Laatste update 18:53
1.285
13

sociaal-antropoloog

Toine van Teeffelen woont sinds 1995 in Bethlehem in de bezette Palestijnse Gebieden, samen met zijn Palestijnse vrouw Mary en hun kinderen. Hij is daar werkzaam als projectontwikkelaar in het onderwijs en is momenteel (in 2011) directeur ontwikkeling van het Arab Educational Institute-Open Windows, dat gelieerd is aan Pax Christi. Hij studeerde sociologie in Rotterdam (1973) en sociale antropologie in Amsterdam (1976) en promoveerde op een onderzoek naar de portrettering van het Midden-Oosten in Engelstalige bestseller-romans. Toen hij zich in 1995 vestigde op de Westelijke Jordaanoever als gastdocent aan de Universiteit van Bir Zeit. In het door hem gepubliceerde Dagboek Betlehem 2000-2004, maakte hij op persoonlijke wijze zichtbaar wat het betekent te leven in een frontlinie. Het dagelijkse bestaan en de realiteit van de wereldpolitiek zijn in het inmiddels geïsoleerde, ommuurde Betlehem onontkoombaar verweven. Het nieuwste boek van Toine van Teeffelen verschijnt eind november bij
Narratio (Gorinchem): "Liefde, woede en waardigheid: Leven als gezin op de
bezette Westelijke Jordaanoever."
Hij is verder ook gids voor Nederlandse en Vlaamse groepen.

Ademhalen

Ook in Palestina roept “niet kunnen ademhalen” veel associaties op. Mijn Palestijnse echtgenote zegt vaak dat Palestijnen een gevoel van verstikking buitengewoon goed herkennen

“Ik kan geen adem halen,” waren de laatste woorden van George Floyd die tot wereldwijd symbool is geworden van de strijd tegen racisme. Die woorden resoneren ook in Palestina. Hier in de West Bank hoor je wel eens dat vergelijkingen met andere strijdtonelen niet te snel moeten worden gemaakt. Maar toen Iyad Hallaq, een autistische Palestijn uit Jeruzalem een week geleden werd neergeschoten zelfs nadat diens begeleider de Israëlische politie had toegeschreeuwd dat hij niet in staat was orders op te volgen, lag de vergelijking met de dood van George Floyd op ieders lippen. In een demonstratie gisteren in Jeruzalem bij de plek van het gebeurde stond de vergelijking Black Lives MatterPalestinian Lives Matter centraal. Zo’n vergelijking is niet zozeer het resultaat van een vooropgezette strategie, maar dringt zich gewoon op.

cc-foto: Charles Edward Miller

Zelf maakte ik dat onwillekeurig opkomen van een vergelijking eens mee tijdens de tweede Intifada 18 jaar geleden. Ik was betrokken bij een dagboekproject voor Palestijnse meisjes. Als instructie hadden ze dagboeken gelezen uit andere contexten, waaronder dat van Anne Frank. Bij het Israëlische beleg van de Geboortekerk in Bethlehem in 2020 hadden zich enkele honderden militanten verschanst. Er gold een strak uitgaansverbod van meer dan een maand. Een van de dagboekschrijfsters woonde in een appartement tegenover de kerk. De familie was gedwongen in een enkele woonkamer te huizen. Om naar het toilet te gaan, moesten ze toestemming vragen aan de soldaat op de overloop. Het betreffende meisje vertelde de soldaat: “Kent u het dagboek van Anne Frank?” De soldaat, nietsvermoedend: “Ja, natuurlijk, wil je het lezen?” Zij: “Nee, ik wil dat u het leest!”

Geen enkele vergelijking gaat helemaal op. Ook niet de vergelijking tussen een uitgaansverbod in Bethlehem en het verbergen van Anne Frank in het Achterhuis. Maar toch resoneerde de vergelijking met Anne Frank bij het meisje. Zo ook roept in Palestina “niet kunnen ademhalen” veel associaties op. Mijn Palestijnse echtgenote zegt vaak dat Palestijnen een gevoel van verstikking buitengewoon goed herkennen. Gazanen spreken over de verstikking die ze voelen vanwege het jarenlange Israëlische beleg van hun smalle overbevolkte strook land. Ook Palestijnen in de West Bank zeggen dat ze niet kunnen ademhalen omdat ze niet vrij kunnen reizen. In het vluchtelingenkamp Aida bij Bethlehem constateerde men laatst dat op geen plek ter wereld zoveel traangas op de bevolking is afgeschoten als daar  – ook op die plek is lucht nodig. Het gaat om bekende realiteiten zonder dat mensen er automatisch het etiket van racisme op plakken.

Maar de wereldwijde discussie over andere discriminerende situaties zoals die nu vanwege Floyds dood weer naar boven komen roept dat etiket onwillekeurig wel op. In de West Bank denk je bij de nu veel gebezigde term “institutioneel racisme” automatisch aan de realiteit van een systeem dat radicaal verschillende rechten aan Palestijnen onder bezetting en joodse Israeli’s in de nederzettingen toekent, straks verdiept in het geval van de Israëlische annexatie van die nederzettingen. En bij de term “alledaags racisme” denk je al gauw aan de vernederingen bij de checkpoints.

Deze zomer gaat de onderwijsinstelling in Bethlehem waar ik werk speciale werkvormen toepassen die op de dood van George Floyd zijn geinspireerd. “I wanna breathe because…” Maak een foto, tekst of tekening die jouw verlangen naar meer lucht uitbeeldt. Zing om lang en diep adem te kunnen halen. De adem-metafoor heeft educatieve waarde, je herkent jouw persoonlijke frustrerende levensomstandigheden in die van anderen, je leert vergelijkingen te maken.

Wat nu doorklinkt in George Floyds symbolische laatste woorden is het verzet tegen onderdrukking van mensen wiens stem is verstikt. Dat verzet en het maken van vergelijkingen dwars over de wereld helpen Palestijnen een nieuwe stem en een nieuw gehoor te vinden op een moment dat ze steeds minder uitzicht op een waardig en menselijk bestaan hebben.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)