3.110
17

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

71 zetels voor de VVD in de Eerste Kamer

Ons politieke stelsel maakt zo'n monsterzege gewoon mogelijk

Thorbecke stelde in 1848 voor de leden van de Eerste Kamer direct te kiezen. Bij het invoeren van de parlementaire democratie in Nederland is dit voorstel door de toenmalige leden van de Eerste Kamer zelf veranderd. En dat kwam omdat de hooggeplaatste senatoren van de Eerste Kamer het veel te ordinair vonden om zomaar door Nederlandse kiesgerechtigden gekozen te worden. (Hoewel die kiesgerechtigden zelf in 1848 maar 11% van de manlijke bevolking betrof, mannen die minimaal een bepaald bedrag aan directe belasting betaalden.)

Door de keuze te verplaatsen naar de leden van de Provinciale Staten was men ervan verzekerd dat die keuze gemaakt zou worden door andere heren van stand. Om in 1848 gekozen te kunnen worden in de Provinciale Staten diende je aan beduidend hogere eisen te voldoen dan als “normale” kiesgerechtigde.  Je moest dan behoren tot de hoogst aangeslagenen van de directe belastingen. 

Nederland is van alle normale democratische landen in de wereld vermoedelijk het land waarbij de kiezer via verkiezingen het minste directe invloed heeft. In die andere democratische landen is er minimaal sprake van het rechtstreeks kunnen kiezen van één of meer bestuurders (president of premier of burgemeester of gouverneur). En ook kennen de meeste landen een vorm van referendum waar de kiezers op onderwerpen directe invloed hebben.

Maar in Nederland niets van dit alles. Elke bestuurder in Nederland komt direct (ministers) of indirect (Commissaris van de Koningin) via stemmingen onder de personen die we wel kiezen op hun positie. De kiezer wordt op afstand gehouden. En nadat we in 2005 NEE stemden tegen de Europese Grondwet is elk enthousiasme voor referenda bij de meeste van onze politici tot het nulpunt gedaald.

Ons Nederlandse politieke systeem is er de afgelopen 90 jaar niet in geslaagd om enige modernisering van dit stelsel aan te brengen. Het correctief referendum en de directe burgemeestersverkiezing zijn de afgelopen 15 jaar in tweede instantie gesneuveld in de Eerste Kamer.

En de coupe van de Eerste Kamer in 1848 om de “normale” kiezer bij de verkiezingen buiten de deur te houden is in die 163 jaar ook niet gewijzigd.

Tot wat dit kan leiden zal op 23 mei a.s. bij de verkiezingen van de Eerste Kamer blijken. En de afgelopen tijd hebben we daar al enkele voorbodes van gezien. Door een samenloop van omstandigheden weten we nu ongeveer wat er gebeurd is rondom het Zeeuwse Statenlid, maar wat zich achter de schermen heeft voltrokken of nog steeds aan het voltrekken is, weten we niet. Pas op 23 mei zullen we daar wat van merken, hoewel we dan ook niet alle details leren kennen, want –hoe gemakkelijk voor de heren politici- de stemming is nog geheim ook. (We zouden eens als kiezer te weten mogen komen wat onze vertegenwoordiger(s) bij de verkiezingen voor de Eerste Kamer gaan stemmen).

Al op 3 maart heb ik aangekondigd dat zich nog heel wat kan voltrekken rondom die 38e zetel voor de coalitie.  En volgens mij is wat we nu wel weten slechts het topje van de ijsberg. 

Het interessante aan dit proces is dat ieder statenlid mag kiezen wat hij of zij wil (en hij kan ook nog die keuze verborgen houden). Dus er zou bij voorbeeld ook de uitslag uit kunnen komen dat de nieuwe Eerste Kamer 71 senatoren van de VVD krijgen. Ons politieke stelsel maakt dat gewoon mogelijk en als dat de uitslag van de stemming op 23 mei zou zijn dan kan dat vier jaar lang niet veranderd worden.

In het debat van afgelopen dinsdag over de ontmoeting met de Zeeuwse babbelaar in het Torentje bleek dat er geen formele bezwaren zijn tegen het proberen over te halen van een statenlid op jouw coalitie te stemmen. (En als Cohen nu in het torentje had gezeten met een vergelijkbare situatie zou hij of de PvdA ongetwijfeld net zo hard hun best gedaan hebben om die extra steun te verzamelen). Maar de argumentatie die door premier Rutte werd gevolgd (maar dat had dus ook premier Cohen kunnen zijn), laat in feite de minachting zien van onze hele politieke kaste voor de kiezer:  Op 23 mei zijn het gewoon verkiezingen, ook met zwevende kiezers, weliswaar met maar 566 kiesgerechtigden. (Dit was vrijwel de letterlijke tekst van de premier tijdens het debat).

Het zou voor de politici in het verleden een koud kunstje zijn geweest om hetzij de kiezers tijdens de provinciale statenverkiezingen apart de Eerste Kamer te kiezen of  een stemprocedure te bepalen waarbij de leden van de provinciale staten alleen op de eigen partij zouden mogen stemmen (of de partij waarvan ze VOOR de verkiezingen hadden gezegd waarop ze bij de Eerste Kamerverkiezingen zouden stemmen). Vanzelfsprekend zou dan ook de stemming niet geheim mogen zijn. 

Maar dat is niet gebeurd, omdat de politici in Nederland in feite weinig boodschap hebben aan de kiezer.  Ze worden slechts als onhandige hobbels gezien, eens in de vier jaar,  in het spel dat ze binnen de Kamers, Raden of Staten graag onderling willen spelen. Wellicht wordt het tijd om bij onze verkiezingen waarnemers uit Zimbabwe, Birma en Venezuela uit te nodigen?     

Geef een reactie

Laatste reacties (17)