Laatste update 14:51
157

Waarom beledigen geen vrijheid van meningsuiting is

In discussies die hoog oplopen waarbij racisme, seksisme en xenofobie de boventoon voeren, beroept men zich vaak op de vrijheid van meningsuiting. De stijgende politieke correctheid in de samenleving zou mensen beperken in het uiten van hun mening, maar valt iemand beledigen wel onder die vrijheid? Socioloog Bas van Stokkum schrijft van niet in de NRC. 

Van Stokkum haalt de actualiteit aan in zijn artikel. Hij verwijst naar de Ebru Umar-kwestie, de vervolging van Jan Böhmermann en de ophef die ontstaat wanneer tegenstanders zich uitspreken over alle beledigingen die voorbij komen in politieke en maatschappelijke debatten. Hij noemt het opkomend ‘ libertair populisme’.

In feite fungeert het als troefkaart om andere claims – van wie dan ook – af te houden. Elke inperking is verdacht. Als ik niet mag beledigen, zo gaat de redenering, is mijn vrijheid niets meer waard. Vandaar dat elk extern gezag bestreden moet worden en taboes doorbroken moeten worden. Opvallend is dat politiek rechts deze stijlvorm van voormalige linkse rebellen lijkt te hebben overgenomen: rechts presenteert zich als libertair en opstandig, links wordt neergezet als conformistisch en regentesk.

Volgens de socioloog wordt het genuanceerd uitspreken over kwesties als de zwartepietendiscussie of voetballende Marokkaanse jongeren als laf en elitair gezien en durf je niet te zeggen waar het op staat. Ook haalt hij media als GeenStijl en Telegraaf aan die inspelen op het idee dat de vrijheid van meningsuiting in het geding komt, waarbij kwetsen en beledigen zogenaamd de samenleving verder zou helpen.

(…) Het libertaire populisme gedijt in een omgeving waar journalistiek en pers zich niet meer primair toeleggen op nieuws vergaren en informeren. Opwinding, obscene beelden en verdachtmakingen verzekeren geëmotioneerd vervolgnieuws. Er zijn grote commerciële belangen mee gemoeid. Mede daarom zijn talkshows, schandaalbladen en shocklogs verzot op beschuldigingen, stampij en relletjes. Opmerkelijk daarbij is dat veel minder waarde wordt gehecht aan meningsvorming. Terwijl het vrije woord lange tijd werd gezien als voertuig voor rechtvaardigheid en emancipatie van zwakkere partijen, staat meningsuiting nu veeleer in het teken van provocerend nieuws. Binnen het huidige populistische klimaat is het vanzelfsprekend te denken dat kwetsende, vulgaire en liederlijke gedachten de kwaliteit van de democratie vergroten. Het gaat hier om een bijgeloof dat aan elke uiting magisch positieve eigenschappen toeschrijft.

Van Stokkum stelt dat dictators zoals Erdogan en haatpredikers zeker kritiek verdienen maar dat er – vooral bij marginale groepen in de samenleving –  een grens is aan alles wat je kunt zeggen en het belangrijk is om te bedenken hoe je met die macht omgaat.

De Britse cartoonist en schrijver Martin Rowson beaamt dat satire aanstoot moet geven. Maar hij is geen voorstander van onbeperkte satire en sluit zich aan bij de befaamde definitie van journalistiek van HL Mencken: ‘journalism is about comforting the afflicted and afflicting the comfortable’. Wanneer je onbeschoft uithaalt naar mensen met minder macht, houdt satire op te bestaan en kom je in de wijdere sfeer van treiteren. 

Volgens de socioloog moet meningsvorming weer gebaseerd worden op feiten en ervaringen vanuit uiteenlopende perspectieven, en afgewogen worden wat nodig en wenselijk is. Het uitblijven daarvan is pas echt fataal voor de democratie.

Bas van Stokkum sprak deze tekst op 4 mei uit tijdens een debat over de ‘betekenis van het vrije woord’ aan de Universiteit Utrecht.

cc foto: amash

Geef een reactie

Laatste reacties (157)