31

‘We zitten allemaal in hetzelfde schuitje’

José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, houdt zijn State of the Union

Vandaag hield José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, zijn (sinds 2010) jaarlijkse State of the Union voor het Europees parlement. Een soort Europese troonrede waarin hij de stand van de Unie analyseert en zegt wat er gedaan moet worden. Hieronder een ingekorte versie van zijn speech.


Over acht maanden spreken de kiezers in Europa zich uit over wat we de afgelopen vijf jaar hebben bereikt. Gedurende die vijf jaar kreeg de burger meer dan ooit met Europa te maken. Europa was het gesprek van de dag in koffiehuizen, cafés en talkshows.

(…)

Het is precies vijf jaar geleden dat de regering van de Verenigde Staten Fannie Mae en Freddie Mac overnam en AIG redde, en dat de zakenbank Lehman Brothers faillissement aanvroeg.

Een en ander veroorzaakte een wereldwijde financiële crisis. Deze ontwikkelde zich tot een ongekende economische crisis en liep ten slotte uit op een sociale crisis, met dramatische gevolgen voor veel van onze burgers. Deze gebeurtenissen hebben het schuldenprobleem zodanig verergerd dat onze regeringen nu nog met een hogere schuldenlast worstelen. Ook is de werkloosheid schrikbarend toegenomen, vooral onder jongeren. Onze huishoudens en bedrijven ondervinden nog steeds de gevolgen.

Maar Europa is niet bij de pakken gaan neerzitten. De afgelopen vijf jaar is de Unie doortastend opgetreden. Deze crisis raakte ons allemaal. En we beseften dat we haar samen moesten bestrijden. Dat doen we dan ook, tot op de dag van vandaag.

Terugblikkend op alles wat we hebben gedaan om Europa heelhuids door deze crisis te loodsen, kunnen we gerust stellen dat niemand dit vijf jaar geleden allemaal voor mogelijk had gehouden. 

We zijn de financiële sector ingrijpend aan het hervormen om het spaargeld van de burger veilig te stellen.

We hebben ervoor gezorgd dat regeringen nauwer samenwerken, hun financiën op orde brengen en hun economieën moderniseren.

We hebben meer dan 700 miljard euro beschikbaar gesteld voor het redden van landen die door de crisis worden geteisterd – de grootste stabiliseringsoperatie tussen landen die ooit is opgezet.

Ik herinner mij nog levendig een bijeenkomst die ik vorig jaar had met de topeconomen van een groot aantal van onze belangrijkste banken. De meesten van hen verwachtten dat Griekenland de eurozone zou verlaten. Allen vreesden dat de eurozone uiteen zou vallen. Die angst is ongegrond gebleken: niemand heeft de eurozone verlaten en er is ook niemand uitgezet. Dit jaar verwelkomde de Europese Unie haar 28e lidstaat. Volgend jaar groeit de eurozone van 17 tot 18 lidstaten.

De vraag is nu wat hoe we tegen deze vooruitgang aankijken. Spreken we er lovend of neerbuigend over? Putten we er vertrouwen uit om het karwei af te maken of doen we er geringschattend over?

(…)

In mijn State of the Union van vorig jaar merkte ik op dat onze maatregelen ondanks alle inspanningen de burgers, de markten en onze internationale partners nog niet konden overtuigen.

We zijn nu een jaar verder en alles wijst erop dat onze inspanningen inmiddels meer vertrouwen inboezemen. De rentespreads nemen over het algemeen af. De kwetsbaarste landen betalen inmiddels minder voor leningen. De industriële productie stijgt. Het marktvertrouwen keert terug. De aandelenmarkten doen het goed. De economische situatie wordt geleidelijk beter. Het consumentenvertrouwen neemt sterk toe.

De landen die het gevoeligst waren voor de crisis en nu het meest hun best doen om hun economieën te hervormen, nemen inmiddels de eerste positieve resultaten waar.

Dankzij de ingrijpende hervormingen en het toegenomen concurrentievermogen is in Spanje de uitvoer van goederen en diensten nu goed voor 33% van het bbp, het hoogste percentage sinds de invoering van de euro. Ierland slaagt er sinds de zomer van 2012 weer in om geld te lenen op de kapitaalmarkten, naar verwachting groeit de economie in 2013 voor het derde achtereenvolgende jaar en Ierse fabrieken nemen weer werknemers aan.

De betalingsbalans van Portugal, die structureel negatief was, is naar verwachting weer min of meer in evenwicht en de groei trekt na vele rode kwartaalcijfers weer aan. Griekenland heeft in slechts drie jaar een ronduit opmerkelijke begrotingsaanpassing doorgevoerd. Het land herstelt zijn concurrentievermogen en koerst voor het eerst in tientallen jaren af op een primair overschot. Ook Cyprus, dat later is begonnen, voert zijn programma uit volgens plan: een vereiste voor nieuwe groei.

Er daagt licht aan het eind van de tunnel voor Europa.

We moeten natuurlijk wel op onze hoede blijven. Eén zwaluw maakt nog geen zomer. Onze analyse moet realistisch zijn. Laten we de geleverde prestaties niet overschatten, maar ook niet onderschatten. En één gunstig kwartaal betekent nog niet dat het economisch ontij voorbij is. Het wijst er wel op dat we op de goede weg zijn. De huidige cijfers en ontwikkelingen zijn beslist bemoedigend.

Nu komt het erop aan om door te zetten. Dat zijn we verschuldigd aan degenen die het herstel nog niet voelen, die nog niet van de positieve ontwikkelingen profiteren. We zijn het verschuldigd aan onze 26 miljoen werklozen. Met name aan de jongeren, die op ons rekenen. Het draait in de economie ook om hoop en vertrouwen.

(…)

In tegenstelling tot het idee dat bij de meeste burgers leeft, dat ons aandeel in de wereldhandel afneemt, hebben wij een aanzienlijk, groeiend handelsoverschot van meer dan 300 miljard euro per jaar wat betreft goederen, diensten en landbouw. Daarop moeten wij voortbouwen. Ook dit zal de komende maanden onze volle aandacht vergen, met name in het kader van het trans-Atlantisch partnerschap voor handel en investeringen met de VS en de onderhandelingen met Canada en Japan.

(…)

Ik kan het niet genoeg benadrukken: burgers zullen niet door louter retoriek en beloften worden overtuigd, maar alleen door een reeks concrete, gemeenschappelijke resultaten. Wij moeten de vele gebieden onder de aandacht brengen waarop Europa voor burgers problemen heeft opgelost. Europa vormt niet de oorzaak van problemen, maar is juist een deel van de oplossing.

Mijn punt vandaag is duidelijk: met zijn allen moeten wij vóór de verkiezingen nog het nodige bereiken. Het is niet het moment om de handdoek in de ring te gooien, maar tijd om onze mouwen op te stropen.

(…)

Dit alles is niet eenvoudig. Het zijn moeilijke tijden, en de EU staat werkelijk voor een stresstest. De weg van voortdurende en grondige hervorming is even veeleisend als onvermijdelijk. Laten wij ons niet vergissen: voortgaan op de oude voet is niet meer mogelijk. Sommigen geloven dat hierna alles weer bij het oude zal zijn. Zij hebben ongelijk; deze crisis is anders. Het gaat niet om een conjuncturele, maar om een structurele crisis. Wat vroeger normaal was, komt niet terug. Wij zullen moeten werken aan een nieuwe normaliteit. Wij leven in een tijd van grote veranderingen. Wij moeten dat werkelijk inzien en het niet bij woorden laten. Wij moeten daaruit juist alle consequenties trekken, ook wat onze instelling betreft en de wijze waarop wij op problemen reageren.

De eerste resultaten laten zien dat dit mogelijk is. En we weten allemaal uit ervaring dat het nodig is. Op dit moment, nu er sprake is van een kwetsbaar herstel, is het grootste neerwaartse risico mijns inziens politiek van aard: een gebrek aan stabiliteit en aan vastberadenheid. De afgelopen jaren hebben wij gezien dat alles wat twijfel doet ontstaan aan de hervormingsgezindheid van regeringen, onmiddellijk wordt afgestraft. Daar staat tegenover dat krachtige en overtuigende besluiten een aanzienlijk en direct effect hebben.

In deze fase van de crisis is het de taak van regeringen de zekerheid en voorspelbaarheid te bieden waaraan het markten nog ontbreekt.

U kent allen ongetwijfeld Justus Lipsius. Justus Lipsius is de naam van het gebouw van de Raad in Brussel. Justus Lipsius was een zeer invloedrijke humanistische geleerde uit de zestiende eeuw, die een zeer belangrijk boek, De Constantia genaamd, heeft geschreven.

“Standvastigheid”, zo schreef hij, “is een echte en onwrikbare geestkracht, die door externe of toevallige omstandigheden versterkt noch te neer gedrukt wordt.” Alleen een “geestkracht”, zo betoogde hij, die is gebaseerd op “oordeel en gezond verstand” kan een mens door verwarrende en onrustige tijden heen helpen.

Ik hoop dat wij allen in deze tijd, die voor ons allemaal, en ook voor de vertegenwoordigers van de regeringen die in het Justus Lipsius-gebouw samenkomen, een moeilijke tijd is, blijk zullen geven van die vastberadenheid, die volharding, wanneer het op de uitvoering van de genomen beslissingen aankomt. Want het is belangrijk coherent te zijn en niet alleen beslissingen te nemen, maar achteraf ook in de staat te zijn die in de praktijk uit te voeren.

(…)

Wij moeten Europa echter als veel meer dan alleen een economisch concept zien. We zijn veel meer dan een markt. Het Europese ideaal raakt juist aan de fundamenten van de Europese samenleving. Het gaat om waarden en dat woord wil ik beklemtonen: waarden. Het is gebaseerd op een sterk geloof in politieke, sociale en economische waarden die in onze sociale markteconomie zijn ingebed.

In de wereld van vandaag is de EU onmisbaar voor de bescherming van deze waarden en normen en de bevordering van de rechten van burgers: van consumentenbescherming tot de rechten van werknemers, van de rechten van vrouwen tot de eerbiediging van minderheden, van milieunormen tot gegevensbescherming en privacy.

Of het nu gaat om het verdedigen van onze belangen op het gebied van de internationale handel, het veiligstellen van onze energievoorziening of het herstellen van het rechtvaardigheidsgevoel van de burger door internationale belastingfraude en belastingontduiking te bestrijden: alleen wanneer wij als Unie optreden, kunnen wij een rol van betekenis spelen in de wereld.

(…)

Het staat onomstotelijk vast dat onze interne samenhang en internationale relevantie met elkaar zijn verweven. Onze economische aantrekkingskracht en onze politieke stuwkracht zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Gelooft iemand hier werkelijk dat wij of de lidstaten internationaal gezien nog enige geloofwaardigheid zouden hebben als de euro was ingestort?

Beseft iedereen nog wel hoe dankzij de uitbreiding de diepe wonden van het verleden konden genezen door democratie te vestigen daar waar niemand dat voor mogelijk had gehouden? Hoe het nabuurschapsbeleid de beste manier was en is om veiligheid en welvaart te bewerkstelligen in regio’s die cruciaal zijn voor Europa? Waar zouden we staan zonder dit alles?

(…)

En herinnert iedereen zich nog hoe zwaar Europa de vorige eeuw heeft geleden onder oorlogen en dat Europese integratie de juiste oplossing was?

Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog uitbrak, een oorlog die Europa verscheurde, van Sarajevo tot de Somme. Wij mogen vrede nooit als vanzelfsprekend beschouwen. Laten we niet vergeten dat dankzij Europa voormalige vijanden nu rondom de tafel zitten en samenwerken. Uitsluitend doordat hun een Europees perspectief werd geboden, zijn zelfs Servië en Kosovo nu tot overeenstemming gekomen, dankzij bemiddeling van de EU.

De Nobelprijs voor de vrede die de EU vorig jaar ontving, herinnert ons aan deze historische prestatie: Europa is een vredesproject. Daar moeten wij ons beter bewust van zijn. Ik denk weleens dat we niet bang moeten zijn om trots te zijn. Niet arrogant, maar wel trotser. Wij moeten ons richten op de toekomst, maar met de wijsheid die het verleden ons heeft gebracht.

Tegen allen die zich verheugd zijn over de problemen die Europa ondervindt en die de integratie terug willen draaien en die zich weer willen isoleren, zeg ik: het verdeelde Europa van voor de integratie, de oorlog, de loopgraven, dat is niet wat mensen willen en mogen verwachten. Nog nooit eerder in de geschiedenis heeft het Europese continent een zo lange periode van vrede gekend als sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap. Het is onze taak deze gemeenschap te bewaren en te verdiepen.

(…)

Sommigen beweren dat een zwakker Europa hun land sterker zou maken, dat Europa een last is en dat zij beter af zouden zijn zonder Europa. Mijn antwoord daarop is helder: we hebben allemaal een Europa nodig dat verenigd, sterk en open is.

De kernvraag van het debat dat overal in Europa plaatsvindt, is: Willen we Europa verbeteren, of willen we Europa opgeven? Daarop zeg ik heel duidelijk: doe mee! Als Europa je in deze vorm niet aanstaat: verbeter het! Probeer Europa sterker te maken, intern en internationaal, dan kun je op mijn warme steun rekenen. Lukt dit met behoud van diversiteit en zonder dat het tot discriminatie leidt, dan doe ik meteen mee.

Maar geef Europa niet op.

Ik geef toe dat Europa, net als elk menselijk project, niet perfect is. Zo zullen we bijvoorbeeld nooit een definitieve oplossing vinden voor de meningsverschillen over de taakverdeling tussen de lidstaten en het Europese niveau. Ik hecht zelf ook grote waarde aan het subsidiariteitsbeginsel. Subsidiariteit is voor mij geen technisch concept, maar een fundamenteel democratisch beginsel. De verbondenheid tussen de burgers van Europa kan alleen sterker worden als beslissingen in de grootst mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen. 

Niet alles hoeft op Europees niveau te worden opgelost. Europa moet zich richten op de punten waar het de meeste waarde kan toevoegen. Als dat niet het geval is, moet de EU zich er niet mee bemoeien. De EU moet de grote dingen groots aanpakken en de kleine dingen op kleinere schaal – iets wat we in het verleden niet altijd hebben gedaan. De EU moet laten zien dat zij zowel positieve als negatieve prioriteiten kan stellen. Net als alle regeringen, moeten wij extra zorg dragen voor de kwaliteit en de kwantiteit van de regelgeving in het besef dat, in de woorden van Montesquieu, “les lois inutiles affaiblissent les lois nécessaires” [nutteloze wetten verzwakken noodzakelijke wetten].

Daarnaast, geachte leden, zijn er evenwel terreinen van groot belang waar Europa juist meer integratie en meer eenheid moet bewerkstelligen. Waar alleen met een sterk Europa resultaten kunnen worden geboekt. Daarom geloof ik dat wij op termijn moeten streven naar een politieke unie, zoals ik in mijn State of the Union van vorig jaar heb benadrukt. Dat zeg ik niet alleen als overtuigd Europeaan. Het is onontbeerlijk om onze vooruitgang te consolideren en de toekomst veilig te stellen. Uiteindelijk hangt de deugdelijkheid van ons beleid, en van de economische en monetaire unie, af van de geloofwaardigheid van de politieke en institutionele constructie die eraan ten grondslag ligt. (…) Zoals vorig jaar aangekondigd, bevestig ik dat wij vóór de Europese verkiezingen ideeën zullen presenteren over de toekomst van de onze Unie en de wijze waarop de communautaire methode en de gemeenschappelijke aanpak op langere termijn het beste kunnen worden geconsolideerd en verdiept. Op die manier kan een echt Europees debat worden gevoerd. Wij zullen de beginselen en oriëntaties uiteenzetten die noodzakelijk zijn voor een echte politieke unie.

(…)

De polarisatie waar de crisis toe heeft geleid, is een gevaar voor ons allemaal, voor het project, het Europese project. Als legitieme politieke vertegenwoordigers van de Europese Unie kunnen wij het tij keren. Als rechtstreeks verkozen democratische vertegenwoordigers van Europa bent u de spil van het politieke debat. Wat ik wil vragen is dit: welk beeld van Europa krijgen de kiezers voorgeschoteld? Een waarheidsgetrouw beeld of een karikatuur? Feiten of fabeltjes? De eerlijke, redelijke versie, of de extremistische, populistische versie? Dat is een belangrijk verschil.

Ik weet dat sommigen Europa de schuld zullen geven van de crisis en de problemen. Maar wij kunnen de mensen erop wijzen dat Europa deze crisis niet heeft veroorzaakt. De crisis is het gevolg van slecht beheer van de overheidsfinanciën door nationale regeringen en onverantwoordelijk gedrag op de financiële markten. 

Wij kunnen uitleggen wat Europa heeft gedaan om de crisis te verhelpen. Wat we zouden zijn kwijtgeraakt als we er niet in waren geslaagd om de interne markt en de gemeenschappelijke munt overeind te houden. Want de interne markt lag onder vuur en volgens sommigen was het afgelopen met de euro. Als wij geen herstelmaatregelen en werkgelegenheidsinitiatieven hadden gecoördineerd.

Sommige mensen zullen zeggen dat Europa regeringen dwingt te bezuinigen. Maar wij kunnen de kiezers eraan herinneren dat de overheidsschulden al ernstig uit de hand waren gelopen vóór de crisis, niet door, maar ondanks Europa. We kunnen erbij zeggen dat de meest kwetsbaren in onze samenleving en onze kinderen straks de rekening gepresenteerd krijgen als wij nu niet doorzetten. Feit is dat landen binnen en buiten de eurozone en binnen en buiten Europa proberen hun overheidsfinanciën op orde te krijgen.

Sommigen zullen in hun campagne beweren dat wij te veel geld hebben gegeven aan kwetsbare landen. Anderen zullen zeggen dat we te weinig hebben gegeven. Maar ieder van ons kan uitleggen wat we hebben gedaan en waarom: er is een direct verband tussen de leningen van het ene land en de banken van het andere land, tussen de investeringen van het ene land en de bedrijven van het andere land, tussen de arbeidskrachten van het ene land en de ondernemingen van het andere land. Door deze onderlinge verwevenheid zijn alleen Europese oplossingen mogelijk.

Ik zeg altijd: als je in hetzelfde schuitje zit, kun je niet zeggen: “Jouw kant van de boot is lek.” We zaten in hetzelfde schuitje toen alles goed ging en we zitten in hetzelfde schuitje nu er moeilijkheden zijn.

Sommige mensen zullen in hun campagne misschien zeggen dat Europa te veel macht naar zich toe heeft getrokken. Anderen zullen zeggen dat Europa altijd te weinig doet en te laat in actie komt. Opvallend genoeg vinden degenen die van mening zijn dat Europa te weinig doet, dat niet altijd een reden om Europa in staat te stellen om te doen wat het moet doen. Maar wij kunnen uitleggen dat de lidstaten taken en bevoegdheden aan Europa hebben toevertrouwd. De Europese Unie is geen vreemde mogendheid. Zij is het resultaat van democratische besluiten van de Europese instellingen en de lidstaten.

Tegelijkertijd moeten we erkennen dat Europa op sommige gebieden nog steeds niet genoeg bevoegdheden heeft om zich waar te maken. Dat wordt wel eens vergeten door diegenen, en dat zijn er niet weinig, die proberen successen op het conto van de lidstaten te schrijven en mislukkingen op Europa af te schuiven. Wat we wel en niet hebben, is uiteindelijk het resultaat is van democratische besluitvorming. En ik vind dat we de mensen daaraan moeten herinneren.

(…)

Werkgelegenheid en groei: dat zijn onze prioriteiten. Ons werk is nog niet af. We zijn in de beslissende fase gekomen. Want, geachte leden, de verkiezingen gaan niet alleen over het Europees Parlement; ze gaan ook niet over de Europese Commissie of over de Raad of over bepaalde personen.

Ze gaan over Europa. Wij zullen samen worden beoordeeld.

Dus laten we ook samen werken: voor Europa. Met passie en overtuiging.

Laten we niet vergeten dat Europa honderd jaar geleden, in 1914, aan de vooravond stond van een catastrofe. Ik hoop dat volgend jaar, in 2014, een verenigd, sterk en open Europa de crisis achter zich kan laten.

De hele versie vind je hier

Geef een reactie

Laatste reacties (31)