Laatste update 10 januari 2016, 18:45
4.452
53

Columnist

Kevin Levie (1986) schrijft over politiek en technologie. Hij is actief binnen links van links en was eerder o.a. voorzitter van de SP Rotterdam. Hij woont in Amsterdam en werkt als ZZP'er in de ICT.

Waarom ik stop als voorzitter van SP Rotterdam

'Op landelijk niveau lijkt wat men ziet als de mening van de 'massa’ steeds meer gereduceerd tot één homogene hypothetische voorstelling: hun eigen vermoeden van wat een blanke oude man in een Brabantse kroeg waarschijnlijk zou vinden.'

Na veel nadenken heb ik afgelopen week de knoop doorgehakt: op dit moment kan en wil ik geen voorzitter van de SP afdeling Rotterdam meer zijn. Dat heb ik woensdag aan de Rotterdamse ledenvergadering toegelicht, en vandaag aan het partijbestuur laten weten. Voor hen en voor alle andere geïnteresseerden, probeer ik hieronder een beeld te geven van mijn overwegingen.

In het kort

De managementsamenvatting…

  • De SP staat op dit moment volstrekt stil, heeft geen politieke strategie voor de komende jaren behalve “doen wat we altijd gedaan hebben”, en durft daar ook intern nog altijd nauwelijks over te praten.
  • Op belangrijke onderwerpen, zoals het vluchtelingendebat, verzaakt de SP op landelijk niveau haar verantwoordelijkheid als grote linkse partij. Hete hangijzers worden liever genegeerd.
  • In het najaar van 2015 is er in afdelingen meer discussie over de partijkoers geweest dan in lange tijd. Op het congres zelf was er echter nauwelijks inhoudelijke discussie, en zijn vrijwel geen belangrijke of vernieuwende besluiten genomen.
  • Er is wel degelijk enige kans dat de komende tijd in de SP zaken zullen veranderen, maar ik verwacht dat dat traag zal gaan en op de kortere termijn vooral op organisatorisch vlak zal zijn.
  • Op dit moment wegen voor mijzelf de positieve ervaringen in Rotterdam niet op tegen mijn ongenoegen over hoe de partij landelijk opereert, en de energie en frustratie die het kost om zaken ter discussie te stellen.
  • Ik blijf wel lid van de SP afdeling Rotterdam, en voorlopig betrokken bij campagnes en discussies in de afdeling en in de stad.

De SP staat stil

Al ruim 14 jaar ben ik lid van de SP. Bijna m’n halve leven en nét een paar maanden langer nog dan de nieuwe partijvoorzitter, zag ik laatst toevallig. De overtuiging dat de wereld een stuk eerlijker en socialer zou kunnen zit in mijn bloed, en ik denk niet dat de behoefte om daar wat aan te veranderen ooit zal verdwijnen.
Een jaar of twee later werd ik actief voor de partij: ik ben lang organisatiesecretaris in Rotterdam geweest, ik hielp jongerenorganisatie ROOD opnieuw op te starten, ik heb op het Rotterdamse stadhuis en op het landelijk partijbureau gewerkt. Ik zou onmogelijk kunnen opsommen wat ik allemaal gedaan, bedacht en opgezet heb – en wat ik daar allemaal van heb geleerd. En al die tijd heb ik gedacht: de SP is een partij die weliswaar een paar behoorlijke tekortkomingen heeft, maar alles bij elkaar is deze partij het beste instrument dat ik op dit moment heb om de wereld te veranderen. Ik ben nu op het punt gekomen dat ik me afvraag of dat nog zo is.

Nadat ik vanaf 2010 een paar jaar minder actief was geweest, begon het in de aanloop naar de raadsverkiezingen van 2014 weer te kriebelen. Ik ging weer meer doen in de afdeling en liet me uiteindelijk overtuigen voorzitter van de SP Rotterdam te worden. Naarmate ik weer meer middenin de partij zat, begon me geleidelijk duidelijk te worden hoezeer de partij op landelijk niveau in de laatste jaren stil had gestaan. Ik schrok ervan dat er werkelijk niets veranderd was. De partijcultuur en het gebrek aan open discussie en (zelf)kritiek waren hetzelfde gebleven, de tekortkomingen op bepaalde inhoudelijke onderwerpen en de zwakke kanten van de partij waren gebleven en verder versterkt, en de partij had netto zo’n 8000 leden minder. De meeste oudgedienden die er nog steeds zaten leken vooral op de winkel te passen, en weinig nieuwe initiatieven te nemen of mogelijk te maken. En een flink deel van hen wilde überhaupt niet de discussie aangaan over de staat van de partij: het was oorspronkelijk de bedoeling het congres van november helemaal niet te houden.

Als je eerlijk kijkt staat de SP er niet bepaald fantastisch voor. We zijn de grootste partij op links – maar dat is vooral omdat anderen het slechter doen, en een meerderheid om dit land socialer te maken is daardoor heel ver weg. Het lukt niet om een offensief links alternatief voor de status-quo neer te zetten, het lijkt te vaak alsof we alleen streven naar behoud van het bestaande, en we trekken op belangrijke onderwerpen te weinig het publieke debat naar links. We zoeken te weinig de samenwerking met andere partijen en bewegingen, we zetten te weinig scherpe en creatieve acties en campagnes neer, we doen niet genoeg aan ideeënontwikkeling en onderzoek. En we voeren zelden echte interne discussie over strategie en tactiek terwijl dat meer nodig is dan ooit. De partij wordt door veel potentiële SP-sympathisanten steeds minder als een relevante factor gezien, waarmee de kans groeit dat er ruimte ontstaat voor een alternatief links van de SP.

In aanloop naar het congres hebben ik en vele anderen uit Rotterdam en uit het hele land geprobeerd de discussie over de staat van de partij en de politieke strategie voor de komende jaren aan te zwengelen. We merkten dat in veel afdelingen een stuk meer gediscussieerd werd dan in het verleden in de congresvoorbereidingen het geval was – en dat werd extra gestimuleerd doordat er voor het voorzitterschap en andere plekken in het partijbestuur meerdere kandidaten waren.
Tegelijkertijd probeerde het oude partijbestuur extra krachtig de regie te houden: in de congresstukken werd de bestaande praktijk gecodificeerd, ging het nauwelijks over onze politieke strategie, en werd vrijwel ieder substantieel idee van onderop als onzinnig afgedaan. Met procedurewijzigingen werden de kansen van niet-voorgedragen kandidaten verkleind. Er gebeurden zaken die ik maar niet hier zal herhalen. De inhoudelijke reactie op voorstellen van afdelingen werd zo kort mogelijk gehouden en gedepolitiseerd om discussiepunten toe te dekken. En de oud-partijvoorzitter vloog op schandalige wijze uit de bocht, zonder dat iemand hem durfde terug te fluiten.

Het congres: de balans

Het is winst voor de SP dat er in aanloop naar het congres veel discussie onder de leden was over de koers van de partij. De steun voor niet-voorgedragen kandidaten – bijvoorbeeld de 42,4 procent die de Rotterdamse bestuurskandidaat Leo de Kleijn haalde – liet zien dat ook onder veel leden behoefte is aan vernieuwing en aan een beter verhaal. Een aanzienlijk aantal afdelingen bleek ook een stuk scherpere analyse te hebben dan de partijtop over wat de partij te doen staat. Over een aantal onderwerpen bleken overal in het land soortgelijke ideeën te leven, zoals over de rol van de SP in het vluchtelingendebat en op het onderwerp duurzaamheid en klimaatverandering.

Al die discussie heeft er echter niet toe geleid dat het congres veel belangrijke, vernieuwende besluiten heeft genomen. En de voorstellen van de afdeling Rotterdam, sommige ondersteund door tientallen andere afdelingen, haalden het grotendeels niet.
Het congres stemde daarmee tegen het formuleren van uitgangspunten wanneer regeringsdeelname wel en niet opportuun is, en tegen een kritische evaluatie wat lokaal besturen oplevert. Tegen meer aandacht voor internationale solidariteit en voor discriminatie en racisme. Tegen verbreding van de partij en het zo veel mogelijk opzoeken van de samenwerking met andere organisaties, om zo echt het ‘motorblok van links’ te worden. De congresafgevaardigden stemden tegen het stoppen met ontwijken van hete hangijzers als het vluchtelingendebat. Tegen het uitbreiden van het scholingsteam en het verbeteren van de organisatie van onze acties en campagnes. Tegen een veel sterker, breder wetenschappelijk bureau, dat onderzoeken start naar democratisering van de economie en precariteit. Tegen het vastleggen van meer zeggenschap voor de partijraad, tegen het samen met de leden uitwerken van voorstellen voor een betere partijdemocratie. Enzovoort, enzovoort.

Men heeft op het congres hard geprobeerd de inhoudelijke discussie zo kort en oppervlakkig mogelijk te houden, en dat is goed gelukt. De centrale boodschap van de dag was en bleef: we zijn heel goed en we doen het heel goed, en we hoeven niks te veranderen en moeten allemaal gewoon nog wat harder lopen. Maar net als in ieder geval een deel van het SP-kader, hadden de aanwezige media en andere SP-volgers heel goed door dat daarmee niet alles opgelost is. ‘Verdeeldheid legt vertwijfeling bij SP bloot’, kopte de Volkskrant de maandag na het congres. En iemand als Gerrit Voerman reageerde: ‘De SP verkeert duidelijk in een impasse, maar de partijtop doet er op dat punt het zwijgen toe.’

De afgelopen tijd heb ik steeds meer de indruk gekregen dat de partij op dit moment in feite op een soortgelijke tweesprong staat als eind jaren tachtig. Toen was de SP in feite op sterven na dood, hield een aantal mensen krampachtig vast aan hun bestaande werkwijze en positie, en uiteindelijk wisten mensen als Jan Marijnissen en Tiny Kox de partij om te vormen tot een succesvolle beweging die eindelijk landelijk wist door te breken.
Ook nu is er een groep mensen die zegt: als we gewoon zo doorgaan komen we er wel. En zijn er anderen die zeggen: we staan stil, en als we sommige dingen niet anders en beter gaan doen, dan worden we een partij die er steeds minder toe doet en bestaan we over tien jaar misschien wel niet meer. We moeten nu eens echt (zelf)kritisch durven zijn, we moeten een helder links offensief alternatief neerzetten en niet te voorzichtig en bescheiden zijn, we moeten een centrale spil in links Nederland willen zijn en samenwerken met alle gelijkgezinden die in grote lijnen dezelfde kant op willen. Kortom, we moeten zorgen dat we weer ‘altijd vooroplopen’.
De vraag is nu wie er gelijk krijgt en of dat op tijd zal zijn.

De massalijn is niet ‘zwijgen’

De werkwijze en het activisme van de SP vind ik één van de beste aspecten van de partij. Het uitgangspunt dat je naar mensen toe moet om te luisteren naar wat ze vinden. Dat je je niet verheven voelt boven mensen of je tegenover hen opstelt, maar hun zorgen en problemen serieus neemt en die adresseert. Dat je actie voert ‘met de mensen en voor de mensen’, omdat er heel veel variatie en kracht onder de mensen zit, en omdat zo steeds meer mensen zich ervan bewust worden dat verandering wel degelijk mogelijk is. Vroeger heette dat ook wel de ‘massalijn’.
In de basis is die aanpak ook anno 2015 een prima werkwijze, en dat doen we ook in Rotterdam dagelijks: of het nu gaat om het samen met bewoners tegenhouden van de sluiting van een buurthuis, om het meeorganiseren van een demonstratie voor Palestina met 10.000 deelnemers, of om het mobiliseren van huurders en huurdersorganisaties tegen de sloop van betaalbare huurwoningen.

Op landelijk niveau lijkt wat men ziet als de mening van de ‘massa’, echter steeds meer gereduceerd tot één homogene hypothetische voorstelling: hun eigen vermoeden van wat een blanke oude man in een Brabantse kroeg waarschijnlijk zou vinden. Daaronder vallen dan nooit de honderdduizenden mensen die boos zijn over wat er gebeurt in het Midden-Oosten. De massa, dat zijn dan niet de mensen die iets willen doen tegen klimaatverandering en zich druk maken over vage begrippen als milieu. De massa, dat zijn dan nooit de jongeren die protesteren tegen racisme en symbolen daarvan.
En erger nog dan dat: de opvattingen die men toeschrijft aan een specifieke constructie van ‘de’ massa worden in de praktijk ook nog eens vaak gezien als onveranderlijk, in plaats van die te analyseren en het gesprek met mensen aan te gaan over hun zorgen en problemen en de oorzaken daarvan.

Dat kwam het afgelopen halfjaar tot uiting rond het vluchtelingendebat. Terwijl letterlijk iedere dag de kranten openden met doden op de Middellandse Zee, met chaos op de Balkan, met discussie en protesten over opvang in Nederland, deed de landelijke SP… niets. De website negeerde het onderwerp bijna twee maanden lang aan één stuk. De nieuwsbrief aan kaderleden (‘De Lijn’) besteedde er geen enkel woord aan, en behandelde alleen zorg en interne partijzaken. Een visienota over vluchtelingen werd bewust intern gehouden, en er werd geen enkele discussie of scholing georganiseerd.
Afdelingen in het land deden op diverse plaatsen goede dingen: in discussies rond opvang, met het organiseren van solidariteit en hulp. (In Rotterdam gingen we wekenlang de Beverwaard in om met mensen te praten over de plannen voor een AZC, en we zetten in de hele stad ons eigen beeld tegenover de ophitserij van Leefbaar Rotterdam.)

Maar de landelijke partij besloot maandenlang actief z’n vingers niet te branden aan het onderwerp. En terwijl we onze mond hielden over vluchtelingen, besloot de partijraad ondertussen wel ‘voluit’ campagne te voeren voor het GeenPeil-referendum over Oekraïne. Ik vond en vind: zeker als je het één niet doet en het ander wel, verzaakt de SP wat je van een linkse volkspartij zou mogen verwachten. Dan duw je de maatschappij niet de goede kant op, dan sta je niet stil: dan duw je de verkéérde kant op. Dat was één van de momenten dat ik me minder en minder thuis ging voelen bij deze SP.

Iets soortgelijks speelt rond tal van onderwerpen. Over Europa: we plakken posters met ‘BEU’ en het eurokritische verhaal overstemt ieder links, sociaal geluid compleet – terwijl linkse partijen in de landen om ons heen veel meer de samenwerking opzoeken en op straat hun solidariteit met de Grieken uitdroegen.
En over bijvoorbeeld racisme en discriminatie: inmiddels durven zelfs figuren als Humberto Tan, Paul de Leeuw en Anouk over dat onderwerp honderd keer scherpere statements te maken dan de grootste linkse partij van Nederland. Anja Meulenbelt stond er al uitgebreider bij stil bij háár afscheid vorig jaar.

(Er valt nog veel meer te zeggen over oude ballast in de SP uit de jaren ’70 en ’80, over hoe het denken in de partij lange tijd volstrekt los stond van linkse discussies elders, en hoe dat nu nog doorwerkt: in de bijzondere partijcultuur en beeld van partijdemocratie, in het idee dat de SP volstrekt uniek is in de wereldgeschiedenis, of in de afwezigheid van enige notie van bijvoorbeeld een concept als intersectionaliteit. Maar ik moet later nog maar eens een boek schrijven om dat verder uit te leggen.)

Kansen voor verandering

Dat de SP stilstaat en dat daar jarenlang véél te weinig over gepraat is, dat de partij op tientallen punten flink moet veranderen, dat we op dit moment bepaald niet ‘altijd vooroplopen’: ik hoop dat dat geleidelijk meer mensen duidelijk wordt.
De vraag is of dat breed genoeg gedeeld zal worden, en hoe groot vervolgens de kans is dat er op cruciale punten daadwerkelijk iets zal veranderen in de SP. Daarover heb ik de afgelopen weken met veel mensen van gedachten gewisseld.

In de uitkomsten van het afgelopen congres en de nieuwe samenstelling van het bestuur kun je ook her en der best kansen zien voor nieuwe ontwikkelingen de komende tijd. En wat ik gehoord heb van en over Ron als nieuwe partijvoorzitter, geeft mij ook het idee dat hij meer open staat voor goede ideeën en een zinnige rol speelt.
Tegelijkertijd is het ook zo dat een inschatting van de kansen op aanzienlijke veranderingen binnen de SP uiteindelijk met de beste wil van de wereld neerkomt op: de hoop dat er de komende jaren geleidelijk meer ruimte ontstaat voor discussie over de staat van de partij, om dan nogmaals dezelfde punten in te brengen die we al een hele tijd inbrengen, waarbij dan hopelijk op sommige punten onder een deel van het nieuwe bestuur en in een aantal andere afdelingen dezelfde ideeën leven, en waarbij zeker op de kortere termijn vooral op organisatorisch vlak en niet zozeer op politiek en strategisch vlak enige verandering voorstelbaar is.

Dat is voor mij niet genoeg om nu op te blijven wachten. De positieve initiatieven en ervaringen in mijn eigen afdeling, wegen voor mij op dit moment niet meer op tegen hoe de SP op belangrijke terreinen nalaat wat een fatsoenlijke linkse partij zou moeten doen, en tegen de energie en frustratie die het keer op keer kost om intern in de partij bepaalde zaken überhaupt aan te kaarten, laat staan iets voor elkaar te krijgen. Daarom heb ik besloten nu te stoppen als voorzitter van de SP Rotterdam.

In laatste instantie is het een persoonlijke afweging of je onder deze omstandigheden een sleutelpositie in de partij kunt en wilt vervullen, en ik zal niemand aanmoedigen dezelfde keuze te maken. Zelf vind ik dit vooral lastig omdat de afdeling Rotterdam – en de meeste van haar kaderleden – mij zeer lief zijn. Maar ik weet ook dat niemand onmisbaar is, en dat er heel veel leden zijn die vast nog een stukken betere voorzitter zouden zijn dan ik. En ik denk dat er nog veel te doen is in Rotterdam, maar dat we in de afdeling een goede basis hebben en er een aantal mooie campagnes worden voorbereid voor de komende maanden.

Ik ben niet helemaal weg: ik blijf lid, want ik zie op dit moment geen beter links alternatief. Ik zal de ontwikkelingen binnen links en binnen de SP nauwlettend volgen. Als de partij weer de goede kant op beweegt zal ik de eerste zijn om dat toe te geven, en ik hoop van harte dat dat nog gebeurt. En ik blijf in enige mate betrokken bij acties en discussies in de afdeling, in de stad en met gelijkgezinden elders. Want er zijn tal van initiatieven en plannen waarvan ik wél geloof dat ze een betere wereld dichterbij brengen.

Geef een reactie

Laatste reacties (53)