2.807
38

Bestuurder AVV, de democratische vakbond

Mei Li Vos werd bekend als één van de oprichters en de voorzitter van het Alternatief Voor Vakbond (AVV). Een vakbond die opkomt voor die groepen die door de traditionele vakbonden weinig worden vertegenwoordigd, zoals freelancers en flexwerkers. In 2007 nam ze voor de PvdA zitting in de Tweede kamer. Bij de verkiezingen van september 2012 werd ze weer gekozen als Kamerlid voor de PvdA. (Foto door: Ilona Hartensveld)

Achterkamertjespolitiek

Partijen als de SP, PVV en TON hebben veel kritiek op achterkamertjespolitiek en de baantjesjagers. Ze hebben gelijk. Dat mensen ontevreden zijn over ‘de politiek’ heeft de politiek aan zichzelf te danken omdat er geen onderhoudswerk wordt gedaan aan onze democratie.

Hoeveel kranten ook schreven over de benoeming van Van Rompuy tot eerste president van de Europese Unie, hoeveel meningen Europese burgers ook hadden over hem of de andere kandidaten, zijn benoeming was het ultieme voorbeeld van achterkamertjes politiek. Met het gewenste resultaat van de bewoners van de Europese achterkamers: een grijze muis van christendemocratische huize.

Als Europeanen zelf hadden gekozen hadden ze misschien wel voor een sterke leider, type Blair gekozen. Dat moet natuurlijk koste wat het kost voorkomen worden. Het is dat de populistische partijen in het Europees Parlement moeite hebben om de achterban te mobiliseren, anders was het chagrijn van de Europeanen over deze politieke benoeming net zo groot geweest als het chagrijn van de Nederlander over achterkamertjespolitiek en het baantjesjagen.

Of het nu gaat om de benoeming van een burgemeester, de commissaris van de Koningin, de directeur van een megascholengemeenschap, de president of een commissaris in de Europese Unie of een bestuurder van een groot pensioenfonds, in Nederland worden dit soort functies volgens een partijpolitieke verdeelsleutel ingevuld. Niet de capaciteiten en competenties van de persoon zijn het eerste criterium, maar of hij of zij lid is van een politieke partij. En de kiezer / pensioenpremiebetaler / ouder / docent  dient zich niet te bemoeien met het selectieproces.

Er zijn praktische en principiële bezwaren tegen partijpolitieke benoemingen.
De selectie en benoeming vindt niet plaats in de openbaarheid, waardoor niet iedere goede kandidaat een kans heeft om zo’n functie te vervullen. Daarmee wordt de kans groter dat je een minder goede kandidaat krijgt omdat de politieke kleur zwaarder weegt dan competenties. Dat is een praktisch bezwaar. Een principiëler bezwaar is dat een benoemde bestuurder in een politieke functie verantwoording moet kunnen afleggen aan de mensen namens wie hij of zij bestuurt. Je moet het heel bont maken, en dan ook nog eens zelf opstappen, om gehoor te geven aan een wens van het volk om op te stappen.

In een democratie kies je je vertegenwoordigers en bestuurders, al dan niet getrapt via volksvertegenwoordigers die uit hun midden ministers en wethouders kiezen, maar ergens moet je wel wat te kiezen hebben gehad. Het is van den zotte dat we nog steeds geen gekozen burgemeester hebben. Zeker nu nog maar zo weinig mensen lid zijn van een politieke partij is het vreemd dat er uit zo’n klein vijvertje gevist moet worden om de rust en orde in het land te houden. Alsof iemand die geen lid is van een politieke partij geen rust en orde kan bewaren.

In de polder is het al even droevig gesteld met de verantwoordingslijnen. Werknemers en werkgeversverenigingen zitten in de SER en de STAR en oefenen veel invloed uit op het sociaaleconomisch reilen en zeilen van het land. Prima, de arbeidsrust en goede verhoudingen in het land zijn er de afgelopen jaren zeker bij gebaat. Maar dat moet niet betekenen dat andere organisaties van belanghebbenden uitgesloten worden van invloed uitoefenen. De samenleving veranderde nogal de afgelopen vijftig jaar. De organisaties die nu zeggen werkgevers en werknemers te vertegenwoordigen doen dat veel minder dan vijftig jaar geleden. Niet alleen vast te stellen door een dalend lidmaatschap, maar ook door verschuivingen in de betekenis van werk en werkgeverschap. Een klein bedrijf moet zich maar vertegenwoordigd voelen door MKB-Nederland, inmiddels bijna samengegaan met VNO-NCW. Datzelfde geldt voor de werknemer. Namens hen wordt gesproken in de SER en richting de politiek, maar zelf een club oprichten om namens nieuwe belangen te spreken heeft geen zin omdat de regels voor toelating tot de SER het schier onmogelijk maken om mee te doen. Representativiteit wordt gemeten aan het aantal leden, maar dat het aantal leden is gedaald en veranderd van aard en samenstelling heeft geen betekenis gehad voor de vraag of vakbonden nu wel alle werknemers representeren. Representativiteit is verworden tot een steekproef, als tien procent lid is van een vakbond zullen ze de andere 90% ook wel vertegenwoordigen.

Het rare is dat D66, de partij die is opgericht om polder en politiek te democratiseren niets meer doet met haar oorspronkelijke agenda. Die is overgenomen door partijen als de SP, PVV en TON, die de onvrede over achterkamertjespolitiek wel politiseren. De gevestigde politieke partijen, maar ook de koningin vinden het allemaal vreselijk dat er zoveel onvrede en wantrouwen bestaat over achterkamertjespolitiek, maar het zou ons sieren als we het niet alleen bij woorden laten en wat aan de kern van die onvrede doen. Moderniseren van de verantwoording door te stoppen met partijpolitieke benoemingen en gewoon vacatureteksten te plaatsen voor functies en burgemeesters door de bevolking laten kiezen. De vrees dat je dan alleen maar enge populistische burgemeesters krijgt is minachting van de burgers. En dat is precies waar veel burgers zo kwaad over zijn.

Er valt ook nog wel wat angst te overwinnen bij andere vormen van achterkamertjespolitiek, als je de stelling onderschrijft dat democratie niet voor bange mensen is. Wat was er mis geweest om de resultaten van het crisisakkoord in alle openheid voor te leggen aan de partijen die niet in de coalitie zitten? Of in alle openheid de problemen en oplossingen met de hele kamer te bespreken? Zou het echt langer geduurd hebben dan de tijd die nu nodig was om tot een plan te komen? Zou de oppositie werkelijk alle plannen hebben getorpedeerd? Gerdi Verbeet, de Kamervoorzitter heeft gelijk als ze zegt dat het aan burgers niet valt uit te leggen dat slechts een handjevol kamerleden, een paar ministers en de vakbeweging het akkoord in elkaar hebben gezet.

De vrees dat er een Nee zou komen bij een tweede referendum over het verdrag van Lissabon heeft ook alles te maken met de slordige manier waarop in voorgaande decennia besluiten over de Europese Unie zijn genomen. Het enige voordeel van de heisa die ontstond door het niet houden van het referendum is dat mensen zich meer een mening zijn gaan vormen over wat Europa wel en niet moet doen. Voor een referendum over een ander onderwerp zouden we dan ook niet meer bang hoeven zijn.

Als we echt de onvrede van mensen over achterkamertjespolitiek, preciezer gezegd, ons democratisch gehalte willen wegnemen, dan moeten we de verantwoordingslijnen weer strakker, helderder en opener maken. Tot die tijd is de ‘populistische’ kritiek op achterkamertjespolitiek geheel terechte kritiek.


Laatste publicatie van MeiLiVos

  • Politiek Voor De Leek

    Een Insideverslag Van Een Outsider

    2011


Geef een reactie

Laatste reacties (38)