Laatste update 12:52
22

Zijn Zeeuwse meisjes echt de schuld van snorfietsoverlast in Amsterdam?

Het Amsterdamse D66-gemeenteraadslid Jan-Bert Vroege wil een verbod op snorfietsen. Tegenover het Parool verklaarde hij deze week waarom hij voor zo’n drastische maatregel pleit:

“Omdat dit vervoermiddel de verkeersveiligheid aantoonbaar in gevaar brengt. Er zijn veel ongevallen mee en ze rijden structureel te hard. Het is begonnen als een vervoermiddel voor Zeeuwse meisjes, die door hun klederdracht geen helm op konden, maar het is uit de hand gelopen. Uit snelheidsmetingen blijkt dat het overgrote deel van de snorfietsen is opgevoerd en soms twee keer harder dan toegestaan over het fietspad scheurt.”

Dat snorfietsen overlast bezorgen zal menigeen beamen maar klopt het wat Vroege beweert? In de ogen van de hoofdstedelingen zijn provincialen al snel de bron van alle kwaad maar is de kleine minderheid van Zeeuwse meisjes echt verantwoordelijk voor het ontstaan van de verkeersplaag? Of zit het anders?

Vroege is niet de eerste die het beweert. In 2011 verklaarde VVD-minister Schulz van Verkeer in de Kamer:

“Ooit is besloten om geen helmplicht te laten gelden voor de snorfiets omdat het Zeeuws meisje die helm niet over haar kappen heen kon krijgen. Om die reden is Nederland een van de weinige landen die nog een snorfiets zonder helmplicht kent.”

(h/t Rolf Hut)

Dat verhaal wordt vaker verteld. Presentator Teun van de Keuken van het VPRO-programma De Slag om Nederland concludeert dat ook (vanaf 6:25) in zijn programma over scooteroverlast.

In de handelingen van de Eerste Kamer is inderdaad een tekst te vinden die een link legt tussen de helmplicht en Zeeuwse meisje. Senator Meuleman, fractievoorzitter van de SGP, stelde de prangende kwestie aan de orde. Hij wilde weten of vrouwen in klederdracht ontheven konden worden van de plicht een bromfietshelm te dragen. De minister antwoordde dat daar geen wettelijke mogelijkheden voor waren: “Mijn voorganger heeft geprobeerd een tussenoplossing te vinden door de valhelm niet voor te schrijven voor de snorfiets.”

Maar dat was in 1979, de valhelmplicht was al vijf jaar eerder ingevoerd, in november 1974. Een jaar later werd in allerijl de snorfiets toegestaan. Vanwege de Zeeuwse meisjes? Nee, het zat volgens krantenartikelen uit die tijd anders. Nadat de valhelm verplicht werd stortte de verkoop van bromfietsen in. Een van de redenen was dat vrouwen vanwege hun kapsels er geen trek in hadden een helm te dragen. In de eerste helft van 1975 werden er nog maar 59.000 brommers verkocht, het jaar daarvoor in dezelfde periode nog 120.000.

Het Nieuwsblad van het Noorden schrijft in november 1975:

“Gewapend met deze cijfers trokken de bromfietsbouwers Sparta en Batavus in juni naar het ministerie van economische zaken, om te pleiten voor hun behoeften: een bromfiets met een lage maximumsnelheid zoals in Duitsland en in vele andere landen, waarvan het berijden geen groter risico zou inhouden dan dat van een fietser.”

Het ministerie zag er wel wat in, nam contact op met Verkeer en Waterstaat en de fabrikanten werden snel te hulp geschoten. Binnen enkele maanden verschenen de eerste exemplaren met hun kleine wielen op de weg. De snorfiets was dus een expliciete wens van het bedrijfsleven. De Zeeuwse meisjes konden er hooguit ook van profiteren. En krijgen nu de schuld in de schoenen geschoven van de overlast. Typisch Amsterdams.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)