kooijman vreest dat de hulporganisatie een ‘werktuig wordt van degenen die de misdrijven begaan’.

PvdA-minister Ien Dales van Binnenlandse Zaken toont zich het meest bezorgd en zegt dat Nederland dat ‘niet met schone handen’ kan laten gebeuren en niet kan blijven zwijgen. ‘Bij de aanloop naar en het begin van de Tweede Wereldoorlog is ook te lang de ogen gesloten voor wat er gaande is,’ zegt Dales, die ook spreekt van ‘etnische zuivering’ en ‘uitroeiing’.

Een maand later zou toenmalig premier Lubbers harde kritiek uiten richting de Navo wiens inbreng in de Joegoslavië-oorlog te kort zou schieten. Volgens Lubbers was de nieuwe rol van de Navo na de Koude Oorlog nooit geherdefinieerd, waardoor niemand zich verantwoordelijk voelde voor wat er in Joegoslavië gebeurde.

In het najaar van 1993 is de houding van het kabinet al minder wijfelend, zo blijkt uit notulen van de ministerraad in het najaar. De president van Bosnië-Herzegovina heeft dan minister Kooijmans gevraagd deel te nemen aan een internationale troepenmacht en ook VN-chef Boutros-Ghali heeft Nederland gevraagd materieel in te zetten. Dan wordt ook voor het eerst gesproken als Srebrenica als mogelijke locatie voor de Nederlandse militairen, waar zij Canadese blauwhelmen kunnen aflossen.

Begin 1994 stemt de Kamer uiteindelijk in met Dutchbat. Wanneer een jaar later in 1995 Dutchbat verantwoordelijk is voor het beschermen van de moslim-enclave Srebrenica, wordt deze onder de voet gelopen door Bosnisch-Servische troepen. De Dutchbatters kunnen niet voorkomen dat duizenden mensen worden afgevoerd. Zeker zevenduizend moslimmannen worden door de Bosnisch-Serviërs vermoord. Ien Dales maakte de val van Srebrenica nooit mee, zij stierf plotseling in 1994.

De notulen van de ministerraad zijn nu, na 25 jaar vrijgegeven door het Nationaal Archief. Volgend jaar gebeurt hetzelfde met de notulen van 1994, het jaar waarin de ministerraad akkoord ging met de missie in Srebrenica.

Beeld: Michael Büker

Geef een reactie

Laatste reacties (28)