1.953
116

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Aan de dood ontsnapt

Hoe een Joop-reageerder me het leven redde

Vandaag ben ik aan de dood ontsnapt. Of aan een bestaan in het verpleegtehuis. Dat komt zo.

Het wordt tijd dat ik mij weer eens laat knippen. Van voren gaat het nog wel en wat er aan de oorlel groeit is met een speciale minitondeuze goed in toom te houden maar met het nekhaar ligt het anders. Het oogt slording en onverzorgd en de problematiek werd acuut juist toen mijn vaste kappertje besloot een week vakantie te nemen. Wat nu?
“Dan ga je toch naar een ander”, was het advies op het terras.
Op weg naar huis passeerde ik een zaak die er eigenlijk wel keurig uitzag. Ook had hij een aanbieding. Ik besloot voor eenmaal mijn eigen kapper ontrouw te zijn.

Vanochtend verliep alles traag. Eerst sliep ik een beetje uit. Daarna zat ik maar te kloten achter mijn computer. De email bracht twee bevestigingen van een en dezelfde bestelling wat tot een telefoontje leidde met zeer langdurige wachttijden om dit recht te zetten. Enfin, men weet hoe het vrije bedrijfsleven tegenwoordig functioneert als het meer dan vijftien personen in dienst heeft.

Ook schreef een vaste correspondent Aert-Willem d’Holbach akelige reacties die een repliek verdienden. Maar daar moest ik wel een paar dingen voor nazoeken.

Op de een of andere manier wordt het op zaterdag altijd pas na twaalven voor je serieuze dingen kunt doen. Ik wandelde de motregen in op weg naar een afspraak en onderweg realiseerde ik mij dat ik het helemaal vergeten was van die kapper. Aan de andere kant voor drie uur werd ik niet verwacht. Ik kon me nog even netjes laten knippen. Als ik naar de kapper geweest ben zeggen de vrouwen altijd: “Je bent een stuk jonger geworden!”.
Dus richtte ik mijn schreden naar de kapper wiens zaak ik de vorige avond was gepasseerd en die zo een gunstige indruk op mij had gemaakt.

Er kwam gebrom uit de lucht. Voetbalwedstrijd? Politie? Nee, het was de traumahelicopter, die aanstalten maakte om in de buurt te landen. Mensen keken omhoog. Wat zou er gebeurd zijn?

Uit de verte zag ik het al. Er stonden brandweerwagens en ambulances rond het complex van mijn kapper. De politie was bezig om alles met linten af te sluiten. Ik liep snel naderbij. Op een brancard lag een zwaar gewonde van top tot teen in een soort kunststof gewikkeld. Overal glas.

Verbijsterde buurtbewoners die door uiterst professioneel optredend overheidspersoneel achter de linten werden gedrongen. Het waren jongens en meisjes van stavast, bakens van rust in een ontregelde omgeving.

“Wat is hier aan de hand?”, vroeg ik.
“De kapper zijn zaak is ontploft. Kijk, daar ligt hij op die brancard”.
Gas? Een bom? Niemand kon er iets zinnigs over zeggen. Dat zou later wel blijken.

Maar één ding stond wél als een paal boven water: als ik eerder was vertrokken had ik daar óók op het plaveisel gelegen. Missschien hebben Aerts lullige reacties  mijn leven wel gered!

God, beware me. Kantje boord. En toen kwam Dér Mouw me voor de geest. Als ik vlug was kon ik dat gedicht van hem over de tuinman en de dood nog online opzoeken. En die afspraak van drie uur halen. Het gedicht bleek niet geschreven te zijn door Dér Mouw maar door P.N. van Eyck. Dér mouw zei: “Wie niet helder formuleert, denkt niet helder”.

Hier is het gedicht, door P.N. van Eyck dus.

Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: “Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!” –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

“Waarom,” zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
“Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?”
Glimlachend antwoordt hij: “Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.”


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (116)