Laatste update 07:51
3.636
35

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

4 mei: we moeten ons niet opsluiten in een statische geschiedenis

De herdenking op de vierde mei is geen toevallige herdenking. Er worden geen verkeersslachtoffers uit de periode '40-'45 herdacht, maar de slachtoffers van een fascistische manier van denken.

Na de Tweede Wereldoorlog werd er gezwegen. De slachtoffers wilden niet terug hoeven denken aan wat ze hadden meegemaakt. NSB’ers, foute burgemeesters, verraders, collaborateurs en de mensen die de leegstaande huizen van afgevoerde joden die toch terugkwamen in bezit hadden genomen, hadden geen belang bij een goed geheugen. Mijn Joodse grootvader, mijn vader en de neef van mijn vader waren de enigen van onze familie die in 1945 nog leefden. De tien broers en zussen van mijn grootvader en hun kinderen waren omgekomen. Er werd nooit over gesproken. Het was te zwaar en de toekomst was belangrijker, maar de littekens bleven.

De depressies van mijn grootvader kleurden mijn jeugd en gaven me een plek in de wereld waarin ik groot werd. In de familie van mijn schoonouders, waar vrijwel iedereen in de Japanse kampen had gezeten, het leven buiten die kampen nog zwaarder was en mijn schoonvader op een Japans vrachtschip zat dat getorpedeerd werd, sprak ook vrijwel niemand meer over wat de Tweede Wereldoorlog in Azië had aangericht. Je moet verder. Pas in de jaren tachtig, toen mijn vrouw er naar begon te vragen, kwamen hun verhalen.

Er is alle reden om de geschiedenis van die jaren te bewaren, door te geven, de slachtoffers te gedenken en de helden die zich verzet hebben te eren. Die laatsten streden tegen machthebbers die de rechten van andere mensen dan hen die op henzelf leken niet respecteerden en geweld niet schuwden bij het scheppen van een wereldorde die gebaseerd was op ongelijkheid. Dat heet fascisme, een manier van denken waarbij zijzelf uitverkorenen zijn en de rest van de wereld er niet toe doet, misbaar is, opgeruimd kan worden als dat uitkomt. Fascisme, een woord dat ongemakkelijk is geworden, en waarop een taboe rust omdat je het niet voor de verkeerde mensen mag gebruiken.

De herdenking op de vierde mei is geen toevallige herdenking. Er worden geen verkeersslachtoffers uit de periode ’40-’45 herdacht, maar de slachtoffers van een fascistische manier van denken. Dat waren de anderen die er niet bij mochten horen: Joden, homoseksuelen, zigeuners, gehandicapten. Ook worden de mensen die bij de politie werkten of die de treinen op tijd lieten rijden niet geëerd op die datum, maar de mensen die zich verzet hadden tegen een systeem dat ongelijkheid predikte. Juist gelijkheid is de hoeksteen van de democratie en moet met overgave verdedigd worden.

Om die herinnering levend te houden en te zorgen dat er een dag is waarop we ons bezighouden met de vraag hoe we kunnen zorgen dat zoiets nooit meer gebeurt, bestaat de herdenking op de vierde mei. Ik heb om die reden de herdenkingen in Amersfoort bijgewoond en mijn zoon ermee naartoe genomen om hem te leren wat onze familiegeschiedenis is en dat we steeds alert moeten blijven op veranderingen in de samenleving die nieuwe ongelijkheid bevorderen.

Ergens in de jaren zeventig is het karakter van de herdenking van de vierde mei veranderd. Het werd internationaler en nieuwe generaties hadden behoefte het meer aan gebeurtenissen uit hun eigen tijd in hun eigen realiteit te koppelen. ‘Onze’ oorlog stond in een groter geheel en het vluchtelingenprobleem is wereldwijd een van de belangrijkste thema’s op het gebied van het schenden van mensenrechten geworden. Het is logisch dat er een verband is.

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) vindt dat organisaties die herdenking van slachtoffers van de koehandel met vluchtelingen ook op 4 mei willen herdenken, dat niet mogen doen. Die oproep appelleert aan sentimenten die in onze maatschappij leven: een steeds scherpere scheiding tussen wij en de anderen. Naar mijn gevoel gaat de wens van het CIDI tegen de geest in van dat wat in de periode 40-45 bepaalde mensen tot  slachtoffer maakte, sommigen tot helden door hun strijd tegen het fascisme en sommigen tot collaborateurs.

In 2017 worden er mensen in de Tweede Kamer gekozen met een fascistisch programma. Ze geloven zelfs in het belang het ‘vaderlandse bloed’ niet te verdunnen met dat van minderwaardige volken. De tweede partij van Nederland wordt geleid door iemand die mensen opzet om ‘minder, minder’ te roepen als het om bepaalde groepen in de samenleving gaat. Het zijn de signalen dat mensen vergeten zijn waarom we de 4de mei herdenken en dus moeten we het daarover hebben en over de gigantische vluchtelingencrisis die jaarlijks tienduizenden slachtoffers maakt.

We moeten ons niet opsluiten in een statische geschiedenis, maar de lessen die we eruit hebben getrokken koppelen aan wat er nu gebeurt. Het kan niet dat er een vrijheid voor ons is en een vrijheid voor de anderen. Bij de herdenking van hoe we die vrijheid hebben verkregen zullen we gezamenlijk moeten herdenken.

Daarbij denk ik aan het gedicht dat mijn vrouw Marion Bloem schreef op uitnodiging van de stichting 1940-45 en begint met de regel ‘Als vrijheid is Hou jij je mond want ik heb iets te zeggen…’ en eindigt met ‘maar staat het mij misschien wel vrij om iets van mijn riante vrijheid – met wederzijds goedvinden natuurlijk – voor kortere of langere duur af te staan om jou te bevrijden van mijn verstikkende vrijheid’.


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (35)