Laatste update 15:50
3.435
20

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Je ouder is niet je patiënt

Familiezorg moet minder zodat we dingen kunnen doen met onze ouders om de relatie goed te houden

mantelzorgOnze staatssecretaris, mijnheer van Rijn, vindt dat we nog meer moeten gaan doen voor onze ouders. Hij heeft dat deze week in Utrecht gezegd. Een goed plan, maar ja, wij doen dat nu op ons 67ste en het ontmantelt ons leven. Als er iets aan ons knaagt, is het idee dat wat we ook doen, we altijd tekort schieten. Want het is voor ouderen in ons land nooit leuker te maken dan het nu is en zeker niet leuker dan gisteren.

Kijk als zorg voor ouderen betekent lief zijn en aandacht geven, dan is dat vanzelfsprekend en leuk. Ook klaar staan om onze dementerende ouders even ergens naartoe te brengen rijden, vinden we geen enkel probleem. Helaas moet dat wel met de auto en kunnen we daardoor weinig bijdragen aan bestrijding van de klimaatsverandering, waar onze kleinkinderen aan kapot zullen gaan, maar mensen die slecht ter been zijn en in de periferie zijn terechtgekomen kun je niet op de fiets meenemen. Mijn broer doet dat bij onze moeder (95), mijn vrouw en ik doen dat zo veel mogelijk voor mijn schoonmoeder (86). Beide moeders dementeren en de mijne zit in een verpleeghuis, die van mijn vrouw woont nog – zoals mijnheer van Rijn dat fijn vindt – op zichzelf.

Als je moet zorgen voor je ouders, komt het maar al te vaak uit op het grondig ondermijnen van de goede relatie die je je leven lang hebt gehad met je vader of moeder. Alle tijd die je normaal in het contact steekt, gaat zitten in het regelen van dingen en niet langer in het gezellig met elkaar een kopje thee drinken. De vraag om aandacht wordt ook steeds meer een beroep op ondersteuning. De eenzaamheid wordt vertaald in pijn. En het zorgzame familielid voelt zich steeds wanhopiger, want hoe vaak je ook even onder het bed kijkt of er niemand verstopt zit, je verdrijft er de spoken in haar hoofd niet mee. Hoe vaak je ook uitlegt dat het automatisch aanfloepend licht achter het huis niet kapot is omdat het knippert – maar dat het zo werkt -, het helpt niet. Hoe vaak we ook de telefoon en de iPad repareren, de familieleden die in Amerika wonen komen er niet vaker door op bezoek. Hoe vaak we de tuin ook aanvegen, een rukwind en er ligt weer rommel en het vragen of er alsjeblieft iets aan de tuin kan gebeuren begint opnieuw. Hoe vaak we ook uitleggen dat we haar niet helpen om haar te controleren, ze gelooft het niet en zegt: “Ik ben niet dement hoor”.

Één op de drie mantelzorgers heeft zich wel eens laten gaan, iets gemeens gezegd, iets te hardhandig iets aangegeven of nog veel erger. Dat is niet vreemd, want mantelzorgers zijn ook maar mensen. En al die adviezen over hoe je met dementerende mensen om moet gaan. Je hebt ze al lang zelf bedacht maar als iets voor de 20ste keer gevraagd wordt, of je iets wilt doen dat je net gedaan hebt, dan weet je niet meer wat je moet zeggen. Of  hoe je die engel blijft die mijnheer van Rijn absoluut niet is voor het merendeel van de ouderen in Nederland. Nee, dan floept er wel eens uit ‘dat heb ik nu al 20 keer uitgelegd’ en dat voelt klote omdat je ziet hoe je de stemming voor je ouder verpest hebt.

Nee, mijnheer van Rijn, niet MEER familiezorg omdat de samenleving het dan kan betalen, maar minder zodat we gewoon de dingen kunnen blijven doen met onze ouders waardoor de familierelaties goed blijven. Af en toe een weekendje logeren, af en toe samen ergens een wandeling maken, af en toe samen uit eten. Dat moeten we doen en niet hun billen afvegen.

Voor ouders is het vanzelfsprekend dat ze onvoorwaardelijk van hun kinderen houden, maar voor kinderen is liefde voor hun ouders niet automatisch in de natuur geregeld. Dat zit niet in de genen. Een beetje biologieles voor de staatssecretaris zou geen kwaad kunnen. Die liefde ontstaat doordat je elkaar regelmatig en vaak hebt gezien, elkaar door en door hebt leren kennen en vaak pakt het goed uit, maar regelmatig ook helemaal niet. We hebben goede professionele zorg nodig die voor onze ouders het leven aangenaam maakt, en wij kunnen dan dat beetje liefde eraan toevoegen. Dat doen we drie, vier keer per week en dat willen we niet verprutsen aan zorg zoals het de staatssecretaris voor ogen heeft.

cc foto: Ziekenzorg CMrMT


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (20)