2.117
31

Schrijver en jurist

Claire Schut (28 februari 1956, Amsterdam) is schrijver en jurist. Ze heeft ruim 25 jaar ervaring bij de overheid, o.m. op het terrein van ambtenarenrecht, klachtrecht en onderzoek naar discriminatie, seksuele intimidatie en ambtelijke integriteit. Als freelance tekstschrijver en journalist schreef ze o.m. voor de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), SNS bank Randstad, Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (COA), Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO), Federatie van Nederlandse Exporteurs (Fenedex), ISW Opleidingen en Literair Theater Branoul.

23 jaar na de val van Srebrenica zijn er nog veel lessen te leren

De overheid zelf schittert op de nationale herdenking van Srebrenica door afwezigheid

Op 11 juli was op het Plein in Den Haag de herdenking van de val van Srebrenica. Nu 23 jaar geleden viel deze door de Verenigde Naties tot veilig gebied verklaarde moslimenclave in handen van de Bosnisch-Servische en Servische troepen. Onder machteloos toeziend oog van het Nederlandse VN-bataljon Dutchbat werden meer dan 7.000 Bosnische moslimmannen door generaal Mladic en zijn mannen gedeporteerd en vermoord. Hoeveel het er precies waren, is niet bekend. In de herdenkingsplaten bij het herdenkingscentrum in Potočari staan 8.372 namen gegrift. Inmiddels zijn de stoffelijke resten van 6.575 dierbaren teruggevonden; zij hebben in Potočari een laatste rustplaats gekregen. Op deze 23ste herdenking worden opnieuw 35 geïdentificeerde slachtoffers in Potočari begraven. Maar 1.200 vaders, broers, zonen, grootvaders, ooms, neven, vrienden zijn nog steeds vermist. De zoektocht naar hun lichamen duurt tot op de dag van vandaag.

Falen
De herdenking verloopt volgens een vast patroon. Na het welkomstwoord en een eerste lied ‘Nemoj žalit suzama’ / ‘Wees niet verdrietig’ is er een beginselverklaring. Over het falen van Dutchbat en de internationale gemeenschap om de bevolking van Srebrenica te beschermen. De lange strijd om de slechting van Srebrenica als genocide erkend te krijgen. De voortdurende weigering van Nederland om de volle verantwoordelijkheid te nemen en volledige openheid van zaken te geven. Het gaat over de fotorolletjes die zo miraculeus verdwenen, maar ook dat er veel meer foto’s gemaakt zijn dan tot nu toe bekend was.

Er is een nieuwtje, een minuscule overwinning op de regering: de Nederlandse vlag op het Ministerie van Defensie – die enkele jaren geleden tijdens de herdenking nog fier in de top stond te wapperen en pas sinds 2016 voor de duur van de herdenking halfstok hangt – mag voortaan elk jaar op 11 juli tot zonsondergang halfstok blijven hangen.

De overheid zelf schittert op de nationale herdenking van Srebrenica door afwezigheid. Hier geen politieke hoogwaardigheidsbekleders, behalve ex-minister Jan Pronk en zijn echtgenote – bij belangrijke evenementen vaak aanwezig, betrokken en geïnteresseerd. Ook politieke laten zich niet zien, behalve een kleine delegatie van Denk. Voorman Tunahan Kuzu zelf ontbreekt dit jaar. Hij is bij de plechtigheid in Potočari, meldt hij zelf licht aangeslagen op een videofilmpje op Facebook.

Eeuwig gemis
Opnieuw klinkt er een lied ‘Jedna si jedina’ / ‘Jij bent de enige’, gevolgd door de getuigenis van de dochter van een overlevende van de Srebrenica-genocide. Zij vertelt over het eeuwige gemis van de dierbaren en het vaderland, het trauma en de blijvende schade, ook voor kinderen zoals zij die na 11 juli 1995 geboren zijn. Klagend klinkt zich de ‘Arabeske – lied over Bosnië’ vol heimwee en smart.

De stille rondgang over het Plein begint. De dodentrom roffelt. Je hoort – zoals steeds tijdens de herdenking afwisselend in het Bosnisch en Nederlands – de namen van de 35 slachtoffers die in Potočari worden begraven. Veel moslimnamen: Hasan, Muahmed, Mustafa, Osman, Abdulah… Je hoort het jaar waarin ze zijn geboren, de verpletterend jonge leeftijd waarop ze werden gedood. Vrijwel uitsluitend jonge mensen, in de bloei van hun leven. Het is bijzonder aangrijpend.

Nog twee toespraken. Een lied ‘Srebrenica inferno’. Gebed, een jonge imam gaat voor. Dat is wonderlijk om te ervaren, tegelijk iets om te koesteren dat dit kan in Nederland, midden op het Plein aan de voet van het hoge sokkel met het standbeeld van Willem van Oranje en rondom al die statige gebouwen uit lang vervlogen tijden: Sociëteit De Witte, Mauritshuis, Binnenhof, Tweede Kamer, het vroegere Ministerie van Justitie.

Schreeuwer
Als de imam zwijgt, schreeuwt plotsklaps een man, rood van woede, waarom er geen Nederlands wordt gesproken. Iedereen kijkt op, bevriest. De beveiliging is vrijwel meteen ter plaatse, praat op hem in, begeleidt de man naar de rand van het plein. De man laat zich gedwee afvoeren, tekst en uitleg geven. Er rimpelt een zucht van opluchting. De imam sluit af met een gebed tot Allahoe Akbar.

Getrompetter met de ‘last post’. Twee minuten stilte. De wind ruist in de bomen. Zelfs op de terrasjes is het relatief stil; de muziek is uitgezet. Nauwelijks is de stilte voorbij of er meldt zich een tweede Plein-schreeuwer, die met zijn fiets aan de hand het plein opzwalkt en de politie luidkeels uitdaagt om hem op te pakken – wat de politie ook doet. Deze provocaties leiden tot tumult. Enkele mannen reageren getergd en met aangespannen spieren. Er wordt gesust, zachtjes teruggeduwd. De politie verdwijnt met de schreeuwer om de hoek. De rust keert weer. Maar het is als een waarschuwing: vrede gaat niet vanzelf. Het is ook zo kapot.

Pentax Digital Camera

Smachtend weerklinkt het lied ‘Sehidi’: ‘oh dierbaren waar zijn jullie?’ Er worden 150 witte ballonnen uitgedeeld – 35 met kaartjes waarop de namen van de slachtoffers geschreven staan die op deze herdenkingsdag in Potočari zijn begraven. Een voor een worden de ballonnen losgelaten. Sommigen blijven zoals voorspeld was in de bomen hangen, maar de meesten verdwijnen pijlsnel uit zicht – dansende witte speldenknoppen aan een blauwe hemel.

Tijd voor een dankwoord:

Laten we de slachtoffers van Srebrenica niet vergeten. Laten we, ieder op zijn eigen manier, bij hen betrokken blijven en hen meenemen in ons hart. Laten we waakzaam blijven en alles doen wat in onze macht ligt, om ervoor te zorgen dat er nooit meer een genocide gebeurt zoals in Srebrenica. Laten we er alles aan doen om de verantwoordelijke voor de genocide te straffen, als les voor de toekomstige generaties, dat misdaad niet loont maar wordt bestraft. Nooit meer Srebrenica! Graag tot volgend jaar, donderdag 11 juli 2019.

Wat zou het fijn zijn, als dit pleidooi voor waakzaamheid, verdraagzaamheid en vrede door velen (ook in Nederland) wordt gehoord, gedeeld en gedragen.

Geef een reactie

Laatste reacties (31)