56

Vrouwen zijn experimenten van zachte heelmeesteres Bussemaker zat

Jet Bussemaker kan het allemaal nog zo goed bedoelen met haar nieuwe website om vrouwelijke topbestuurders in kaart te brengen, het helpt de vrouwen in het bedrijfsleven geen steek verder. Dat zegt onder andere Bercan Günel, oprichter van Women Capital, dinsdag in Trouw.

Ik verwacht hier niets van. Dit is oneerbiedig en beledigend. Het zijn wéér de vrouwen die zichzelf naar voren moeten schuiven, alsof het allemaal aan hen ligt. Er zijn genoeg vrouwen beschikbaar, maar het gaat om het doorbreken van inner circles. Ik geloof niet in bewuste discriminatie. Wel in diepe patronen die doorbroken moeten worden.

Günel reageert daarmee op het zoveelste initiatief van Bussemaker dat ervan uitgaat dat het glazen plafond wel doorbroken kan worden, als vrouwen gewoon wat meer zichtbaar zijn. Van een vrouwenquotom, zoals al geldt in Noorwegen, Spanje, Frankrijk, IJsland en sinds dit jaar ook Duitsland, wil Bussemaker vooralsnog niets weten. Zij lijkt er alles aan te doen om maar geen quotum in te stellen: eerst een streefcijfer, vervolgens een databank met topvrouwen en nu een nieuwe website. Ondertussen raakt Nederland in Europa alleen maar verder achterop en in het huidige tempo zal het nog minimaal tot 2027 duren voor vrouwen hier 30 procent van de topfuncties vervullen.

Dat duurt veel te lang, zo vindt ook Sandra Lutchman, directeur van Stichting Talent naar de Top:

Mijn geduld raakt een beetje op. Ik had nooit verwacht dat mijn dochters nog zouden moeten wachten tot het streefcijfer een keer wordt gehaald. Bedrijven moeten een goed klimaat creëren waarin vrouwen zichzelf kunnen zijn en carrière kunnen maken, zodat ze niet weer door de draaideur verdwijnen.

Vrouwen maken alles beter
Dat het in het voordeel van de bedrijven zelf is wanneer Bussemaker toch haast maakt met een vrouwenquotum, blijkt uit een recente studie van het Peterson Institute for International Economics. Na het bestuderen van maar liefst 21.980 rapporten over bedrijven uit 91 landen en in de meest uiteenlopende sectoren, is de conclusie dat bedrijven waarbij vrouwen minimaal 30 procent van de topfuncties innemen, de nettowinst tot wel 6 procent hoger is.

Uit de studie blijkt niet dat dit komt doordat vrouwen nu eenmaal beter zijn dan hun mannelijke collega’s, maar wel dat een gezonde man-vrouwbalans in de top garant staat voor een hogere omzet. Uit hetzelfde onderzoek bleek ook dat in landen met de minste seksediscriminatie het aantal topvrouwen hoger ligt, wat natuurlijk niet heel verrassend is. Een andere uitkomst was dat in landen die een ruimhartig beleid voeren wat betreft vaderschapsverlof, vrouwen het ook beter doen dan in de landen waar dat niet geldt. Volgens Marcus Noland, co-auteur van het rapport, is daar een logische verklaring voor: wanneer mannen meer tijd krijgen voor hun gezin, creëert dat ruimte voor vrouwen om aan hun eigen carrière te werken.

Dat weet de minister zelf ook. Zij schrijft:

We weten dat teams met zowel mannen en vrouwen de beste resultaten opleveren. Bedrijven met een weinig gedifferentieerde werkvloer doen daarmee niet alleen vrouwen, maar vooral zichzelf te kort. Het aantal vrouwen in topfuncties stijgt, maar helaas nog niet snel genoeg.

Het verdelen van de vacatures in de besturen van bedrijven wordt nog te vaak onderling gedaan met het ‘old boys network’. Dit doet geen recht aan het vrouwelijk talent dat staat te trappelen om in een bestuursfunctie aan de slag te gaan. Ik ben al langer samen met VNO-NCW voorzitter Hans de Boer en anderen bezig om deze benoemingscultuur te doorbreken. We gaan nu zichtbaar maken op welke plekken in de top van het bedrijfsleven komende jaren beweging valt te verwachten. Nederland is het eerste land in Europa dat vrijkomende bestuursfuncties op deze manier transparant maakt.

Het zijn nobele initiatieven, maar als het aan Bercan Günel stopt de minister met haar experimenten:

Iedereen bedenkt maar wat. Het is tijd voor degelijk onderzoek: wat zijn de feitelijke barrières, wat hebben de initiatieven van de afgelopen jaren werkelijk opgeleverd en wat moet er nu gebeuren, zonder dat we de problematiek nog jaren vooruitschuiven? De afgelopen tien jaar heeft de overheid meer dan zestig miljoen gespendeerd aan allerlei experimenten, vooral hap snap beleid, maar er gebeurt helemaal niets. Zonde van het geld en de inspanningen.

Cc-foto

Geef een reactie

Laatste reacties (56)