20

Vrouwen in de wetenschap structureel achtergesteld

Het Duitse instituut voor kankeronderzoek verborg dit jaar de sekse bij alle aanmeldingen om te komen spreken op de jaarlijkse conferentie. Het gevolg daarvan was dat de selectie van sprekers plaatsvond puur op basis van wetenschappelijke verrichtingen. Het resultaat: maar liefst 82 procent van de sprekers op de conferentie afgelopen oktober was vrouw.

Dat die stap noodzakelijk was, is direct te zien wanneer men een blik werpt op andere wetenschappelijke conferenties van alleen al de afgelopen paar jaar. De Parijse Wereldtop van Vrouwen werd geopend door een panel bestaand uit zes mannen. De conferentie “Vrouwen in de wiskunde” van de universiteit van Brigham had vier sprekers, allen man. Eerder dit jaar vond in Berlijn een symposium plaats over wereldgezondheid waarop het gros van de panels uitsluitend uit mannen bestond.

Wanneer het gaat om publicaties in wetenschappelijke tijdschriften zijn de verhoudingen niet bepaald beter. Hoewel tussen 1994 en 2014 het aantal vrouwen dat als hoofdauteur wordt aangemerkt bij wetenschappelijke publicaties met 37 procent is gestegen, blijft hun aantal nog altijd ver achter bij hun mannelijke collega’s. Dat heeft niets te maken met het aantal inzendingen, maar met de selectie. Peerreview, collegiale toetsing, wordt vrijwel uitsluitend door mannen gedaan. Het resultaat daarvan is dat vooral mannen worden uitgenodigd een onderzoek te publiceren.

De geschiedenis staat bol van vrouwen die in de wetenschap aan het kortste eind trekken. Wie Google bijvoorbeeld vraagt naar de ontdekker van klimaatverandering, krijgt als antwoord John Tyndall die in 1859 bewijs publiceerde dat kooldioxide het aardoppervlak verwarmt. Het was echter al in 1848 dat Elizabeth Cady Stanton en Eunice Foote op een symposium in New York die ontdekking deelden. Hun rapport werd echter niet gepubliceerd omdat het afkomstig was van vrouwen en raakte ondergesneeuwd. Een decennium later kon Tyndall de eer opstrijken. Een ander voorbeeld is de astrofysica Jocelyn Bell Burnell die aan het begin van de vorige eeuw het bestaan van pulsars ontdekte. Haar baas, een man, ontving daar de Nobelprijs voor.

Anno 2018 hebben vrouwen in de wetenschap nog altijd niet alleen te maken met genegeerd worden op symposia en in wetenschappelijke tijdschriften, ook worden ze minder vaak toegelaten tot doctoraalstudies en krijgen ze veel minder vaak een baan aan een wetenschappelijke faculteit. Wie dat wel krijgt, verdient vele malen minder dan haar mannelijke collega’s. Uit onderzoek van de US National Academies of Sciences eerder dit jaar bleek dat zeker een derde van vrouwen in de wetenschap geregeld te maken krijgt met seksisme en een vijfde met seksuele intimidatie. Slechts een derde van de ondervraagde vrouwen liet weten nooit te worden lastiggevallen. De uitschieter blijkt de medische wereld: maar liefst 63 procent van vrouwen heeft te maken met seksuele of seksistische intimidatie.

Een vaak opgeworpen excuus om vrouwen als “minder” te beschouwen, is dat in de leeftijd van 21 tot 35, waarin carrières doorgaans worden opgebouwd, vrouwen naast die carrière ook nog wel eens een kind baren. En hoewel vrouwen zelf aangeven dat oog hebben voor een gezinssituatie niet betekent dat ze minder waarde hechten aan een carrière, zijn het de mannen in het werkveld die daardoor beschikbare posities aan andere mannen gunnen, waardoor vrouwen na een lange studie met lege handen komen te staan. De structurele achterstelling van vrouwen in de wetenschap laat zien dat stappen zoals het Duitse instituut voor kankeronderzoek nam hard nodig is. In een artikel in The BMJ waarin de manier waarop vrouwen het onderspit delven uitgebreid uiteengezet wordt, schrijft wetenschapsjournaliste Laurie Garrett:

Geen enkele samenleving heeft er baat bij om de waarde van onderwijs en opleiding tegenover het hebben van een gezin te plaatsen. Beide zijn noodzakelijk. Het heeft geen zin om wel te investeren in het opleiden van vrouwen, om hun verrichtingen vervolgens ongedaan te maken alleen omdat ze kinderen baren en opvoeden. Alle instellingen, van universiteiten tot onderzoeksfinanciers, gezondheidsdiensten en laboratoria zouden beter af zijn wanneer ze stoppen met het straffen van vrouwen voor bevallingen, en mannen stimuleren om wat vaker bij hun gezin te zijn.

cc-foto: MaxPixel

Geef een reactie

Laatste reacties (20)