2.716
23

Voorzitter Humanistisch Verbond

Boris van der Ham is de voorzitter van het Humanistisch verbond. Eerder was hij tien jaar lang Tweede Kamerlid voor D66. Hij studeerde geschiedenis in Amsterdam en doorliep de Toneelacademie in Maastricht. Vanaf zijn vijftiende werd hij politiek actief bij de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van D66, waar hij tussen 1998 en 2000 landelijke voorzitter van was. Hij was acteur bij verschillende toneelgezelschappen, werkte voor de Europese fractie in Brussel en de Tweede Kamerfractie in Den Haag. In 2002 werd hij gekozen tot Kamerlid en in 2006 met voorkeurstemmen herkozen. Hij voert onder meer het woord over economische zaken, onderwijs, vrijheden en milieu. In 2007 werd Van der Ham uitgeroepen tot internetpoliticus van het jaar. Boris' stukken schrijft hij op persoonlijke titel.

Humanistisch Verbond strijdt niet tegen godsdienst

De karikatuur die Jorg Kennis over het humanisme schetst, klopt niet.

Onder de kop ‘Humanisten, stop die obsessie met de islam’ beschreef journalist Jorg Kennis een aantal kritische punten richting het Humanistisch Verbond. Ik las, als voorzitter van die vereniging, het stuk natuurlijk met extra interesse, maar ook met met enige verbazing. Hij schetst een beeld dat niet klopt, en bestrijd dat vervolgens. Dat vraagt om een reactie.

Het Humanistisch Verbond werd 70 jaar geleden opgericht met twee redenen. Allereerst was de reden: het emanciperen van de ‘buitenkerkelijken’. Onder hen vielen zowel mensen die zich niet meer thuis voelden bij een georganiseerde religie, maar met name mensen die helemaal niet meer godsdienstig waren. In het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog was je daarmee een uitzondering en werd je zowel juridisch als sociaal achtergesteld. De oprichters van het Humanistisch Verbond streden voor gelijke behandeling. Daarbij werden religieuze privileges bekritiseerd.

De tweede reden om destijds tot een organisatie van humanisten te komen was om een dam op te werpen tegen ‘nihilisme’ en kortzichtigheid. Immers: als je alleen maar ‘niet-godsdienstig’ bent, dan omschrijf je niet wat je dan wèl bent. Humanisme laat zich inspireren door wetenschap, kunst, oude en nieuwe denkers, bijvoorbeeld. Het streven naar medemenselijkheid (een eenvoudige vertaling van het woord humanisme) is daarbij het uitgangspunt.

In het stuk van Jorg Kennis spreekt hij zijn waardering uit voor dit laatste streven. Terecht houdt hij in zijn stuk een pleidooi voor een ‘verrijkend humanisme’, een humanisme dat benadrukt welke positieve bijdrage humanistische waarden kunnen leveren  aan de samenleving. Zowel niet-gelovigen als gelovigen kunnen daar baat hebben. Het Humanistisch Verbond is de afgelopen jaren bijvoorbeeld opgekomen voor het recht op een waardig levenseinde en gelijke behandeling in liefde en vriendschappen. Kennis noemt daarnaast ook het goede werk dat humanisten doen die mensen bijstaan in gevangenissen. Dat soort humanistische bijstand is er ook voor mensen die werken bij defensie en voor patiënten in de gezondheidszorg. In het onderwijs gaan humanisten met leerlingen in gesprek over dilemma’s van vrijheid en over normen en waarden. Het is een mooi dat in Nederland – waar de ontkerkelijking steeds verder doorzet – er ook op een niet-godsdienstige wijze over levensvragen gesproken kan worden. Ik ben erg trots dat onder meer door inspanning van het Humanistisch Verbond dat de afgelopen decennia is gelukt.

De kritiek van Kennis richt zich echter op de bijdrage die het Humanistisch Verbond levert aan het debat over de islam. Het is waar, de laatste jaren hebben Humanistische organisaties wereldwijd nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de vaak levensbedreigende situatie voor ‘afvalligen’ en ex-moslims in streng islamitische landen. In 55 landen is afvalligheid of godslastering strafbaar, en in 13 landen kan je hier zelfs de doodstraf voor krijgen. Kennis schrijft in zijn stuk dat hij zich afvraagt ‘of deze overmatige aandacht voor (ex-)moslims zo’n prominente plek in moet nemen binnen de humanistische instituties.’ Hij stelt dat door die focus in ‘in de beeldvorming’ bij gelovigen het humanisme wel eens als een ‘one-issue’-beweging zou kunnen worden gezien, die vooral de ‘kwalijke kanten van religie’ onder de aandacht willen brengen. Kennis redeneert dat humanisme zich vooral niet als antireligieus moet opstellen, ook uit vrees dat daarmee ‘rechts-radicale kringen’ in de kaart worden gespeeld.

Ik kan Kennis op een punt onmiddellijk gerust stellen. Het Humanistisch Verbond heeft niet als identiteit om te strijden ‘tegen godsdienst’. De karikatuur die hij daarover in zijn stuk schetst klopt gewoon niet. Wij strijden immers vóór vrijheid. Dus als mensen uit eigen beweging kiezen om christen, moslim, orthodox of liberaal gelovig te zijn – het staat mensen vrij. Sterker nog: wij komen ook op voor dat recht om religieus te mogen zijn. Waar bijvoorbeeld christenen, moslims of joden worden bedreigd in het uiten van hun opvattingen, nemen wij het ook voor hen op. Ook in Nederland werken we, waar dat kan, samen. Met vrijzinnige geloofsgemeenschappen hebben we zelfs heel veel overlap in opvattingen en zelfs soms in leden.

Maar in dat positieve, inclusieve verhaal ligt ook besloten dat we dus kritisch zijn als mensen onder de vlag van religie anderen diezelfde vrijheid niet gunnen. 70 jaar geleden was die ongelijke behandeling een van de redenen om de humanistische beweging op te richten, en helaas is die reden nog steeds actueel. Vroeger was sociale uitsluiting voor ‘afvalligen’ in het Christendom nog een groot probleem in Nederland, maar tegenwoordig zien we dat net zo hard in streng islamitische gemeenschappen. Nee, dat is geen ‘obsessie’; Het is vaak bittere realiteit. Juist voor mensen die daarmee worstelen wil het Humanistisch Verbond (nog steeds) een vrijplaats zijn.

Ik ben het daarom ook niet eens met Kennis dat met het aandacht schenken aan de intolerante kanten van de islam ‘rechts-radicalen’ in de kaart worden gespeeld. Integendeel. Juist als je dit soort zaken onbenoemd laat, wordt de vrijheid uiteindelijk het slachtoffer, zowel van ongelovigen als van gelovigen. Radicale islamitische groeperingen zien namelijk zelfs moslims die maar een fractie anders denken dan zijzelf als ‘ongelovigen’. Daarom moeten we samen pal staan voor het recht op individuele vrijheid en om ‘ongelovig’ te mogen zijn in de ogen van iemand anders . Dat recht dient namelijk iedereen: Links, rechts, vrijzinnig, orthodox, religieus of humanist.


Laatste publicatie van Boris van der Ham

  • De koning kun je niet spelen

    Toneelwetten voor kiezers en politici

    2014


Geef een reactie

Laatste reacties (23)